The Boss Of It All (Direktøren For Det Hele) (Lars von Trier, 2006)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

the boss of it all 02

Lars von Trier is depressief en dat verbaast me niks. Van het idee om voor de derde keer Dogville te moeten verfilmen en weer wekenlang te moeten bivakkeren in een minimalistisch decor in een raamloze studio, zou ik zelf ook heel somber worden. Lars von Trier wilde even wat anders, maar het humoristische tussendoortje The Boss Of It All bracht blijkbaar niet de broodnodige verlossing.

De eerste Dogville, toch al een film van drie lange uren, was meer dan voldoende. De tweede versie onder de titel Manderlay was een weinig geïnspireerde herhalingsoefening zonder ook maar een spoortje van de frisheid van het origineel. Misschien komt deel 3 er helemaal niet of anders in een heel andere vorm dan Dogville 1 en 2. De tobbende Von Trier heeft het allemaal aan zichzelf te danken. Hij kan niet werken zonder zelf hindernissen op te werpen. Hij wil tegendraads met zijn dwarse methodes heftige reacties losmaken bij zijn publiek, stiekem hopend dat die reacties negatief zijn. De Deense regisseur is iemand die, als hij een eenvoudige kantoorklerk was geweest, op feestjes in een beschonken bui de kleren zou hebben uitgetrokken voor een dronken dansje op een van de tafels ten overstaan van verbouwereerde vrienden en familie. In plaats daarvan maakt hij films als The Idiots waarin dit soort onaangepast gedrag tot kunst wordt verheven.

Von Trier doet graag aan zelfkastijding. Hij is een masochistische perfectionist die nerveus wordt van zijn eigen streven naar perfectie en daarom het liefst zijn werk moedwillig saboteert. Epidemic wordt ontsierd door de filmtitel permanent linksboven in beeld, de Cinemascopebeelden wiebelen misselijkmakend in Breaking The Waves en Dancer In The Dark, de televisieserie The Kingdom is extreem grofkorrelig en rood aangeslagen, in de The Idiots loopt een cameraman pontificaal in beeld en in Dogville en Manderlay is het decor gereduceerd tot krijtstrepen. De deconstructie van een kunstwerk is voor Von Trier het middel om de eigen creativiteit te stimuleren en tot nieuwe, originele ideeën te komen, een werkmethode die vreemd genoeg tot meesterstukken leidt en het centrale thema vormt van The Five Obstructions, het vermakelijke gezamenlijke experiment met filmmaker Jørgen Leth.

the boss of it all 01

Van zoveel non-conformisme kan een mens moe worden, zeker als de rigide vorm een te strak korset wordt. Ook in The Boss Of It All, over een kantoor waarin de rol van de altijd afwezige directeur tijdelijk wordt gespeeld door een weinig getalenteerde acteur (Jens Albinus uit o.a. The Idiots), kan de regisseur het niet laten aan zelfmutilatie te doen. Hij doorbreekt vanaf de openingsbeelden direct de filmillusie en spreekt de kijker rechtstreeks toe via de weerspiegeling van de buitenramen. Hij relativeert zijn film nog voordat deze goed en wel is begonnen.

Ondanks de verschijning van Von Trier als criticaster van zijn eigen film blijft The Boss Of It All een klassieke, in drie aktes opgebouwde vertelling. Eigenlijk is het een hele gewone, doorsnee komedie, hoezeer de regisseur ook probeert zijn werk te verpesten met een vaal kantoordecor, nerveuze jump cuts, extreme verschillen in geluidsvolume en een groot aantal continuïteitsfouten (met de klok in een van de laatste scènes als meest genoemde voorbeeld). De film blijft redelijk overeind, hoezeer de regisseur probeert het tegendeel te bewerkstelligen. In de eerste twintig minuten lijkt The Boss Of It All ten onder te gaan aan algehele meligheid en overdreven acteren (met name Louise Mieritz als de schrikkerige Mette is pertinent onleuk), maar als de gewenning eenmaal toeslaat is het toch lastig niet een paar keer in de lach te schieten en mee te gaan in het nieuwe spelletje dat Lars von Trier en zijn acteurs met de kijkers spelen.

De komedie is een mindere variant op The Idiots en dus een herhalingsoefening. Het is een van Von Triers minste creaties, maar toch altijd meer dan voldoende. Zou Lars von Trier in staat zijn in de toekomst zijn publiek te verrassen met vindingrijke ideeën? Die depressie gaat wellicht nog een tijdje duren, vrees ik.