Piroshka live in Paradiso (26 april 2019)

Facebooktwitterpinterestlinkedin

Miki Berenyi was weer even terug in Amsterdam. De laatste keer dat ik haar met de band Lush zag spelen was op 13 mei 1994 in de Melkweg. Van dat concert kan ik me helemaal niets meer herinneren. Blijkbaar was het niet zo bijzonder als het Amsterdamse debuut op dezelfde plek in 1990 of zo teleurstellend als het door feedback geplaagde optreden in Paradiso in 1992. Vrijdag stond Berenyi voor het eerst in Paradiso met haar nieuwe supergroep Piroshka.

Nostalgie is lucratief en overheerst daarom op de posters van zalen in het Nederlandse clubcircuit. Jonge muzikanten gaan op tournee met favoriet repertoire van oude, vaak overleden pophelden en oude muzikanten herkauwen hun grote hits. Gitarist/zangeres Miki Berenyi had wellicht meer mensen naar de kleine zaal van Paradiso kunnen trekken als ze vrijdag songmateriaal van Lush had vertolkt, maar ze had geen behoefte om zichzelf te herhalen. Gelijk heeft ze. Nieuwe tijden vragen om nieuwe liedjes en die speelt ze met Piroshka. De band bestaat naast Berenyi uit gitarist Moose, bassist Michael Conroy (Modern English) en drummer Justin Welch (Elastica), live aangevuld met Mew Welch (toetsen, achtergrondzang) en Sukie Smith (percussie, achtergrondzang).

Uit de titel van Piroshka’s debuutalbum Brickbat spreekt de behoefte om uit protest een steen als wapen op te pakken. Berenyi & co hebben moeten toezien hoe Groot-Brittannië sinds de Brexit steeds meer lijkt op een open psychiatrische inrichting. De band zingt de frustratie meteen van zich af in openingsnummer This Must Be Bedlam dat eveneens dient als startpunt van de set. Ook in het daaropvolgende nummer Run For Your Life klinkt Piroshka een stuk feller dan de lieflijke shoegaze van Lush.

Berenyi laat tussen de nummers politieke praat achterwege, want de songteksten spreken voor zichzelf. Ze heeft het in plaats daarvan over de opvallende hoge leeftijd van de aanwezigen en haar knieën die protesteerden tijdens het beklimmen van de vele trappen in Paradiso. Moose zit met zijn gedachten bij de aanstaande wedstrijd in de Champions League van zijn favoriete voetbalclub Tottenham Hotspur tegen Ajax. De band werkt inclusief bedaarde nummers toe naar het dansbare Never Enough en het strijdvaardige What’s Next, wat mij betreft het hoogtepunt van Brickbat. De synthesizers van de vrolijk springende Mew Welch komen steeds meer boven de gitaren uit. Bassist Conroy schrikt even op wanneer de white noise uit de Korg schriller sist dan hij gewend is.

Piroshka komt terug voor de onvermijdelijke toegift en neemt afscheid met een bevlogen versie van It’s Obvious van Au Pairs, omdat naast de Brexit-zorgen ook seksuele politiek deze avond niet mag ontbreken. Na afloop staan de muzikanten volgens DIY-traditie zelf merchandise te verkopen. Ze nemen alle tijd voor hun fans ondanks de lange nachtrit naar Berlijn die de band direct daarna moet ondernemen.

Beneden in de grote zaal van Paradiso betreden we een andere wereld. De gemiddelde leeftijd is tien jaar hoger bij het gemoedelijke muziekfeestje van pianist Jools Holland & His Rhythm & Blues Orchestra. Gastzanger Marc Almond lijkt vanuit de verte de enige op wie het verloop der jaren geen invloed heeft gehad. Zijn vocale uithalen zijn krachtiger dan ooit en hij hoeft niet hoorbaar op adem te komen. Almond wijst en zwaait en kijkt ons recht in de ogen aan. Iedereen zingt, wuift en klapt mee bij Say Hello, Wave Goodbye en natuurlijk Tainted Love. Nostalgie is een warm bad, maar ook daar kun je in verdrinken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.