The Ex Festival in Paradiso (30 september 2018)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

Het festival van The Ex in Paradiso was afgelopen zondag een dubbel verjaardagsfeestje. De band mocht het 35-jarig bestaan vieren in drie zalen van het 50-jarige podium. The Ex toonde zich in Paradiso met het gevarieerde festivalprogramma wederom als pleitbezorger van grenzeloze diversiteit.

In tegenstelling tot het vorige The Ex Festival in Paradiso in maart 2014 waren de deelnemende acts ditmaal verspreid over het gebouw, inclusief de kelder. Iedereen kon op de avond een eigen programma samenstellen. Sommige bevriende bezoekers liepen we pas na middernacht in de bovenzaal voor het eerst tegen het lijf omdat zij compleet andere keuzes hadden gemaakt.

Massicot

Ons eindstation was het Zwitserse trio Massicot. De drumpartijen van Colline Grosjean en de atonale gitaargeluiden van Simone Aubert (Hyperculte) lieten horen dat de invloeden van The Ex niet aan het meer van Genève zijn voorbijgegaan. De onconventioneel opbouwde liedjes – meer no wave dan krautrock – waren constant scheef maar bleven probleemloos in evenwicht vanwege een vindingrijke steady beat en de minimalistische loopjes op de rode babybasgitaar van de monotoon zingende Mara Krastina. Heel even klonk een effect over de bas dat leek op het basgeluid van de Nijmeegse band Mekanik Kommando. Het zal vast geen toeval zijn geweest dat bovenzaal-DJ en MC Richard Foster voorafgaand aan Massicots optreden de Mekanik Kommando-klassieker Connection-Disconnection draaide.

Een andere act die we in de bovenzaal zagen was het duo Anne-James Chaton en Andy Moor met nummers van het album Heretics. Die plaat is gewijd aan ketters door de eeuwen heen, zoals Caravaggio, Jose Mujica, Marquis de Sade en Johnny Rotten. Moderne ketter William Burroughs richtte postuum vanaf een wit doek zijn geweer op het publiek terwijl zijn karakteristieke nasale stem als elastiek elektronisch werd uitgerekt door de laptop van Anne-James Chaton. De laptop braakte verder voornamelijk industriële loops als ritmische ondergrond voor het geïmproviseerde snaargeraas van Moor. De Franse woordspelingen en taalvondsten van declamerende spraakmachine Chaton werden door noise bedolven. Bij het nummer Heidsieck’s Chords konden we de teksten gelukkig goed volgen vanaf het scherm. Chaton dreunde de namen op uit een lijst met voornamelijk mannelijke auteurs. Het duurde even voordat ik doorhad dat Moor, die voor even met zijn rug naar het publiek stond, de lijst gebruikte als partituur. Woorden werden akkoorden.

Anne-James Chaton & Andy Moor

Elk lid van The Ex trad op met een eigen zijproject. De vier bandleden kwamen later op de avond bijeen voor een optreden in de grote zaal. Festivalgangers kwamen uit de diverse Paradiso-uithoeken toegesneld om het concert van de festivalcurator bij te wonen. Het kwartet stelde zich bescheiden op door niet de rol van afsluiter op zich te nemen en niet veel langer te spelen dan hun collega’s. In tegenstelling tot de presentatie van het album 27 Passports, eerder dit jaar in de feestzaal van een Ethiopisch restaurant in Amsterdam-Noord, was er geen ruimte voor een toegift. Wat het publiek betrof had The Ex tot diep in de nacht mogen doorgaan. Vooral de andere muzikanten in de zaal werden zichtbaar meegesleept door de dansbare set. Ze lieten zich optillen om ruggelings in extase over de handen van het publiek te drijven. We zagen onder meer bassist/gitarist Jasper Stadhouders en Oscar-Jan Hoogland voorbij zweven. Zij presenteerden zelf eerder op de avond Practical Music in de Paradiso-kelder.

