IFFR: Long Day’s Journey Into Night (Bi Gan, 2018)

Facebooktwitterpinterestlinkedin

Long Day’s Journey Into Night ging mei 2018 in première tijdens het festival in Cannes en werd daar bejubeld door de filmpers. Na een lange reis langs meerdere internationale filmfestivals was afgelopen maand IFFR 2019 aan de beurt en had het Nederlandse publiek een unieke kans om de film van Chinese regisseur Bi Gan op een groot doek te zien. Long Day’s Journey Into Night dankt zijn reputatie onder meer aan een imponerende droomscène in 3D.

De jonge regisseur Bi Gan is meester van de long take. Hij eindigt zijn debuutfilm Kaili Blues (2015) met een long take van drie kwartier. De camera rijdt achter een brommer aan, vliegt door krappe stegen, trekt door een dorp aan de rivier, roeit de rivier over en keert weer terug, onderweg onder meer stoppend in een kapperszaak en bij een heel erg vals spelende straatband. In zijn tweede speelfilm Long Day’s Journey Into Night legt Gan de lat een stuk hoger bij een vergelijkbare cinematografische stunt. De onafgebroken take duurt vijf minuten langer, speelt zich af in het halfdonker, maakt complexere bewegingen en is in 3D.

Long Day’s Journey Into Night is een moderne film noir waarin Luo Hongwu (Huang Jue) vanwege de begrafenis van zijn vader terugkeert naar het stadje Kaili in de Chinese provincie Guizhou. De reis brengt herinneringen bij hem naar boven aan een verloren liefde (Tang Wei) en de gewelddadige dood van zijn goede vriend Wildcat (Lee Hong-Chi). De grens tussen herinneringen en het heden is net zo troebel als het water waar de camera zich een enkele keer in onderdompelt. Als Luo Hongwu in de tweede helft van de film ‘s avonds laat een 3D-bril opzet en in slaap valt in een bioscoop, wordt de film ook 3D en maken herinneringen deel uit van een lange droom in een adembenemende long take.

Op papier lijkt de long take ongeschikt om een droomwereld op te roepen. Het tegenovergestelde is eerder het geval: de techniek wordt juist toegepast om (de suggestie van) de werkelijkheid op te roepen. Het ontbreken van montage zorgt ervoor dat tijd en ruimte niet worden gemanipuleerd. Bi Gan zet andere middelen in om de werkelijkheid alsnog om te buigen. Het is maar net wat je binnen het beeld plaatst en hoe de camera zich beweegt.

Over het algemeen wordt realisme in films gesuggereerd met een documentaire stijl waarbij de camera op onrustige wijze de gebeurtenissen volgt, zoals in Victoria (2015) en recentelijk in Utøya 22. Juli (2018). De camerabeweging in Long Day’s Journey Into Night is vanwege de steadicam zwevend als een spook en daarom verwant met de elegante manier waarop gefilmd wordt in de vertrekken van de Hermitage in Russian Ark (2002). Russian Ark maakt zonder montage een tijdreis door meer dan 200 jaar Russische geschiedenis en plaatst historische figuren in één ruimte. Elk vertrek in het museum is een ander tijdperk en in sommige gangen schuiven verschillende tijdlagen onopgemerkt in elkaar over. Daar hoeft geen digitale trucage bij ingezet te worden.

Bi Gan verandert in Long Day’s Journey Into Night de werkelijkheid in een droomwandeling door jonge en oude versies van dezelfde personages binnen dezelfde tijd en dezelfde ruimte te plaatsen. Een jonge vrouw blijkt later in de scène tientallen jaren ouder geworden zonder dat de kijker het direct doorheeft. Een andere manier om een droom op te roepen is door de zwaartekracht te tarten. De eerste keer dat we met Luo Hongwu mee zweven is als hij via een koord naar het dorp beneden hem glijdt. De tweede keer vliegt hij zonder hulpmiddelen over de daken en is de camera blijkbaar tijdelijk aan een drone gemonteerd. De filmmakers hebben de overgangen onzichtbaar weten te houden en vergroten daarmee de magie. 3D intensiveert de ervaring van een onwerkelijke omgeving. (*)

Long Day’s Journey Into Night (Huang Jue & Tang Wei)

De droom komt niet als een verrassing. De hele film begeeft zich tot aan het uitgebreide slot in een wereld waarin herinneringen zonder waarschuwing het verhaal binnendringen. Dromen behoren ook tot de herinnering met als gevolg dat surrealistische situaties zich al vroeg aandienen, zoals de kamer waarin het binnen regent. Eerder in de film wordt zonder technisch vertoon en ook zonder 3D al een wereld geschapen waarin natuurwetten niet meer lijken te gelden. In een van de scènes rijden Luo Hongwu en zijn geliefde in een voertuig langzaam op de camera af. Een plotselinge regenbui gutst over de lens en voordat we het weten bevinden we ons naast de rijdende Luo Hongwu en kijken we met hem uit het voorraam. De wisseling van perspectief vindt zonder montage plaatst en is daardoor extra desoriënterend.

Zelfs als de droomwereld in Long Day’s Journey Into Night je niet aanspreekt kun je nog onder de indruk zijn van de slotscène als bravourestuk. De reis van Luo Hongwu kun je ook beschouwen als een reis door de filmgeschiedenis, met verwijzingen naar het werk van David Lynch (neo noir op de grens tussen droom en werkelijkheid), Wong Kar-wai (overpeinzende voice-over) en vooral Andrej Tarkovski (zwevende figuren zoals in de openingsscènes van De Jeugd Van Ivan en Andrej Roebljov en het glas dat uit zichzelf van een tafel schuift zoals in de slotscène in Stalker).

9/10


(*) Misschien is de lange laatste scène geen droom. De oorspronkelijke filmtitel Di Qiu Zui Hou De Ye Wan laat zich vertalen als Laatste Nacht Op Aarde, wat suggereert dat Luo Hongwu rondwaart in een gebied tussen leven en dood waar geesten uit zijn verleden tastbaar zijn geworden.

One thought on “IFFR: Long Day’s Journey Into Night (Bi Gan, 2018)

Comments are closed.