Twee dagen op het International Film Festival Rotterdam 2010

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin
Un Cierta Verdad

Un Cierta Verdad

Het is onmogelijk na twee dagen en zes films een volledige indruk te geven van het International Filmfestival Rotterdam (IFFR). Dat is ook niet mijn insteek. Ik baken mijn filmkeuze altijd af en kies bewust titels die zeer waarschijnlijk nooit meer in Nederland op het grote doek te zien zullen zijn. De films komen van ver buiten Hollywood en trekken zich weinig aan van conventionele vertelmethodes. Dus geen Fantastic Mr. Fox of Bad Lieutenant: Port Of Call, maar films uit Maleisië, Mexico, Vietnam en Zuid-Korea. De keuze is vrij willekeurig, maar desondanks blijken vijf van de zes films een element te delen: water.

De enige film zonder het thema water is Un Cierta Verdad (Abel Garcia Roure, 2008). De documentaire volgt enkele, aan psychoses lijdende patiënten in de psychiatrische kliniek Parc Taulí te Sabadell, een buitenwijk van Barcelona. Abel Garcia Roure en zijn crew lijken zich onzichtbaar te hebben gemaakt, want de artsen doen hun werk zonder zich bewust te zijn van de camera. De contacten met hun verwarde cliënten worden daardoor voor de toeschouwer soms ongemakkelijk intiem.

Rode draad in de film zijn de gesprekken die een arts voert thuis bij de 58-jarige schilder en spraakwaterval Javier. De intelligente patiënt heeft meerdere stoornissen, waaronder paranoia en kosmische waangedachten. Hij ontkent ziek te zijn en houdt de arts verbaal van zich af met onnavolgbare, in hun eigen staart bijtende redeneringen. De arts probeert hem over te halen naar de kliniek te komen voor het uitproberen van nieuwe medicijnen, maar Javier is bang dat de medicijnen hem juist ziek maken en zijn DNA zullen afbreken. De verwarde logica van de gestoorde man levert een spraakverwarring op die af en toe zeer komisch is. Totdat de camera weer terug is in de kliniek, we zien hoe de genezing van sommige patiënten letterlijk een gevecht kan zijn en het lachen ons vergaat.


Eighteen

Eighteen

In twee films die ik zag op het IFFR is de zee een plek voor geliefden om zich af te kunnen onttrekken aan het dagelijkse leven. Het achttien jaar jonge stelletje in Eighteen (Jang Kun-Jae, 2009) reist stiekem naar de kust, ver weg van ouders en school in Seoel. Vroeg in de film is te merken dat de jongen Tae-Hoon (afkomstig uit een arbeidersgezin) nog zeer onvolwassen in het leven staat. Platzak moet hij bij een busstation van vreemden geld lenen voor de reis terug naar huis. Tae-Hoon heeft constant schulden, wat hij soms met klappen moet bekopen. De onhandige loner leeft impulsief als een jonge puber. Misschien is het wel goed dat hij door de dominante vader van zijn vriendin Mi-Jeong (afkomstig uit een academisch milieu) wordt gedwongen te wachten tot de universiteit vooraleer hij de relatie met het meisje kan voortzetten.

Adrift

Adrift

Ook Duyen (links op de foto) reist in Adrift (Bui Thac Chuyen, 2009) naar de kust in verband met een geheime relatie. De pas getrouwde jonge vrouw zit vroeg gevangen in een liefdeloos huwelijk met een hard werkende taxichauffeur (die waarschijnlijk impotent en misschien homoseksueel is). Om haar seksuele gevoelens ruimte te geven, gaat ze in op het aanbod van een vriend van haar beste vriendin om samen met hem een groepje Japanse toeristen te begeleiden tijdens een uitstapje van een paar dagen naar een pittoreske baai ver van het overvolle Hanoi. Aan de baai krijgt ze lichamelijk alle aandacht die ze van een man verlangt.

