Pedro Costa: Letters From Fontainhas (1997-2006)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin
Colossal Youth

Colossal Youth

Sommige films moet je eerst gezien hebben, voordat je ze gaat zien. De eerste kijkbeurt geeft de context die je nodig hebt om de film bij de tweede keer te begrijpen en om te vergeten wat in eerste instantie ergernis opwekte. Een zeer traag tempo, een eigenaardige afwisseling van beelden en een afwijkende manier van acteren vallen de tweede keer opeens op hun plaats en zijn niet langer meer stoorzenders. Neem als voorbeeld Colossal Youth (Juventude Em Marcha) van Pedro Costa’s uit 2006, door mij, en velen met mij, als een beproeving ervaren tijdens het International Film Festival Rotterdam 2007.

Colossal Youth eist een concentratie die moeilijk is op te brengen op een volgepropte festivaldag. Geen wonder dat de bij aanvang volle grote zaal na afloop minstens gehalveerd was. De grootste exodus was tijdens de scène waarin hoofdpersoon Ventura in een lege kamer in een afbraakpand een grammofoonplaat afspeelt. Ik kon me op dat moment heel goed voorstellen waarom festivalgangers massaal de benen namen. Oppervlakkig gezien leek het alsof Pedro Costa ons aan het treiteren was door ons minutenlang naar een man te laten kijken die een plaatje draait. In mijn geheugen zat Ventura met zijn gezicht in de richting van de camera in zijn eentje aan een tafel met platenspeler en werd hij door Costa in totaalshot gefilmd. Het deuntje op de plaat klonk als een vrolijk niemendalletje. Ik kan me niet meer voor de geest halen of het liedje was ondertiteld. Ik kan met alleen maar herinneren hoe geamuseerd ik naar de vertrekkende bezoekers zat te kijken. Colossal Youth was een filmervaring, maar om de verkeerde redenen.

Bij de tweede keer Colossal Youth, gezien vanuit een comfortabele fauteuil thuis, blijkt Ventura in bovengenoemde scène voor aan in beeld met zijn rug naar de camera te zitten. Hij is niet alleen. Aan de andere kant zit een kamergenoot doelloos met een pen in het hout van de tafel te krassen. Zijn bewegingen doen de naald een paar keer uit de groeven springen. Uit de ondertiteling blijkt het liedje een opzwepend strijdlied als ode aan Luís Cabral en de onafhankelijkheid van Kaapverdië. Ventura is daar geboren en getogen en het liedje doet hem voor even zijn huidige situatie vergeten, levend in een sloopwoning in de krottenwijk Fontainhas te Barcelona. Het strijdlied blijkt het emotionele hart van Colossal Youth, wat benadrukt wordt wanneer Ventura de tekst en melodie tegen het einde van de film zelf begint te zingen. De scène maakte voor mij duidelijk hoe belangrijk de context is waarbinnen een film gezien wordt. Een filmfestival biedt soms niet de ideale omstandigheden.

Een andere context die in Rotterdam ontbrak is de plaats van Colossal Youth binnen de Fontainhastrilogie waar de film het derde deel van is. Dankzij de uitmuntende uitgave Letters From Fontainhas door het Amerikaanse kwaliteitslabel Criterion weet ik nu dat het een hoop scheelt als je de eerdere twee films kent.

Ossos

Ossos

Het contrast tussen de eerste film (Ossos) en de tweede (In Vanda’s Room) is enorm. Ossos is opgenomen op 35mm en heeft daardoor een gelikte look. De sloppenwijk Fontainhas krijgt vanwege het celluloid een lichte glans. TL-verlichting maakt de smalle stegen mosgroen. De kleine straatjes worden daardoor mooier dan ze in werkelijkheid zijn. Film heeft een verzachtend effect. De close-ups van Clotide (Vanda Duarte) maken haar gelaatstrekken, en die van haar op zussen lijkende buurvrouwen, minder hard, ook al is ze getekend door een leven dat bestaat uit weinig geld en veel zorgen. Haar leven is echter merkbaar vormgeven in een script.

Voor In Vanda’s Room gooide Pedro Costa het roer drastisch om. Het script speelt geen rol meer. De leidraad is het dagelijkse leven en hoe echte mensen omgaan met een veranderende leefomgeving. De 35mm-camera en de filmcrew bleven thuis. Costa ging zelf op pad met een videocamera en filmde van heel dichtbij, tot in slaapkamers toe. In de vervolgfilm blijkt Vanda Duarte zwaar aan de heroïne. Het grootste gedeelte van de dag verblijft ze in en op haar bed, rokend en slijm ophoestend, zonder enig uitzicht op verbetering. Soms gaat ze voor haar moeder met groente langs de nog aanwezige andere bewoners om haar verslaving te kunnen financieren.

Vanda woont samen met haar al even gedrogeerde zus Zita, haar moeder en haar grootmoeder. De eveneens aanwezige peuter maakt een zwakzinnige indruk en de enige man die zo af en toe met zijn viool het huis bezoekt, heeft de vrouwennaam Miranda. Terwijl Vanda haar eigen lichaam sloopt, worden om haar heen de verpauperde panden gesloopt. Een groep junkies probeert de sloop vooruit te blijven door van het ene pand naar het andere te verkassen, totdat ze naar de rand van de wijk zijn verdreven. Vanda en haar zus laten de sloop gelaten op zich afkomen.

In Vanda’s Room

In Vanda’s Room

In Vanda’s Room duurt drie uur. De lange tijdsduur is noodzakelijk om over te brengen dat het eenvormige, uitzichtloze leven de dagen zo lang maakt. Binnen drie uur is ook de dreiging van de langzaam naderende sloopmachines extra voelbaar. Naarmate de uren verstrijken voelt de kijker zich net zo intiem in de nabijheid van de personages als de regisseur. Hetzelfde effect bereikt de Chinees Wang Bing met zijn 545 minuten, driedelige epos Tie Xi Qu (West Of The Tracks uit 2003 (begin dit jaar in Nederland uitgebracht door Tiger Releases). Vooral het middelste gedeelte van deze indrukwekkende documentaire vertoont veel overeenkomsten met In Vanda’s Room: door de lengte, door het feit dat muren wegvallen (letterlijk en figuurlijk) en we privélevens open en bloot kunnen zien, en door de manier waarop Chinese jongeren proberen te overleven in een sloppenwijk die beetje bij beetje onder hun voeten vandaan wordt afgebroken. Bij elke gesloopte steen verdwijnt een stuk geschiedenis en daarmee een stuk van hun leven, totdat er niets meer overblijft. De aanwezigheid van de camera lijkt de geportretteerden in beide films niets te schelen. Tie Xi Qu en In Vanda’s Room lijken broer en zus.

Het is even wennen aan de manier waarop regisseur Pedro Costa scènes aan elkaar verbindt. De film worden niet door plot gestuurd, maar door een aaneenschakeling van terugkerende handelingen. Tussen de shots zit zelden een direct verband. Er lijkt chronologie te zitten in de opeenvolging van beelden, maar een actie in het ene beeld levert vaak niet een automatisch een logisch vervolg op in het volgende beeld. Zo is vaak onduidelijk of gebeurtenissen zich op dezelfde dag afspelen. De afwisseling van dag en nacht geeft nog het vermoeden dat de tijd niet stilstaat en de dagen wel degelijk verstrijken.

Dan heeft Collosal Youth, de derde film in de Fontainhas-trilogie, meer chronologie. De grijze Ventura zwerft tussen de huizen van zijn dochters, gedwongen dakloos omdat zijn vrouw hem heeft verlaten en al zijn bezittingen heeft vernield. Zijn ene dochter Bete wacht tot ze naar een nieuwbouwwijk met veel anoniem ogende hoogbouw kan verhuizen. Ze laat Ventura in eerste instantie niet binnen. De andere dochter Vanda is wel gastvrij en kletst en rookt honderduit terwijl Ventura geduldig luistert vanaf de rand van het bed, soms kijkend naar de televisie die constant aanstaat in de slaapkamer. Vanda is moeder geworden en aan het afkicken.

Ook Ventura heeft recht op een nieuwe eigen woning, maar hij voelt zich niet thuis in de kleine, kale, witgeschilderde, op gevangeniscellen lijkende kamers. In het kleine beetje dat nog over is van Fontainhas bezoekt Ventura bezoekt ook Nhurro voor een terugkerende maaltijd en de arme arbeider Lento voor een slaapplek in zijn krot. De momenten bij Lento blijken meer en meer flashbacks of fantasiemomenten te zijn, aangezien Ventura in tegenstelling tot de overigens scenes een verband om zijn hoofd heeft.

9/10