When Horror Came To Shochiku: Japanse pulp op Amerikaans label Criterion

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin
Goke, Body Snatcher From Hell

Goke, Body Snatcher From Hell

Eind jaren zestig probeerde de Japanse filmstudio Shochiku, thuisbasis voor grootheden als Kenji Mizoguchi en Yasujiro Ozu, mee te varen op de lucratieve monsterfilmrage. De enige vier films die hieruit voortvloeiden zijn vorig jaar door Criterion bijeengebracht in de box When Horror Came To Shochiku. In zijn begeleidende teksten neemt filmcriticus Chuck Stephens meer dan eens het woord meesterwerken in de mond, maar dat is teveel eer voor deze verzameling curiosa. De box bevat vermakelijke mislukkingen, memorabel vanwege hun onbegrensde krankzinnigheid en in al hun knulligheid verwant met films als The Super Inframan en The Mighty Peking Man uit de studio van de Chinese Shaw Brothers en Frankenstein Conquers The World van Ishiro Honda. Om deze horror kan en mag lachen worden, op alle verkeerde momenten.

De grappigste en meest idiote van het kwartet is Goke, Body Snatcher From Hell. Een Japans passagiersvliegtuig vliegt door bloedrode wolken en krijgt te maken met een onwaarschijnlijke aaneenschakeling van pech. Om de paar minuten slaat een vogel klapwiekend te pletter tegen de ramen. Via de boordradio krijgen de piloten te horen dat er een man met bom aan boord is. Bij het doorzoeken van de bagage blijkt zich onafhankelijk van de bommenlegger toevallig ook een gewapende gek tussen de passagiers te bevinden. Even later suist een sinaasappelkleurige UFO voorbij, vliegt een van de motoren in brand en maakt het vliegtuig een noodlanding in een onherbergzame zandbak. Over de kleffe sandwiches zullen we het maar niet meer hebben.

Water en eten zijn na de crash verdwenen, maar de overlevenden hebben nauwelijks een schrammetje. Ze worden 24 uur belaagd door het snotvormige creatuur Goke van verre planeet Gokemidoro. Het wezen kruipt in mensen door een snee in hun voorhoofd te kerven en voedt zich vervolgens met het bloed van de rest van de passagiers. Het is een beetje omslachtige aanpak als je van plan bent de volledige wereldbevolking te vernietigen.

In en om het vliegtuigwrak vliegen een wapenhandelaar, een politicus en zijn vrouw, een psycholoog en een bioloog elkaar hysterisch in de haren. Een heldhaftige piloot (Teruo Yoshida) probeert iedereen te vriend te houden. Om een of andere reden vindt hij het bij voorbaat te gevaarlijk om met de groep eten, drinken en een veilig heenkomen te zoeken. De vrouwen gillen, vallen flauw en schieten met een geweer vanaf korte afstand honderd meter naast hun doel. Een van de grappigste tekstregels komt van een gestrande Amerikaanse oorlogsweduwe (Kathy Horan). War is bad! snottert ze. It makes people miserable. Ironie ontbreekt volledig, wat het allemaal extra komisch maakt.

The X From Outer Space

The X From Outer Space

Bij de overige drie films in de box valt helaas veel minder te lachen. Twee zijn gemaakt door regisseur Kazui Nihonmatsu. Vermoedelijk heeft hij geen enkele affiniteit met het genre. Er is iets mis met horror als er niets te griezelen valt. The X From Outer Space is als sciencefictionfilm geschikt voor een breed (Japans) publiek. Een groepje onderzoekers wordt samen met een lollig bedoelde communicatiemedewerker op een missie naar Mars gestuurd in de wetenschap dat alle eerdere missies fataal zijn afgelopen. Desondanks is de stemming opperbest, alsof het gaat om een opwindend bedrijfsuitje. Een passerende UFO levert onder de bemanning geen wetenschappelijke discussies op over het mogelijke bestaan van buitenaardse intelligentie. De enige les die de kijker van de UFO leert is dat de afkorting staat voor unidentified flying object.