Oscar-Jan Hoogland had zoveel instrumentarium meegebracht dat er in de kelder voor publiek bijna geen ruimte meer was. De toetsenist had zichzelf onder de gewelven ingebouwd tussen onder meer zijn onafscheidelijke wonderlijke klavier, twee synthesizers, een cassetterecorder, meerdere megafoons, houten kraakdozen met primitieve hendels en immense hoorns, een stuk of vijftien platenspelers en een flipperkast. Jasper Stadhouders stond op enige afstand aan zijn snaren te trekken. Een jazzdrummer bleef anoniem verborgen achter de ruggen van omstanders. De lange geïmproviseerde set klonk als een verkeersopstopping op een Afrikaanse rotonde. Een onzichtbare zangeres probeerde vanaf cassette boven opgefokte claxons en een langzaam jankende sirene uit te komen.

Oscar-Jan Hoogland

Hoogland liep heen en weer tussen de vele instrumenten. Hij verloor eenmaal zijn evenwicht door toedoen van een verkeerd getimede beweging richting de achter hem geplaatste mengtafel. Zijn val werd opgevangen door zes draaitafels met ieder een exemplaar van het debuutalbum On The Line van Guus Janssen. Toen de omgevallen apparaten min of meer weer werkten zette Hoogland de naald op de zes albums en veranderde het optreden kortstondig in een pianolarecital van Conlon Nancarrow.

Nog meer humor was in de bovenzaal te beleven bij Gummbah en zijn bloemlezing uit de bodemloze serie Net Niet Verschenen Boeken. De cartoonist reeg op kruidenierstoon een reeks melige boektitels aaneen en citeerde bespottelijke gedachtespinsels die voor poëzie moesten doorgaan. Zijn hilarische lezing werd op het scherm achter hem geïllustreerd aan de hand van voorbeelden uit gefingeerde beeldromans en fotoboeken. Gummbah werd geflankeerd door het brein achter Leonard Bedaux Cinema. Diens video’s van eenzame bomen, dode muren, treurige jaren-zestig-nieuwbouw en andere Hollandse lelijkheid werden begeleid door verkeerd vertaalde pop- en volksmuziek. Onbenullig voorwerpen werden voor schut gezet in uit de hand geschoten filmpjes, zoals de baal hooi die werd toegezongen in het filmpje Altai Kai N°9 (zie hieronder). De meligheid van Gummbah was zo aanstekelijk dat we tot aan de laatste grap in de bovenzaal bleven hangen en ons moesten haasten om drie trappen lager het eerste nummer van HOWRAH mee te pikken.

De gevarieerde avond bracht naast melodieuze indienoise, Afrikaanse en Koerdische muziek, vrije improvisaties, dubbele drumsolo’s en grappenmakerij ook een terugkeer naar de wortels van de Nederlandse rock en jazz. Het festival werd namelijk geopend door drumband Hallelujah Makkum uit het ouderlijk dorp van Ex-zanger/gitarist Arnold de Boer.

Drumbands zijn naast kerkorgels en de plaatselijke harmonieorkesten voor veel Nederlanders de eerste kennismaking geweest met live uitgevoerde muziek. Uit drumbands komen rock- en jazzdrummers voort en harmonieorkesten en fanfares waren het startpunt voor menige Nederlandse jazzheld. De Kift, die uit dezelfde Wormer-scene voortkomt als The Ex, legt de link tussen fanfare en punk en deed dat al in voorloper Svätsox. De hoogste tijd om de lokale drumband als inspiratiebron in het zonnetje te zetten op een festival waar je zulke muziek niet snel verwacht.

Zea met drumband Hallelujah Makkum

Drumband Hallelujah Makkum luidde het festival in door de grote zaal binnen te marcheren en mee te spelen met een greep uit het repertoire van Arnold de Boers project Zea. De muzikant werd onder het balkon terzijde gestaan door vier gastblazers, onder wie saxofonist John Dikeman en trombonist Joost Buis. Drumband, rock en jazz zetten gezamenlijk op luide en opzwepende wijze de eclectische toon voor de rest van de geslaagde avond.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *