Martha Marcy May Marlene (Sean Durkin, 2011)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

marthamarcy

De poster van Martha Marcy May Marlene vat de film goed samen. De gespletenheid van Martha’s psyche is uit haar verschillende naamvarianten in de filmtitel af te leiden, maar komt minstens zo sterk over in de twee elkaar overlappende portretten.

De ene Martha vindt tijdelijk onderdak bij haar oudere zus Lucy (Sarah Paulson). De twee zijn elkaar twee jaar uit het oog verloren. De andere Martha heeft twee jaar bij een kleine sekte op een boerderij gewoond en onder invloed gestaan van de eng kalme, manipulatieve sekteleider Patrick. Heden en het traumatische recente verleden lopen op een voor Martha (Elizabeth Olsen) verwarrende wijze door elkaar heen. Omdat ze over de sekte zwijgt, hebben Lucy en haar Britse man Ted (Hugh Dancy) geen idee waarom het meisje zich zo onaangepast gedraagt.

Acteur John Hawkes (de goede oom in Winter’s Bone) als Patrick heb ik niet eerder zo sinister meegemaakt. Hij is op de poster de man op de achtergrond, constant aanwezig als een angstwekkende herinnering en de boeman die elk moment voor de deur kan staan van Martha’s veilige schuiladres. Bij deze film horen geen sprankelende kleuren. Het kleurenpalet is dan ook flets en dat ligt zeker niet aan de digitale projectie in Zaal 1 van EYE Film, het succesverhaal aan de overkant van ’t IJ in Amsterdam. In de immense bioscoopzaal lijkt het alsof je in Pathé Rotterdam zit tijdens het IFFR, een gevoel dat versterkt werd door de drukte in het pand.

Ik had vanwege de openingsdrukte expres de feestweek bij EYE aan me voorbij laten gaan, maar was vergeten dat het dit weekend Museumweekend is en het daarom alsnog een mierennest was. Het knusse pand in het Vondelpark behoort definitief tot het verleden. Het was dringen geblazen voor de drie kassa’s. Een nadeel van de drukte was dat tijdens de voorstelling niemand van het personeel tijd had om op de zaaldeur te letten. Halverwege de film sloop een oude zwerver naar binnen. Het kan ook een bejaarde Museumweekendbezoeker zijn geweest, maar het was te donker om daar achter te komen. Hij bleef een minuut of twintig onrustig op de eerste stoel van de voorste rij zitten, totdat hij besloot dat meer naar het midden een beter zicht op het grote doek bood. Duidelijk zichtbaar in mijn linkerooghoek kwam hij naderbij om de rest van de film op een meter afstand van me onrustig te blijven. Ik kon horen dat hij een mobiele telefoon bij zich had.

De gebrekkige deurbewaking was de enig smet. EYE is verder een imposant filmpaleis met een programmering die voor de allesetende cinefiel heel fijn alle kanten op gaat, van Hollywood (een retrospectief van Martin Scorsese en op vrijdag- en zaterdagavond The Hunger Games), prikkelende Europese arthouse (voorpremière van Alps) tot experiment met onder meer Dial H-I-S-T-O-R-Y (Johan Grimonprez, 2003) in het kader van Found Footage: Cinema Exposed. En de korte film als voorprogramma is in ere hersteld (het educatief verantwoorde Run Of The Mill van Borge Ring uit 1999 kregen wij voor aanvang te zien). De verplichte overtocht met de veerpont is eerder een extra attractie dan een obstakel.

7/10