X-Men: First Class (Matthew Vaughn, 2011)

Facebooktwitterpinterestlinkedin

xmen

X-Men: First Class is een opeenhoping van invloeden uit populaire cultuur en moderne geschiedenis. De Cubacrisis vormt de basis voor de grote finale, maar verwijzingen naar klassieke filmmonsters voeren de boventoon.

Erik Lehnsherr (Michael Fassbender) en Charles Xavier (James McAvoy) zijn mannen zonder familie. Eriks familie komt om in de holocaust. Die van Xavier zien we nooit, behalve wanneer mutant Raven even de gedaante aanneemt van zijn moeder. Sebastian Shaw (Kevin Bacon, na de superheldenkomedie Super (James Gunn, 2010) wederom in zijn nopjes als bad guy) is een kwaadaardige vaderfiguur voor Erik. Hij voert in het kamp experimenten uit op de jongen en creëert zo zijn eigen monster van Frankenstein. Het is de eerste verwijzing naar de monsters uit Amerikaanse horrorklassiekers.

Ergens halverwege de film, tijdens een rappe montage vol meervoudige split screens, komen ook Dr. Jekyll and Mr. Hyde voorbij, een duo dat symbool staat voor de identiteitscrisis waarmee de jonge mutanten kampen. De echo van de split screens keert aan het eind terug in de spiegelkamer van Shaw. De kamer heeft veel weg van de locatie in de beroemde slotscène uit The Lady From Shanghai (Orson Welles, 1947).  Onder de cirkelvormige lamp in The War Room uit Dr. Strangelove zijn dankzij inventieve casting nog twee kwaadaardige vaderfiguren te herkennen in hele kleine bijrolletjes. Aan de vergadertafel zit Ray Wise, de acteur die zijn hele leven de vader zal blijven van Laura Palmer uit Twin Peaks. Onder aan de wereldkaart, en gewapend met een aanwijsstok, zien we acteur James Remar strategische aanwijzingen geven. De aanwezige militairen en ministers moeten op hun hoede zijn, want ze worden geadviseerd door niemand minder dan de vader van Dexter Morgan.

7/10