Kikagaku Moyo in Paradiso (8 december 2018)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

Paradiso’s Indiestad presenteerde gisteren een avondvullend programma rondom Kikagaku Moyo. Deze Japanse psychrockband brengt platen uit via het Amsterdamse label Guruguru Brain en speelde dus eigenlijk een thuiswedstrijd. De avond had meer te bieden dan lange haren en Paisley-shirts. Het nuchtere HOWRAH mocht de avond openen in de bovenzaal en was vanwege hun bijdrage een extra stimulans om naar Paradiso af te reizen.

Ondanks de belabberde weersomstandigheden waren er al aardig wat bezoekers in de kleine zaal van Paradiso aanwezig toen stipt om 18.30 uur de lichten dempten en HOWRAH het podium betrad. Het Nederlandse kwartet speelde nummers van het album Self_Serving Strategies en ging meteen voluit met het stampende Vacuity. De in het begin opvallend luid afgestelde basdrum van Ineke Duivenvoorde nam enkele minuten de hartslag van het publiek in de voorste rijden over. De zang van gitarist Cees van Appeldoorn kwam deze keer helder boven de gitaren uit zodat we hem voor de verandering woord voor woord konden verstaan. De bovenzaal is vertrouwd terrein voor HOWRAH en de band klinkt daar altijd goed. De ruimte houdt de volle gitaarpartijen van Van Appeldoorn en Gijs Loots compact. Toch zou ik ze wel eens willen horen uitwaaieren in de grote zaal van Paradiso.

PAINT (bron: YouTube)

De bovenzaal was te klein voor de Amerikaanse band PAINT van Allah-Las-gitarist/zanger Pedrum Siadatian (niet te verwarren met het Canadese Paint). Ik hield het in de voorste rijen ongeveer vijf nummers vol, wat genoeg was om te kunnen constateren dat de lui achterover hangende psychedelische Syd Barrett-pop duidelijk niet aan mij was besteed. De vijf adequaat musicerende bandleden (inclusief toetsenist die een fluit tevoorschijn toverde) probeerden het geheel ritmisch interessant te houden door vierkwartsmaten enkele keren te verruilen voor een zesachtste of andere, onregelmatige maatsoort. Ze hoopten ondertussen tevergeefs dat de onopvallende akkoordenschema’s vanzelf tot liedjes zouden transformeren.

Kikagaku Moyo (bron: Bandcamp)

Hoofdact Kikagaku Moyo blijkt een grote aanhang te hebben, want de grote zaal van Paradiso was afgeladen. De vijf langharige bandleden werden er een beetje verlegen van. Ze gaan op hun albums met grote regelmaat loos in vrije spacey jams, maar lieten live minder aan het toeval over, spelend met een neiging tot perfectionisme waar meer Japanse bands om bekend staan. De feminiene uitstraling kwam behalve het uiterlijk ook tot uiting in de broze, meisjesachtige manier van zingen. Kikagaku Moyo wisselde af tussen fijnbesnaard en ongenadig rockend. Tijdens de kalme nummers werd de sitar naar voren geschoven en tijdens de luide uithalen overheerste het wah wah-pedaal van de solerende gitarist.

De band klonk het meest geraffineerd nadat twee stoelen voor op het podium waren gezet, een van de bandleden een cello tevoorschijn haalde en akoestische gitaren op de knieën rustten. Soms was de set me iets te netjes binnen de lijntjes en wenste ik dat band zich net zo onbesuisd liet gaan in psychedelische noise zoals de landgenoten van Acid Mothers Temple.

Eerder op de avond speelde het Londense duo Tomaga op het grote podium. Tom Relleen en Valentina Magaletti waren wat mij betreft het hoogtepunt van de avond. Relleen had ik tijdens Grauzone 2015 in actie gezien als bassist in The Oscillation. Magaletti speelde eerder dit jaar drums in UUUU tijdens het Haagse festival Rewire. Gezamenlijk maken ze muziek die meer Duitse dan Britse invloeden laat horen en is te vergelijken met krautrock uit de jaren negentig van bands als Kreidler en To Rococo Rot.

Tomaga (bron: YouTube)

Tomaga speelde in Paradiso ritmische soundtracks met minimale baslijnen, golvende akkoorden uit een moderne Mellotron, white noise uit een Korg MS20 en heel veel ruimte voor de drums en percussie van de onvermoeibare Magaletti. Ze drumde alsof ze minsten twee extra armen had en speelde moeiteloos tegelijkertijd een basispartij, fills op toms en herhalende melodielijnen op glockenspiel. Haar spel bleef gelukkig dienstbaar aan het totaalgeluid, want anders zaten we naar een drumsolo van drie kwartier te luisteren. Het duo klonk live warmer dan de abstracte stukken op hun recente album Music For Visual Disorders (2018) met muziek voor kunstobjecten en tentoonstellingen. De diepe bassen zorgden voor een reggae-gevoel waardoor Tomaga soms klonk als het experimentele equivalent van Sly and Robbie.


Filmpjes van PAINT en Kikagaku Moyo in Paradiso zijn te zien op het YouTube-kanaal van Maurizio During.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *