The Koker Trilogy (Abbas Kiarostami, 1987-1994)

Facebooktwitterpinterestlinkedin

Koker is een Iraans dorp nabij de Kaspische Zee. Regisseur Abbas Kiarostami maakte in en rondom dit dorp drie films die door filmhistorici later gezamenlijk The Koker Trilogy werden genoemd. De filmreeks is sinds dit jaar eindelijk in volle glorie op Blu-ray te bewonderen dankzij het label Criterion.

Abbas Kiarostami (1940-2016) werkte sinds eind jaren zestig voor het Iraanse Institute for the Intellectual Development of Children and Young Adults dat hij mede had opgericht. Hij had al meerdere educatieve films gemaakt voordat hij het scenario schreef van Where Is The Friend’s House? (1987). De film was eigenlijk bedoeld voor een andere regisseur, maar werd toch Kiarostami’s project. Hij reisde naar Koker en koos zijn acteurs uit de plaatselijke bevolking. Voor de rollen van de twee schoolmaatjes viel zijn oog op de broertjes Babek en Ahmed Ahmedpour.

Where Is The Friend’s House? heeft op papier een zeer eenvoudig uitgangspunt. Achtjarige scholier Ahmed ontdekt thuis dat hij per ongeluk het notitieboek van zijn schoolvriend Mohammad Reza in zijn tas heeft gestopt. Hij wil het gaan teruggeven om te voorkomen dat Mohammad van school gestuurd wordt. De strenge schoolmeester had daar eerder op de dag geen twijfel over laten bestaan. Ahmed weet niet precies waar zijn maatje woont en krijgt ook geen toestemming van zijn moeder om op zoek te gaan in het dorpje achter de heuvel. Gedreven door zijn geweten gaat de jongen toch op pad.

Kinderen spelen vaak de hoofdrol in Iraanse films. Het kinderperspectief is onder meer een manier om volwassen thema’s aan te snijden zonder argwaan te wekken bij de staatscensuur. Ahmed is als gewetensvol kind een rolmodel, maar hij is ook een rebel die zich tegen autoriteiten keert. Soms moet je opgelegde regels opzij zetten om een goede daad te kunnen verrichten.

Farhad Kheradmand in And Life Goes On

Een paar jaar na Where Is The Friend’s House? werd het gebied waar de film werd opgenomen getroffen door een zware aardbeving. Op 21 juni 1990 verloren tussen de 35.000 en 50.000 het leven. Abbas Kiarostami vertrok uit Teheran en ging op zoektocht, bezorgd over het lot van zijn jonge hoofdrolspeler Babek Ahmedpour. Dit gegeven werd het uitgangspunt van And Life Goes On (1992). Kiarostami laat documentaire en fictie in elkaar overvloeien om te laten zien hoe mensen proberen een grote tragedie te verwerken tussen het puin van hun dorpen. Niet het einddoel van de reis is het belangrijkste in de film, maar de omwegen ernaartoe en de verhalen van mensen die de regisseur (Farhad Kheradmand) en zijn meereizende zoontje (Buba Bayour) onderweg tegenkomen.

Op de commentaartrack bij And Life Goes On vergelijkt filmcriticus Jonathan Rosenbaum Kiarostami’s manier van vertellen met de manier waarop Pieter Bruegel de Oude schilderde. De meesterschilder plaatste het onderwerp van zijn schilderijen zelden centraal op het doek en haalde in plaats daarvan ogenschijnlijk minder belangrijke taferelen naar de voorgrond. Het verhaal wordt bij Kiarostami ook niet hapklaar opgediend, maar moet door de kijker gevonden worden in de marges van het beeld. De regisseur bekijkt soms net als de schilder de gebeurtenissen van grote afstand (door Rosenbaum the cosmic longshot genoemd) zodat je heel goed moet kijken naar menselijke bewegingen in de verte om hun handelingen te kunnen interpreteren. Op het televisiescherm werkt dat minder goed dan in de bioscoop, zoals is te merken in de slotscène van Through The Olive Trees (1994), het derde deel van de trilogie, over twee plaatselijke acteurs die het pasgetrouwde jonge stel spelen in And Life Goes On. Ook in deze film wordt de vierde wand meer dan eens doorbroken.

Tahereh Ladanian in Through The Olive Trees

Criterion heeft zoals gebruikelijk meerdere bijzondere extra’s toegevoegd. Eén daarvan is Kiarostami’s documentaire Homework (1989) over het Iraanse basisonderwijs in de nadagen van de oorlog tussen Iran en Irak. De regisseur uit aan het begin van de film hardop zijn twijfels over wat hij precies wil vertellen en ontdekt gaandeweg zijn hoofdonderwerp wanneer een van de geïnterviewde leerlingen trillend van angst voor de camera staat. De documentaire Abbas Kiarostami: Truths And Dreams (1994) leert ons iets over de manier waarop de regisseur omgaat met ongeschoolde acteurs. Ze hoeven in ieder geval nooit te te rekenen op complimentjes. Je mag zo je bedenkingen hebben over de onconventionele wijze waarop de regisseur kinderen aan het huilen krijgt. Hun waardering voor Kiarostami wordt er desondanks niet minder op. Het filmportret laat ook op soms komische wijze de relatie zien tussen mensen en de camera die op hun gezichten gericht staat. Het maakt mensen vaak niet uit of ze op positieve of negatieve wijze in beeld worden gebracht, zolang ze maar in beeld zijn. Wat dat betreft is er geen verschil tussen Iraniërs en menige westerling.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *