Haze (Shinya Tsukamoto, 2005)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

haze1

In Waking Life (2001) van Richard Linklater vertelt Ethan Hawke over Timothy Leary en hoe Leary op diens sterfbed uitkeek naar het moment dat zijn lichaam zou overlijden en zijn brein nog zes tot twaalf minuten voort zou blijven leven totdat alle lichaamsactiviteit voor altijd zou stoppen. Een seconde in een droom is vele, onmeetbare seconden langer zijn dan een werkelijke seconde. Er moet tijd genoeg zijn om in die laatste zes tot twaalf minuten in het nog actieve brein een heel leven te dromen. Het leven na de dood als droom is niet eens zo slecht idee mits de droom van hemelse kwaliteit is en niet de claustrofobische hel van Shinya Tsukamoto’s korte film Haze (2005).

De titel zou de samenvoeging kunnen zijn van de woorden Hades (de Griekse god van de onderwereld) en maze. De digitaal geschoten hellevaart Haze speelt zich voornamelijk af in een verduisterd labyrint. Een naamloze man (gespeeld door regisseur, scenarist, producer, decorontwerper, cameraman en editor Tsukamoto zelf) wordt wakker in een onbekende, dreigende omgeving. Hij voelt aan zijn gewonde buik en schrikt als hij bloed aan zijn handen ziet. Net als de personages in Cube heeft hij geen idee hoe hij in de benarde constructie terecht is gekomen. Kruipend probeert hij zich een weg naar de uitgang te banen.

Trapsgewijs daalt hij de daaropvolgende drie kwartier af in een compacte versie van Dante’s Inferno. Na de personality hell en de claustrophobic hell bijt de man zich letterlijk vast aan een buis en schraapt hij met zijn tanden over staal, stapvoets bewegend door de sluipruimte die hem insluit. Zijn handen glijden langs een reling vol spitse uitsteeksels en zijn voeten trappen in scherven. Het is aangenamer om iemand met zijn nagels over het schoolbord te horen schrapen dan te moeten aanschouwen hoe de man in Haze schuift door benarrende gangen.

Ook de volgende stappen in de hellevaart hebben hun eigen naam. In de hammer hell slaat uit een donkere kier in de muur een hamer tegen het gezicht van de man. Via de doglegged hell valt hij met zijn hoofd naar beneden in nail hell waar de punten van spijkers als slachttanden dwars door het hoofd willen spietsen. Alle laatste krachten zijn nodig om terug naar boven te klauteren, zich afzettend tegen de klemmende muren. Onderweg ziet de man door andere kieren verschillende mensen die door een onzichtbaar mechanisme in mootjes worden gehakt. Het doolhof lijkt een slachthuis voor weerloos menselijk vee.

Aan de voet van het hellish water vindt de man de enige andere overlevende – een vrouw (Kahori Fujii), een leeftijdsgenoot, exact op dezelfde plek op de buik verwond als hijzelf. Ook zij heeft geen idee wie ze is en waarom ze zich bevindt op een vloer met haar achterhoofd stotend tegen een extreem laag plafond, omringd door vers bloedende, afgehakte ledematen. Zij neemt het initiatief om via een duik in het helse water op zoek te gaan naar the pit of light. De man heeft niets meer te verliezen en volgt haar, op de hielen gezeten door een steeds harder aanzwellend onmenselijk gegrom.

haze2

Filmmaker Shinya Tsukamoto laat, net als in zijn vorige film Vital, zijn oude thematiek achter zich. Hij heeft de oppervlakte van het menselijk lichaam verruild voor de verbeelding van het menselijk (onder)bewustzijn. Niet langer is de grote stad het decor en ondergaan de hoofdpersonages fysieke transformaties, veranderend in stalen machines zoals in Tetsuo of in vechtmachines zoals in Tokyo Fist. Sinds Vital zoekt Tsukamoto een weg door het menselijk brein en beeldt hij de innerlijke (droom)wereld van mensen uit die in een staat van shock verkeren.

Ondanks de keuze voor digitaal in plaats van celluloid blijft de werkwijze hetzelfde. Net als Tetsuo uit 1988 is Haze met beperkte middelen gedraaid en zorgt een rusteloze camera ervoor dat de kijker op de huid zit van de hoofdpersonages. In Tetsuo wordt zo de angst voor en de pijn van de transformatie voelbaar en in Haze maakt de camera de claustrofobie voelbaar. Zo vangt bijvoorbeeld de camera in hammer hell de klappen op van de onzichtbare hamer en is de camera ook de hamer zelf die op het voorhoofd van het slachtoffer slaat. Het is een benauwende subjectieve manier van filmen, consequent doorgevoerd, de kijker het gevoel gevend dat er geen uitweg is. De slotscènes, in al hun eenvoud ontroerend dichterlijk, zetten de gruwelijkheden in een verhelderend licht. De helletocht blijkt een louterende ervaring. De kwellingen zijn nodig om het licht aan het einde van de tunnel te bereiken.