Popronde Alkmaar (vrijdag 12 november 2021)

Facebooktwitterpinterestlinkedin

De Alkmaarse editie van het reizende popfestival de Popronde werd noodgedwongen de laatste van 2021. De nieuwe coronamaatregelen, die afgelopen vrijdag tijdens het festival werden aangekondigd, maken het onmogelijk om deze maand de resterende avonden door te laten gaan. Dat is zonde, want het was een van de beste edities.

Wat de Popronde zo speciaal maakt, is tijdens de huidige pandemie enigszins problematisch: de kleine afstand tussen muzikanten en publiek. Slechts een enkele band speelt op een verhoogd podium in een gesubsidieerde zaal. De rest staat veelal op ooghoogte ergens in de hoek van een krap café. In een van de deelnemende Alkmaarse cafés moest je tussen de optredende band lopen om naar het toilet te kunnen. Bij het optreden waar wij vrijdag het festival begonnen, was de afstand tussen de drummer en mij ongeveer anderhalve meter. Ik maakte waarschijnlijk meer kans op gehoorbeschadiging dan op besmetting met het virus.

Cashmyra

Gronings postpunkduo Cashmyra speelt Nederlandstalig repertoire, iets wat ik pas na een paar nummers met zekerheid kon vaststellen. Staand achter drummer Djai-Mac Wolthof, hoorde ik vooral veel snaredrum en bekkens, redelijk wat gitaar en slechts de lagere regionen van Cashmyra Rozendaals stem. Teksten waren vanuit mijn positie niet te ontcijferen. Pas tijdens het uitsterven van feedback hoorde ik iets over nagels in de rug en kon ik me voorstellen waar de rest van de nummers over gaan. Het goed op elkaar ingespeelde duo gebruikte bondige riffs als basis voor gejaagde postpunk. Het beukwerk werd in het midden van de set op verrassende wijze onderbroken. De drummer verliet zijn instrument en kroop met de gitaar van Cashmyra achter de zangeres over de grond en tegen een versterker aan voor een stormachtige portie noise. Een van de gitaarsnaren haalde daardoor niet het einde van de set.

Het enige dat we tussen de optredens door meepikten van de persconferentie in Den Haag, was de veelvoud aan ministers op televisieschermen in elektronicawinkel Hi-Fi Klubben. We liepen voorbij de zaak, gingen bij de Laat de hoek om en haalden een polsbandje op bij de ingang van Urban Nomads Club. Minor Citizen deed binnen een laatste soundcheck voordat de band een optreden op verminderde kracht gaf, aangezien een van de bandleden thuis was gebleven. De gitarist/zanger speelde zittend en de drummer dempte zijn snaredrum met een theedoek. Op volle sterkte zou de band met een beetje gelukkig in de buurt zijn gekomen van de melodieuze postgrunge van Foo Fighters. De duobezetting maakte met de vele akkoorden en het te bescheiden getrommel weinig indruk. De gesprekken van de aanwezigen overstemden de liedjes.

atoomclub

Een paar deuren verderop was in meetingspace Laatmakers bij het optreden van atoomclub in theorie ook alle gelegenheid voor uitgebreide conversaties. Toch wist muzikant Hugo Heinen, in kleermakerszit gezeten op een Perzisch tapijt, met zijn kalm opgebouwde ambient en drones de aanwezigen tot zwijgen te brengen. Er was zelfs geen gefluister te horen. Ook het koffieapparaat hield zich grotendeels stil. Ambient is de kunst van het weglaten. Eén raak getroffen gitaarakkoord is voldoende om met behulp van effecten een volledige nummer mee te construeren. Een tweede akkoord kan te veel zijn. Atoomclub zocht de grenzen van het minimalisme op door in twee nummers maar liefst drie akkoorden te gebruiken. Ze werden herhaald met behulp van een delay-effectpedaal. Heinen voegde extra noten toe, die hij soms licht boog met de tremolo-arm. Hoe langer loops werden afgespeeld, hoe minder het leek alsof de geluiden door een gitaar waren voortgebracht. Het geheel was niet zo innovatief als bijvoorbeeld de Frippertronics van Robert Fripp of zo experimenteel als de spacerock van Flying Saucer Attack, maar aangenaam was het zeker.

