Parklicht 2018: hedendaagse lichtkunst in het Oosterpark

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

Herman Lamers

Het Amsterdamse Oosterpark stond de afgelopen dagen voor het tweede achtereenvolgende jaar in het teken van de gratis toegankelijke lichtkunsttentoonstelling Parklicht. De organisatie had er wijs voor gekozen om de tentoonstelling een maand eerder te laten plaatsvinden dan in 2017. De weersomstandigheden waren beter dan de vorige keer en ideaal voor een uitgebreide wandeling langs de exclusief voor Parklicht gemaakte kunstwerken. Wie het toch iets te koud vond kon op zaterdagavond de warmte opzoeken in de kapel van Hotel Arena tijdens de première van de audiovisuele coproductie Krysalis.

Parklicht houdt de tentoonstelling van hedendaagse Nederlandse lichtkunst bewust klein, in tegenstelling tot de grootschalig aangepakte toeristische attractie Amsterdam Light Festival in het stadscentrum. Parklicht beperkt zich tot noordkant van het Oosterpark, in het gebied tussen Hotel Arena en het Tropenmuseum. Bijna alle werken zijn gebaseerd op het gebruik van wit licht of blacklight. In veel gevallen is less is more van toepassing. Zonder plattegrond zouden sommige werken nooit gevonden worden, zoals het neonlicht van Willem Marijs onder de steenblok met het Mariabeeldje bij Hotel Arena of het daglicht van Veerle Thoben dat ’s avonds door de bomen op de stoep naast het Tropeninstituut schijnt.

John Oosting

Het Oosterpark bood vijf avonden een rustige omgeving die recht deed aan het verstilde en minimalistische werk van bijvoorbeeld de Japanse kunstenaar Yasuhiro Chida, de enige deelnemer van buiten Nederland tijdens deze editie van Parklicht. Het eerste object dat bezoekers van hem tegenkwamen als ze via de westkant het park waren binnengekomen, was een lichtvlek die als een verdwaalde geest over de grond zweefde en subtiel glinsterde door toedoen van minuscule waterdruppels. Even verderop stond in het donker tussen bomen een spinnenweb van staaldraad dat zichtbaar gemaakt werd door het schijnsel van een bewegende lamp. De kleine bewegingen van de lamp brachten een groot diepte-effect teweeg.

Willem Marijs

Er waren genoeg werken die ook door toevallige voorbijgangers niet waren te missen. De blauwe lichten waarmee Peter Vink vanaf tientallen meters afstand de contouren van de achtergevel van het Tropeninstituut accentueerde was de duidelijkste indicatie dat er iets bijzonders aan de hand was in het Oosterpark. Het bewegende lijnenspel van Ingrid Roos en Elly Sloep op de muren van de open tussenverdieping van het Amsterdam Tropen Hotel waren van buitenaf goed zichtbaar, maar natuurlijk het best te zien wanneer je de wenteltrap besteeg.

Ingrid Roos & Elly Sloep

Parklicht verraste omwonenden met plekken in het Oosterpark waarvan ze niet wisten dat ze bestonden. In de achtertuin van het voormalig ontleedkundig laboratorium aan de Mauritskade bleek tijdelijk een kunstenaarscollectief te huizen. Dappie deed op eigen, afwijkende wijze met de tentoonstelling mee onder de titel Achterlicht. Parklicht was ook een goede reden om voor het eerst sinds 2001 weer eens een bezoek te brengen aan de kapel van Hotel Arena. Daar ging zaterdag als onderdeel van Parklicht het muziekstuk Krysalis in première, een audiovisuele coproductie van lichtkunstenaar Heleen Blanken en de formatie Slagmann.

Blanken maakte eerder installaties voor onder meer een theatertour van de band Moke en een liveshow van techno-producer Jeff Mills. Voor Krysalis construeerde ze een drie meter hoge cocon als symbool voor metamorfose. Het object bungelde prominent boven het podium. DJ/geluidskunstenaar Guy Blanken alias Talismann bleef half verborgen in de achterhoede. Twee percussionisten van Slagwerk Den Haag zaten tegenover elkaar achter tafels met een assortiment aan instrumenten.

De ongeveer zestig minuten durende set bevatte in de eerste twee delen invloeden uit de dance. Een pulserende bastoon had veel weg van het stuiterende ritme in Digeridoo (1992) van Aphex Twin. De percussionisten vulden de elektronische basis aan met allerhande percussie-instrumenten. In de loop van het optreden vond een muzikale metamorfose plaats en namen de akoestische instrumenten het initiatief over. De grens tussen elektronisch voortgebrachte muziek en akoestische ritmes werd steeds vager. De muzikanten haalden de klappen, tikken en minimale melodiepatronen door effectapparatuur en maakten loops waar ze nieuwe ritmes overheen legden. De composities kregen meer verwantschap met industriële trommelaars als Test Department en postindustriële ambient, gecombineerd met ritualistische muziek uit Tibetaanse kloosters, zeker toen de percussionisten al blazend een geluid voortbrachten dat leek op een dungchen.

Krysalis

Ergens halverwege werd de cadans onderbroken en wreef de percussionist links over het vel van de immens trom waar hij achter zat. Het geluidseffect had iets weg van het verschuiven van tektonische platen. De rij blauwe lampen aan de voet van het podium knipperden voorzichtig mee. De lichten trokken zich de rest van het optreden veel minder aan van de ritmische figuren. De grote cocon trok de meeste aandacht, omdat de verrichtingen van de muzikanten zich in het donker speelden. Het object hing eerst stil en leek in onbewogen positie meer op het immens uitvergrote lichaam van een mier dan iets waar een vlinder uit zou kunnen kruipen. Projecties zorgden voor bewegingen die eerst leken op krioelende mieren en daarna op een uitvliegende zwerm vleermuizen.

Het duurde even voordat de lichtsculptuur om zijn eigen as begon te draaien en zich volledig aan de toeschouwers openbaarde. De metalen naden weerspiegelden het licht en lieten het dansen op de muren. Soms verkleurde het oppervlak vanwege de lichteffecten. De achterkant was opengebroken en bood een blik in het binnenste. Spiegels maakten het interieur van de cocon groter dan de buitenkant.

Het thema van de metamorfose beperkte zich tot de muziek. Die was niet echt vernieuwend, maar vanwege de twee geschoolde muzikanten zeker afwisselend genoeg om een klein uur te blijven boeien. De draaiende cocon kon geen volledige set de interesse vasthouden. Een gehoopte apotheose bleef uit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *