Surge (Aneil Karia, 2020)

Facebooktwitterpinterestlinkedin

Het speelfilmdebuut van regisseur Aneil Karia gaat over de ineenstorting van een man, met acteur Ben Whishaw als onbesuisd middelpunt. Surge maakt je getuige van een vrije val zonder parachute.

Joseph (Ben Whishaw) leeft in Surge een verstopt bestaan. De surveillerende camera heeft tijdens het openingsshot enige tijd nodig om hem tussen de mensen op een vliegveld te spotten. Joseph werkt bij de luchthavencontrole en vraagt elke dag routineus aan passagiers of ze misschien een scherp voorwerp bij zich dragen. Hij fouilleert ze waar nodig. Tijdens de lunchpauze mengt hij zich niet in de gesprekken van zijn collega’s. Hij woont alleen thuis en ergert zich aan de storende stadsgeluiden die zijn kleine woning binnendringen.

Er is duidelijk iets aan de hand met Joseph. Hij is hypernerveus en staat op het punt om uit te barsten. De man raakt uit zijn doen wanneer hij met verwarde passagiers wordt geconfronteerd. De eerste is een oudere man die geen Engels spreekt. Hij geeft Joseph per ongeluk een klap tegen het hoofd. Iets kraakt in zijn schedel. Op een volgende werkdag krijgt hij opnieuw te maken met een labiel persoon. Deze man zegt Joseph te herkennen en wordt boos wanneer de herkenning niet wederzijds is. Zouden de twee elkaar eerder in een psychiatrische inrichting zijn tegengekomen?

Surge legt zo min mogelijk uit en laat conclusies over aan de kijker. Het is wel overduidelijk dat Joseph niet uit een warm nest komt. Vader (Ian Gelder) is een opvliegende hork en de zorgen van moeder (Ellie Haddington) herken je van grote afstand aan de groeven in haar gezicht. Een bezoek van Joseph aan zijn ouders is een extra duw richting een inzinking. De rest van de film zijn we getuige van zijn val richting de afgrond.

Ben Whishaw in Surge

De ondergang van Joseph levert een schouwspel op dat enerverend en verontrustend tegelijk is. De ongeremd spelende Ben Whishaw gooit alle remmen los en raast als een tornado door het stadscentrum, op de voet gevolgd door een documentair vastleggende camera en gadegeslagen door opgeschrikte toevallige passanten. Whishaw trekt zo krachtig alle aandacht naar zich toe, dat ik vergat te letten op filmtechniek en de manier waarop de muziek van Tujiko Noriko de kijker in het hoofd van het hoofdpersonage verplaatst.

De man die op zijn dagelijkse werk een soort grensbewaker is, gaat zelf op extreme manier over grenzen heen. Het lijkt geen doelbewuste actie, eerder een associatieve manier om los te komen van beklemmende conventies (*). Joseph is als het kind dat hij in de metro tegenkomt, maar hij heeft geen moeder om hem te corrigeren en op de gewenste omgangsregels te wijzen. Joseph reageert op overmatige prikkels door middel van sociale zelfmutilatie. Dat levert spannende taferelen op. De euforie die Joseph beleeft, is aanstekelijk, maar geeft ook reden tot bezorgdheid, want niemand in de grote stad ontfermt zich over hem. Nergens is een vangnet.

De tragiek van Joseph is dat zijn psychische ineenstorting door hem wordt ervaren als gelukzalig. Hij beleeft zijn donkerste dag als een bevrijdende trip. Surge zuigt je het centrum van de tornado in en laat je voelen hoe het moet zijn wanneer zelfcontrole wegvalt. Het is adembenemend en afschuwelijk tegelijk.

8/10


(*) Het kinderlijke plezier van Joseph kun je vergelijken met de opstandige kinderen in de invloedrijke anarchistische film Zéro De Conduite (Jean Vigo, 1933) (fragment). In beide films worden bedden gesloopt en dwarrelen veren als sneeuw door de kamer.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.