On the road: Last Conversation (2009) & Picnic (2007)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin
Last Conversation

Last Conversation

Last Conversation (Noud Heerkens, 2009) is een interessant vormexperiment, maar geen geslaagde film. Dat ligt niet aan actrice Johanna ter Steege die in haar eentje, als enige personage in beeld, de film moet dragen, voor het merendeel close-up gefilmd terwijl ze door een heuvelachtig landschap (België?) rijdt met onbekende bestemming. De laatste conversatie uit de titel is het telefoongesprek dat ze met enkele tussenpozen voert met haar ex. Ter Steege’s knappe acteerprestatie wordt in één take door vijfentwintig, aan de auto gemonteerde camera’s geregistreerd. Begeleid door een onheilspellend brommende soundtrack horen we slechts de helft van het gesprek en uit die ene helft moet de kijker proberen een geheel te vormen. Zelf ben ik sinds het mobiele telefoontijdperk allergisch voor dit soort gesprekken, waar je hoofdzakelijk in treincoupés mee wordt lastiggevallen. In de bioscoop geconfronteerd te worden geconfronteerd met een half telefoongesprek van 75 minuten roept bij mij om die reden dan ook vooral weerstand op. Zo rijk als de film visueel op de vierkante centimeter is, zo onbeduidend zijn de halve dialogen. En waarom een Engelse titel voor een Nederlands(talig)e film?

Picnic

Picnic

Ook de Roemeense regisseur Adrian Sitaru is in zijn Picnic aan het experimenteren. Hij filmt letterlijk vanuit de ogen van zijn personages. De kijker zit voornamelijk afwisselend in het hoofd van Lubi (Ioana Flora) en Mihai (Adrian Titieni). De eerste tien minuten rijden zij kibbelend in de auto en kijken we om beurten op vrouwenhanden aan het stuur en vanuit het perspectief van haar vriend naast haar. Dat levert veel zwiepende camerabewegingen op, maar knap gedaan en weldoordacht is het zeker. Door telkens, en vrij hectisch, heen en weer te monteren tijdens hun ruziënde conversatie, lijkt het alsof we als kijker tussen de twee personages in terecht zijn gekomen. Sitaru brengt hen heel dicht bij de kijker, een sterk effect dat echter teniet wordt gedaan door de afstotende immorele handelingen van het onwaarschijnlijke paar.

Buiten de stad, vlakbij de picknickplek, botst hun auto tegen een jonge vrouw aan die, te oordelen aan haar outfit, langs de weg aan het prostitueren was, zoals zoveel jonge vrouwen in de omgeving. In plaats van naar het ziekenhuis te rijden, dumpen ze het meisje in de bossen, een handeling waardoor gewetensvolle kijkers het liefst emotioneel zoveel mogelijk afstand van het paar willen nemen. De onwaarschijnlijke plot (een zeer verbale variant op Mes In Het Water van Roman Polanksi) laat me daarnaast met te veel onbeantwoorde vragen zitten, waaronder de vraag waarom het paar uitgerekend deze locatie, die duidelijk een afgelegen afwerkplek is voor prostituees en hun klanten (merendeels vrachtwagenchauffeurs), als picknickplaats heeft gekozen. Het beeldexperiment is prikkelender dan het verhaal.