Nisennenmondai & Ben Frost, live @ Trouw, Amsterdam (20 mei 2014)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

trouwklein

Achter de kassa bij Trouw hangt een grote poster met het verzoek tijdens de optredens geen foto’s maken. Een beetje overbodig verzoek, want fotograferen is geen doen in de donkere zaal. Het podium was gisteren bij het voorprogramma nauwelijks verlicht en bij de hoofdact vrijwel geheel aan het zicht onttrokken dankzij een artificieel opgetrokken dichte mist.

De drie Japanse dames van de eerste act Nisennenmondai stonden in een driehoek opgesteld met links een stoïcijnse bassiste, rechts een gitariste tegenover een tafel vol effectpedalen en achter in het midden de drumster. Een ritmische loop, die klonk als een verre helikopter, diende als metronoom waar de drums een wel heel kale beat overheen legden. De bass drum bonkte monotoon op elke tel, achtervolgd door een nerveuze hi-hat die als een robot met grote precisie geluiden uit de machines volgde. Het ritme was geen hartslag maar een overbodige poging om de springlevende harten van het publiek te reanimeren. De Spartaanse beat werd ondersteund door een herhaling van minimale basnoten. Onder de machinaal dreunende ritmesectie waren met enige moeite vervormde gitaargeluiden te horen. De nummers liepen in elkaar over en waren onderling inwisselbaar. De opbouw was in elk nummer hetzelfde en van enige variatie was nauwelijks sprake. Dat was natuurlijk allemaal opzet, maar slechts een minuut of tien interessant.

benfrost

Ben Frost (bron foto: video Instagram Subbacultcha!)

Het album van Ben Frost uit 2009 heet By The Throat en sinds zijn optreden gisteren in Trouw weet ik dat hij dat letterlijk bedoelt. Zijn tumultueuze set greep de vele aanwezigen bij de strot met de bedoeling pas los te laten als al het leven uit hen was verdwenen. Dankzij het luidruchtige optreden heb ik voor het eerst ingewanden gevoeld waarvan ik niet eens wist dat ik ze had. De set van Frost begon met het geluid van een vliegtuig dat zich voorbereidde op vertrek en langzaam op het publiek af kwam rijden. Aan weerzijden van Frost wachtten twee drummers op het moment dat ze zijn onrustige brei aan synthesizerakkoorden en orkaankrachtige bastonen konden begeleiden met vermorzelende beuken in het ritme van vallende rotsblokken. De monsterlijke omvang van het volume maakte zeker indruk, maar of volume ook zorgde voor meerwaarde is nog maar de vraag.

Ik heb niet veel kunnen zien van wat op het podium gebeurde, want dikke mistwolken en felle knipperlichten ontnamen voor een groot deel van het concert het zicht op de muzikanten. Ook muzikaal werd een mist opgetrokken. Tonenclusters vormden een kluwen aan melodieuze noise. Het leek alsof ze waren ontsnapt uit de set van een rave-DJ en luid schreeuwend aan het rebelleren waren zonder te weten waar die rebellie nu eigenlijk precies tegen was gericht. De subtiliteit van de muziek op het album By The Throat en soundtracks van Frost werd node gemist. Zijn lawaai riep herinneringen op aan muzikale herrieschoppers uit lang vervlogen tijden.

Ik moest zelf tijdens het optreden de hele tijd denken aan het festival Tegentonen en in het bijzonder aan de imponerende manier waarop Kevin Martins band God in 1992 de grote zaal van Paradiso letterlijk leeg veegde. Na afloop van Frosts concert noemde een van de passanten bij het verlaten van de zaal de massieve ritmes uit de jaren tachtig van Test Dept en het feit dat bij die Britse industriële groep de volumineuze percussie tenminste nog ergens over ging. Ben Frost voegt met zijn lawaai live niet meer toe dan een permanente extra piep in mijn oren. Zijn optreden was zonder meer een adembenemende ervaring, maar ik heb geen behoefte zijn set een tweede keer te ondergaan.