The Devil’s Men (Kostas Karagiannis, 1976)

Facebooktwitterpinterestlinkedin

Dit jaar heb ik tot nu toe uitsluitend over muziek geschreven. Vandaag komt daar verandering in met The Devil’s Men, een mislukte Griekse horrorfilm die onlangs op Blu-ray is uitgebracht. Naast horrorgrootheden als Peter Cushing en Donald Pleasence zijn voor en achter de schermen mensen betrokken die bekender zijn van andere genres en disciplines. The Devil’s Men bevat onder meer de allereerste originele filmmuziek van een bekende Britse muzikant en producer.

Britse acteur Peter Cushing (1913-1994) werd beroemd vanwege zijn rollen in horrorfilms van Hammer Film Productions. Hij was geen fan van de genrefilms waarin hij speelde, maar nam zijn rollen altijd zo serieus mogelijk. Het overlijden van zijn vrouw Helen in 1971, met wie hij in 1943 was getrouwd, kwam hard aan. Cushing had het gevoel dat ook zijn leven voorbij was. Hij had in de laatste fase van zijn carrière nog kunnen profiteren van hernieuwde belangstelling bij een jong publiek vanwege zijn rol in Star Wars (1977), maar het enthousiasme was volledig weggeëbd. De acteur bleef doorwerken en nam genoegen met minder prestigieuze producties, wetend dat hij weinig hoefde te doen om indruk te maken met zijn karakteristieke gelaatstrekken. Dat geldt ook voor zijn bijdrage aan The Devil’s Men.

Cushing speelt de rol van baron Corofax, leider van duivelaanbidders in een Grieks dorp. Om de zoveel tijd worden tijdens een ritueel mensen geofferd aan een sprekend en vuur spuwend standbeeld van wat lijkt op een uit de klauwen gewassen os. De rol van Corofax was eigenlijk bedoeld voor Donald Pleasence (1919-1995), maar die had geen zin in het opnieuw vertolken van een slechterik. Hij speelde liever Father Roche. Deze alleenwonende priester probeert Corofax te ontmaskeren en uit te schakelen, maar het ontbreekt hem aan steun. Van de lokale politie hoeft de priester geen medewerking te verwachten. Het hele dorp is in de ban van de sekte. Als opnieuw mensen van buiten de dorpsgemeenschap spoorloos verdwijnen, neemt Roche contact op met bevriende privédetective Milo (Kostas Karagiorgis). Milo moet wel van ver komen, want de man woont in New York waar hij in permanente ongeklede staat verblijft met zijn vriendin (Jane Lyle). De verre vriend is een incompetente held, want hij loopt na zijn aankomst in Griekenland eigenlijk alleen maar in de weg.

Donald Pleasence in The Devil’s Men

Mannen maken de dienst uit in de film. Aan de vrouwenrollen valt geen eer te behalen. Regisseur Kostas Karagiannis koos voornamelijk voor blonde actrices. Ze verschijnen en verdwijnen en áls ze veel later weer tevoorschijn komen, ben je allang vergeten wie ze ook alweer waren. De belangrijkste vrouwenrol is die van Raylene Miles als Laurie. De actrice is bij het grote publiek bekend als de toerist die door Basil Fawlty wordt bespied in de episode The Psychiatrist (1979) van de serie Fawlty Towers. Laurie gilt bij gevaar, valt flauw van angst en ontkomt niet aan de corrigerende klappen van macho Milo.

The Devil’s Men komt uit de koker van Poseidon Films, de Britse filmproductiemaatschappij opgericht door Frixos Constantine en de vermaarde Britse regisseur Michael Powell. Constantine droomde van Griekenland als het Europese Hollywood. Zo ver is het nooit gekomen. Het Griekse landschap heeft voldoende ruïnes en kastelen om een horrorfilm enige glans te geven, maar daarmee ben je er nog niet. Regisseur Karagiannis had geen ervaring met horror en dat is te merken. Zijn film is geen moment spannend of eng, ondanks het bloed dat vloeit. Het verhaal heeft in het eerste half uur een vreemd tijdsverloop, veroorzaakt door de bizarre keuze van de priester om dagenlang te wachten op hulp vanuit de andere kant van de oceaan. Het strookt niet met de urgentie van zijn zoektocht naar slachtoffers en de wens om de duivelse vijand zo snel mogelijk uitschakelen. Als kijker heb je geen idee van de afstanden die onze helden moeten afleggen voor de confrontatie in de finale. Op de paar scènes in New York na speelt het verhaal zich gevoelsmatig af in hetzelfde gebied. Met die gedachte is het vreemd dat de priester en zijn gezelschap in het dorpshotel gaan logeren, terwijl de ruime woning van de priester een relatief veiligere uitvalsbasis biedt.

De naam van producer Michael Powell komt niet voor op de aftiteling. In hun commentaar op de Britse Blu-ray speculeren David Flint en Adrian J Smith over de mogelijke bemoeienis van Powell tijdens de postproductie. Powell noemt The Devil’s Men niet in het tweede deel van zijn lijvige biografie. Ook in het dikke boek On Some Faraway Beach: The Life And Times Of Brian Eno (David Sheppard, 2008) blijft The Devil’s Men onbesproken. Dat is opvallend, want het is de eerste en tot nu toe enige speelfilm waar muzikant en producer Brian Eno een speciale score voor heeft gemaakt.

Muziek van Brian Eno is regelmatig in speelfilms en documentaires te horen en wordt in de meeste gevallen geplukt van een van zijn vele studioalbums. Het album Music For Films (1976) is speciaal uitgebracht om filmmakers de gelegenheid te geven iets uit te kiezen dat voor hun films geschikt is. Derek Jarman was een van de eerste regisseurs die daar volop gebruik van maakte. De originele muziek voor The Devil’s Men is op geen enkele plaat terug te vinden. Eno wisselt elektronische geluiden af met een minimalistisch stemmenstuk. Het resultaat klinkt allemaal wat primitiever en rauwer dan we van hem gewend zijn, alsof het een haastklus was en de producer weinig tijd had om de muziek te verfijnen. Als in de film nieuwe slachtoffers arriveren, klinkt vanuit hun bestelbusje vagelijk een liedje van een onbekende band. Het zou me niet verbazen als ook die muziek afkomstig is van de producer. Eno had geen bemoeienis met het titelnummer van The Devil’s Man, want die rocksong is geschreven door Karl Jenkins en uitgevoerd door de Britse zanger Paul Williams.

The Devil’s Man is als curiosum vermakelijk genoeg voor geharde genreliefhebbers. De Blu-ray van het label Indicator bevat de originele versie van de film, de kortere Amerikaanse versie onder de titel The Land Of The Minotaur en een versie op 8mm. Naast het audiocommentaar staat op de schijf een kort interview met producer Frixos Constantine en een uitgebreid gesprek met Peter Cushing.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.