Kalaallit Nunaat

Het kalme(rende) optreden van atoomclub was een mooi rustmoment in het zeer gevarieerde programma van de Popronde. Als je geen zin had in te veel decibellen, kon je kiezen uit pop, R&B, singer-songwriters en hiphop. Wij kozen voornamelijk voor gitaarlawaai en merkten aan terugkerende gezichten in het publiek dat we niet de enige waren die daar zin in hadden. De luidste band stond in Café Paradiso aan het Verdronkenoord. Het Rotterdamse trio Kalaallit Nunaat trapte vanaf de eerste maat met gestrekt been af en hield de vaart erin tot aan de afsluitende maat. De muzikanten bewogen als konijnen op batterijen van Duracell en produceerden opgewonden noiserock. Gitarist Redwin Rolleman boog zich meermaals boven effectpedalen en voor zijn versterker om gierende en razende geluiden voort te brengen. Zijn klanken werden gedragen door de herhalende vlotte baslijnen van half ontklede Jasper Werij en het hakwerk van besnorde drummer David Pop. De aanstekelijke geestdrift deed de ramen binnen een mum van tijd beslaan. Het was dringen in de voorste rijen. De anderhalvemetersamenleving leek voor heel even een begrip uit een ver tijdperk.

Naast Café Paradiso bevindt zich het Aloha Café. De verwijzingen naar het Amsterdamse podium Paradiso en het Nederlandse undergroundweekblad Aloha doen vermoeden dat de panden dezelfde eigenaar hebben. We hadden het optreden van CLOUDSURFERS eigenlijk niet gepland in ons eigen programma. De band uit Nijmegen bleek een vermakelijk tussendoortje met hun uptempo mix van surfgitaren en garagerock. Een betere plek om te schuilen voor de regen was er niet. Het toestromende publiek drukte ons tegen de vensterbank aan. De enige manier om een glimp op te vangen van het hardwerkende kwartet, was via het schermpje van een mobiele telefoon die iemand voor ons hoog in lucht hield. Vanuit de rechter ooghoek hielden we ondertussen in de gaten in welke richting een eenzame crowdsurfer zijn weg door de zaal zocht.

De basgitaar van VULVA (foto: Alex Kunst)

Onze laatste festivalhalte was culturele broedplaats HAL 25. Bij de ingang werden we tegengehouden door drie beschonken vrijwilligers. Hun dronken act met een rode touwbarrière was niet bepaald uitnodigend. We probeerden net te doen alsof ze niet bestonden en pikten binnen nog een staartje mee van de soundcheck van het duo VULVA. Kim Hoorweg (basgitaar/vocalen) droeg een t-shirt van Sunn O))), dus we wisten dat we aan het juiste adres waren. Tussen soundcheck en optreden werd een lang nummer van Swans gedraaid om in de stemming te blijven. Hoorweg maakt samen met Nadia van Osnabrugge (drums/vocalen) muziek die her en der omschreven wordt als postpunk/stoner doom. De tot op het bot afgekloven metal is afwisselend kruipend en op hol geslagen. De zwaar vervormde bas gonst laag, alsof een vliegtuig op het punt staat op het publiek neer te storten. Hoorweg en Van Osnabrugge gillen, grommen en zingen beurtelings of tegelijkertijd in nummers met titels als Kill The Baby en Fuck You. Op een enkel ingetogen moment na, is VULVA is niet bepaald geschikt voor tere zielen, maar die waren dan ook niet aanwezig in de zaal.

De vrijwilligers hadden hun plek bij de ingang verlaten en probeerden vlak voor ons met de touwbarrière het publiek naar voren te trekken. Ze veroorzaakten een joligheid die eigenlijk niet strookte met de ernst waarmee de muzikanten vanaf het podium hun kabaal over ons uitstortten. Waarschijnlijk was het juist het ontstane contrast dat het optreden extra de moeite waard maakte.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.