De onderzoekers zijn zo weinig onder de indruk, dat het ook voor de kijker moeilijk wordt enige opwinding te voelen tijdens hun avontuur. Zonder het te weten brengt de missie de kiem terug naar de aarde van een uit de klauwen groeiende kruising tussen een robot en een plofkip. De reus stampt als een derderangs Godzilla op destructieve wijze door de bebouwde kom, achtervolgd door een compleet legerarsenaal dat tevergeefs het volledige Japanse defensiebudget erdoorheen jaagt. Dat levert minder spektakel op dan we gewend zijn van de monsterfilms van Shochiku’s grote concurrent Toho.

Genocide

Genocide

Nihonmatsu’s tweede monsterfilm Genocide is nog minder geslaagd. Het begint al heel klunzig in de cockpit van een Amerikaanse B52. Een zwarte militair hoort een bij zoemen en krijgt acuut last van hevige oorlogstrauma’s, het soort waarbij je per ongeluk een atoombom op scherp zet. In de consternatie vliegt de bommenwerper door een immense zwerm bijen en stort het brandend in zee. De bijen blijken van een superintelligent soort, gekweekt in een geheim laboratorium op een Japans eiland. Het enige doel van de beestjes de vernietiging van de mensheid. Ze zijn zo intelligent dat ze in staat zijn een B52 te herkennen en te weten dat daar een op scherp staande atoombom in opgeslagen ligt. Praten kunnen ze ook.

De bijen doden twee Amerikanen en verwonden de zwarte militair ernstig genoeg om geheugenverlies bij hem te veroorzaken. Vertegenwoordigers van het Amerikaanse leger en een hele saaie wetenschapper proberen het raadsel van de insecten te achterhalen en en passant de wereld te redden van de ondergang. Genocide is het soort film waarin slechteriken uitvoerig hun snode plannen uit de doeken doen, daarmee hun tegenstanders alle kans gevend alsnog bijtijds in te grijpen. Genocide legt ook heel vaak en omslachtig uit dat de film over het thema genocide gaat, geïllustreerd door een bombardement aan herhaalde archiefbeelden met wreedheden uit de moderne geschiedenis.

The Living Skeleton

The Living Skeleton

The Living Skeleton is de enige film in de serie in sfeervol zwart-wit. Een vrouwelijk spook met lange zwarte haren plaatst het verhaal in een lange Japanse griezeltraditie. Het spook is de tweelingzus van de jonge Saeko (Kikko Matsuoka). De zus verdween drie jaar eerder samen met een door piraten overgenomen schip waar ze met haar echtgenoot mee op reis was. Saeko voelt nog steeds telepathisch contact. Wanneer een onbemand schip uit de mist opduikt, wordt dat gevoel steeds sterker. De film laat vaak in het midden of het Saeko zelf is of haar spookzus die de voornaamste leden van het piratentuig thuis komt straffen voor hun wrede daden. De bewuste onduidelijkheid over de identiteit van de belager komt de geheimzinnige sfeer ten goede.

Alle films in de box hebben een nihilistisch slotakkoord. De ontknoping in de finale van The Living Skeleton wijkt extreem af vanwege het perverse karakter en is daarmee het minst geschikt voor de jeugdige doelgroep waar indertijd op gemikt zal zijn. De special effects stellen weinig voor. Van de modelbootjes en -vliegtuigjes en de vleermuizen aan touwtjes wordt niemand bang. De piepende deuren op de soundtrack zijn effectiever. In zwart-wit is de schaduw dieper en de kans groter op vanuit het duister opspringend gevaar. Kunnen we eindelijk een beetje griezelen.

Goke, Body Snatcher From Hell 5/10 | The X From Outer Space 4/10 | Genocide 4/10 | The Living Skeleton 6/10