Little Black Spiders (Patrice Toye, 2012)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

littleblack

Het grootste manco van Little Black Spiders is dat het beetje aanwezige drama helemaal aan het eind van de film zit, als mosterd zonder maaltijd. We moeten een film lang wachten tot de zeventienjarige Katja (Line Pillet) bevalt van haar baby. Omdat het een ongewenste zwangerschap betreft, zit het meisje samen met lotgenoten een paar maanden op een geheime zolder in een afgelegen katholiek ziekenhuis, want zo ging dat in België in de jaren zeventig. Het kind zal ze na geboorte direct moeten afstaan aan adoptieouders, maar dat dringt pas laat tot haar door.

Hoe vul je een film waar tot aan het einde niets in gebeurt? Patrice Toye, maakster van het veel betere Rosie (1998), laat de meisjes spelletjes spelen, een Griekse tragedie voorbereiden en uitvoeren met tuinman Henrik (vaste Vlaamse oproepkracht Sam Louwyck), en relaxen in het bos, precies zoals de meisjes in Picnic At Hanging Rock (Peter Weir, 1975), een klassieker waar te vaak heel nadrukkelijk aan wordt gerefereerd.

Af en toe rijdt een groepje jongens op brommers voorbij, maar die vormen verder geen gevaar. De mannenrollen, zoals ook de korte bijrol van komiek Wim Helsen, bevinden zich in de marge, wat begrijpelijk is gezien het thema. De vaak slecht verstaanbare, niet ondertitelde Vlaamse dialogen zijn voornamelijk stoplappen die het verhaal zelden op gang brengen. Er wordt veel gepraat zonder de plot te ondersteunen. In een knullig geënsceneerde scène praten de meiden onverstaanbaar door elkaar, alleen om een van hen heel hard te laten schreeuwen dat het over moet zijn met het onverstaanbaar door elkaar praten.

De andere meisjes blijven marginale bijfiguren en zijn niet veel meer dan stereotypen (het hysterische meisje, het ongelukkige dikke meisje, het eigenwijze punkmeisje). Debuterende actrice Line Pillet speelt Katja met constant opengesperde reeënogen en gebruikt heel vaak het woordje schoon (Vlaams voor mooi). Er groeit een vriendschap met Roxanne (Charlotte De Bruyne), het rebellerende meisje, maar waarom ze in hun belangrijkste scène voor de climax ‘s nachts in de open lucht op het dak van het ziekenhuis slapen, is mij een raadsel. Ja, het oogt filmisch, maar praktisch is het niet en een koutje is snel gevat.

Het ziekenhuisregime is streng, maar niet zo streng als het Magdalene Sisters Asylum in het thematisch verwante, maar vele malen betere The Magdalene Sisters (Peter Mullan, 2002). Geen lijfstraffen of eenzame opsluiting ditmaal. Als een van de meisjes een etmaal de benen heeft genomen, wordt ze bij thuiskomt slechts vermanend toegesproken. Het conflict tussen de zwangere meisjes en de leiding wordt in het script te weinig uitgebuit. Little Black Spiders (de titel verwijst naar een liedje dat in de film wordt gezongen) loopt zielig af, maar door de gebrekkige opbouw konden de drie bezoekers in De Balie (mezelf meegerekend) daar geen traan om laten.

3/10