De ervaring levert haar een dilemma op: moet ze zich overgeven aan haar gevoelens met het risico te eindigen als een eenzame oude vrijster (zoals de geheime minnaressen van haar grootvader) of moet ze terugkeren naar haar man en de zekerheden van het gehuwde bestaan? De onderdrukte gevoelens worden het mooist gesymboliseerd in de scène waarin Duyen en haar beste vriendin onder een doek hun lichaam zuiver zweten, voor even afgesloten van de buitenwereld. De Vietnamese regisseur Bui Thac Chuyen gebruikt een dichterlijke vertelmethode die overeenkomsten vertoont met zijn landgenoot Tran Anh Hung. Diens derde speelfilm À La Verticale De L’été (2000) speelt zich grotendeels af in dezelfde baai waar Duyen haar toevlucht zoekt.


Nadar (Carla Subirana, 2008)
In haar documentaire Nadar (het Spaanse woord voor zwemmen) probeert regisseuse Carla Subirana het geheim van haar verzwegen grootvader te ontrafelen. Ze weet dat hij in 1940 ten tijde van het Franco-regime voor een gewapende overval werd gearresteerd en gefusilleerd. Na acht jaar research ontdekt ze dat opa deel uitmaakte van een anarchistisch syndicaat, tegen de fascisten vocht en stal om aan de armen te kunnen geven. In de archieven vindt ze slechts fragmenten uit zijn verleden. Het belangrijkste document is een kerkelijke aankondiging van het huwelijk met Carla’s grootmoeder, een huwelijk dat vanwege zijn dood geen doorgang vond. Grootmoeder was toen wel al zwanger van Carla’s moeder.

Nadar

Nadar

De relatie tussen de regisseuse en haar grootmoeder maakt meer indruk dan de zoektocht naar het stilgehouden verleden. In een poging het gebrek aan interessante bevindingen te camoufleren, blijft Subirana te lang stilstaan bij onbelangrijke zijpaden (zoals het mogelijke wapen dat grootvader bij de overval gebruikt zou kunnen hebben) en heeft ze een zinloos gesprek met een veteraan van de Spaanse Burgeroorlog die zich hardop afvraagt wat ze bij hem denkt te vinden. Ze past soms te opzichtig symboliek toe – zo vertelt een psychologe dat je de chaos in iemands hoofd onder meer kunt afleiden aan de chaos in zijn of haar klerenkast, waarop Subirana vervolgens letterlijk de kast van oma opendoet voor het opvouwen van de kleren. De Alzheimer van grootmoeder staat symbool voor een nationale aantasting van het geheugen. Niet alleen in de familie van de regisseuse, maar ook in de rest van Spanje worden herinneringen aan de Burgeroorlog en het leven ten tijde van Franco liever niet opgerakeld.

De documentaire oogt heel filmisch. Carla Subirana gebruikt drie filmtechnieken: de relatie met haar grootmoeder is vastgelegd op video, als onderdeel van een project voor de filmacademie; het heden wordt gevat in afgemeten kaders, kil als archiefruimtes en ziekenhuisgangen, vaak gefilmd met hulp van een steadicam; de fantasie over de laatste levensdagen van grootvader zijn in zwart-wit gefilmd als scènes uit een gangsterfilm of film noir. Daartussendoor, als rustpunt en bezinningsmoment, zien we de regisseuse in haar eentje ’s avonds in een overdekt zwembad baantjes trekken. Water als symbool van de herinnering, aldus de maakster.


Vaho (Alejandro Gerber Bicecci, 2009)
Vaho begint ambitieus, maar regisseur Alejandro Gerber Bicecci komt dat niveau in de rest van zijn debuut nooit meer te boven. Dat mag gerust een teleurstelling genoemd worden. De film opent in 1964. Een chauffeur van een vrachtwagen met watertank zoekt midden in een uitgedroogd meer een plekje op om zich af te zonderen met een hoertje. De vrouw hoort buiten een baby huilen. Ze vindt het kind spartelend op de buik bij een borst van een overleden moeder. De vondst wordt als een wonder gevierd bij een op de vindplek opgetrokken monumentje dat bestaat uit een kruis op een heuvel van lege flessen. De ceremonie – gefilmd in een indrukwekkend, lang aangehouden shot van 360° – is bedoeld om de broodnodige regen op het droge land te laten vallen. De regen blijft echter uit.

Vaho

Vaho

Na de door Carlos Reygadas geïnspireerde opening, gaat Gerber Bicecci over op een mozaïekvertelling zoals we die kennen van landgenoot Alejandro González Iñárritu. In de tegenwoordige tijd volgen we de parallel vertelde verhalen van drie moderne Mexicaanse twintigers: José, Andrés en Felipe. Het staat bij voorbaat vast dat die levens een verband met elkaar hebben en dat er een connectie is met de proloog. De portretten van de jongens zijn helaas slechts stukjes van een puzzel die in de lange flashback in het tweede gedeelte van de film netjes wordt opgelost.

Omdat alles moet kloppen, wordt alles uitgelegd en verklaard en weten we uiteindelijk waarom de vader van een van de jongens aan de drank is geraakt en elk jaar Jezus probeert te zijn bij de massale herdenking van de kruisiging, en waarom een van de jongens gefascineerd is door een oude hoer en verder niet in staat is normaal met vrouwen om te gaan. De handelingen van de jongens dienen nadrukkelijk de strakke plot. Buiten dat plot hebben zij geen leven. Vorm staat in Vaho ver boven inhoud.


Woman On Fire Looks For Water (Woo Ming Jin, 2009)
Visserszoon Ah Fei staat centraal in Woman On Fire Looks For Water. Hij vaart dagelijks met zijn vader over binnenwateren, ergens in de uiterwaarden van Maleisië, en keert terug met schamele vangsten. De bejaarde vader vermoedt dat elke dag zijn laatste kan zijn. Het spijt hem dat hij in zijn jonge jaren nooit zijn grote liefde ten huwelijk heeft gevraagd. Jarenlang heeft hij gehoopt dat haar echtgenoot vroegtijdig zou overlijden, maar de kans is kleiner dan ooit; hij zal zeer waarschijnlijk zelf eerder sterven.

Het dorpje leeft van de dood. De hele dag worden vissen gevild en zoon Ah Fei verdient een extra zakcentje met de verkoop van kikkers. Indien gewenst onthoofdt hij ze ter plekke (en in close-up gefilmd). De stervende vissen happen naar hun laatste adem, liggend op het land, verstrikt in een net. De overeenkomst tussen de vissen en de hoofdpersonages ligt voor het oprapen. Ook de zoon lijkt te worden gevangen in een verstandshuwelijk met de dochter van een schelpdiervisser van wie de moeder de jongen uit de modder langs de kust heeft gered. Het liefst is hij bij het meisje dat hij van jongs af aan kent, maar die vriendin wil alleen met hem trouwen als hij meer gaat verdienen, wat een onmogelijke opgave is.

Woman On Fire Looks For Water

Woman On Fire Looks For Water

Ah Fei kan niet kiezen en zijn twijfel duurt de volle filmlengte van 99 minuten. Regisseur Woo Ming Jin (maker van het eveneens geslaagde The Elephant And The Sea) heeft geen haast en houdt het tempo lekker landerig. Vaak staat hij stil langs de kant van het stromende water, om naar de zonsondergang te kijken, naar de voorbij trekkende visserschepen, de dode en de levende dieren en het werk van alledag. Op andere momenten wisselt hij het verhaal af met stillevens van rustende bootjes of gereedschap. Door de herhalingen te tonen van de dagelijkse handelingen voelt elke dag identiek aan. Zelfs een gewoonlijk zo ingrijpende gebeurtenis als een sterfgeval lijkt te worden ervaren als slechts een extra rimpeling in het water.

Ah Fei lijkt te berusten in zijn onveranderlijke bestaan, in tegenstelling tot de jonge vriendin die voor een drastische oplossing lijkt te kiezen. Bibberend wandelt ze het water in, wetend dat ze in het diepe zal verdrinken. Is haar uitweg een zelfverkozen dood of een manier om haar vriend wakker te schudden? Ontkomt ze aan de verdrinkingsdood en wordt ze herenigd met Ah Fei? Het meisje ligt aan de waterkant op dezelfde, onbeweeglijke manier als de vader in de openingsscène, als hij met zijn zoon praat over het leven na de dood. In de slotscène ontneemt een fel schijnende, laag hangende zon het zicht aan de gezichten van de twee jonge mensen, alsof hun laatste ontmoeting plaatsvindt in het hiernamaals. Woman On Fire Looks For Water eindigt ambigu en spookt daarom lang na.