La Pirogue (Moussa Touré, 2012)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

pirogue

Na de openingsavond startte vandaag de officiële eerste dag van de derde editie van World Cinema Amsterdam, het festival voor de onafhankelijke films en filmmakers uit Latijns-Amerika, Azië en Afrika. De bovenzaal van Rialto trapte vanmiddag af met La Pirogue uit Senegal. Het voorwerp uit de titel is een houten vissersboot waarmee een groepje Afrikaanse mannen de gevaarlijke oceaanreis naar Spanje probeert te maken.

De Afrikaanse immigrant was dit jaar eerder onderwerp in Le Havre van Aki Kaurismäki en The Invader van Nicolas Provost. In die films ontmoeten we de bootvluchtelingen pas als ze arriveren in het beloofde land. Regisseur Moussa Touré begint zijn film veel eerder, vlak voordat de mannen aan boord gaan. De reizigers hebben zeer diverse motieven voor hun avontuur: profvoetballer worden of een beroemd muzikant. Sommigen willen zich voegen bij eerder vertrokken vrienden of familieleden. Een van de reizigers wil een beenprothese. Iedereen wil natuurlijk een beter leven krijgen dan ze achterlaten. Bij visser Baye Laye (Souleymane Seye Ndiaye) ligt dat anders. Hij wil zijn gezin niet verlaten voor de levensgevaarlijke tocht, maar gaat toch mee, omdat hij wil voorkomen dat zijn onervaren vriend alleen aan het roer komt te staan.

De film is in de beginfase het interessantst. We krijgen te zien hoe door slimme plaatselijke handelaren met mensen wordt gesold. Het uitbuiten begint lang voordat voet op Westerse grond wordt gezet. Mensen laten zich eenvoudig inpalmen door slimme praatjes. Niemand denkt na over een alternatief om in eigen land een beter leven op te bouwen. Baye Laye laat zich uiteindelijk te eenvoudig tot een andere mening manipuleren.

Eenmaal aan boord verliezen Baye Laye en zijn vriend de centrale rol in de film en gaan ze op in het grote ensemble van rond de dertig man en een verstekeling. De nadruk op de groep maakt de identificatie lastig en de aaneenschakeling van incidenten minder spannend dan het had kunnen zijn. Moussa Touré lijkt bewust de spanning uit de weg te gaan. Begrijpelijk, want La Pirogue had dankzij de realistisch ogende trucages gemakkelijk kunnen afglijden richting The Perfect Storm (Wolfgang Petersen, 2000).

Actie is niet Touré’s sterkste punt. Twee belangrijke actiescènes worden zo warrig gemonteerd, dat enige tijd onduidelijk blijft wat er nu precies gebeurd is en wie daarvan slachtoffer is geworden. De film weet ook nergens een gevoel van claustrofobie op te roepen zoals in Lifeboat (Alfred Hitchock, 1944), de beste film over opvarenden in een sloep op de oceaan. La Pirogue gaat over een aangrijpend onderwerp, maar komt te weinig in de buurt van de afschuw die journaalbeelden over Afrikaanse bootvluchtelingen al teweegbrengen.

6/10