In Memoriam Steve Albini

Facebooktwitterpinterestlinkedin

Het onverwachte overlijden van muzikant en engineer Steve Albini bracht vandaag op social media een schokgolf teweeg onder muziekliefhebbers. De man was een legende. Mijn eerste kennismaking was via VPRO’s radioprogramma Frontline. Het is groot en het is zwart en het komt uit Amerika, zei presentator Gerard J. Walhof voordat hij in 1985 Kerosene van Albini’s band Big Black opzette. Sindsdien was er geen jaar zonder dat Albini op een of andere manier weer een nieuwe plek wist bemachtigen in mijn platenkast. Toen zijn band Shellac in april 2002 een heel weekend mocht programmeren tijdens het festival All Tomorrow’s Parties twijfelden mijn vrienden en ik geen seconde en reisden we naar een onooglijk vakantiepark in het Britse gehucht Camber Sands voor een van de beste festivals die ik heb meegemaakt. Hieronder als eerbetoon aan Steve Albini een bewerkt gedeelte van het verslag dat ik destijds over ATP 2002 schreef.

Het eerste concert van drie dagen All Tomorrow’s Parties had helemaal de mist in kunnen gaan. Het optreden had heel erg uit de hand kunnen lopen. Gelukkig heet de band Shellac, een groep die een gespannen situatie onder controle weet te houden en kan omzetten in een glansrijke overwinning. Het begint gemoedelijk als de drie bandleden het podium opstappen. Is dat werkelijk Bob Weston? De bassist heeft een snor die in een bocht via de ene wang naar de andere wang krult. We grinniken. Bob geeft ons geen ongelijk. Hij had zich voorgenomen het festival te beginnen met een baard om die per festivaldag beetje bij beetje weg te scheren. Unacceptable, riep zijn vriendin eerder op de dag toen ze het nieuwste resultaat zag. Bob ziet er uit als een Londense Beefeater die zijn dagelijkse kost verdient in een kraanwagen. Life Is Short So Learn To Play Fast staat er op zijn T-shirt.

Drummer Todd Trainer stapt achter zijn drumstel als de sinistere slaapwandelaar Cesare in Das Kabinet des Doktor Caligari. Donkere ogen onder zwart piekhaar. Als hij zit, kijkt hij op tegen hoog opgestelde bekkens. Hij bewerkt ze in opperste concentratie. Je ziet achter zijn draaiende ogen hoe hij de intensiteit van elke klap vlak voor de uitvoering berekent. Grimassen wringen zich in rare krommingen op zijn gezicht. Spieren bewegen mee met de ritmes. Kwijl en zweet druipen op de snare en tom. De tengere Steve Albini oogt als een verlegen nerd, totdat hij zijn versterker activeert en als een roofdier op de snaren van zijn gitaar duikt. Schokkend komt hij op gang, door elkaar geschud door zijn eigen dreigende noise.

De onrust en het ongemak is plotseling groot in de voorste rijen. Er wordt getrokken en geduwd. Een kale jongen, die net naast me stond mee te schreeuwen met de teksten, danst naar voren. Uit de kolkende voorste rijen proberen haaien naar boven te duiken. Tussen de dansers gedragen twee zojuist gearriveerde jongelingen zich als stoorzenders. Ze hebben zich zo te zien vandaag flink vol laten lopen met alles wat hun moeders vroeger buiten handbereik hebben weten te houden. De kleinste van de twee beweegt als een ongecontroleerde Brett Anderson van Suede. Vroeger was hij vast het mooiste jongetje van de klas, zo’n dandy waar alle meisjes verliefd op werden zonder te weten dat er achter de mooie ogen een psychopaat schuilgaat. Hij botst dronken tegen ons aan. We duwen hem terug naar voren. Samen met zijn maatje probeert hij elke plek voor het podium op te eisen. Het maatje is kortgeknipt lichtblond en een paar koppen groter. Zijn ogen zijn onscherp van de alcohol. Hij danst als een maniak die Ian Curtis probeert te imiteren en slaat onder meer het sigaartje uit de handen van de man voor mij.

Shellac dendert ondertussen voort in een verpulverende tred. Er schuilt gevaar in hun cadans. Er spreekt agressie uit elke klap op de snare, uit elk schel akkoord uit de massieve versterker achter Albini. Zijn gitaar slingert aan een band om zijn middel wanneer hij de microfoon met beide handen pakt en over de rollende ritmetandem ons toebijt: Hey man, I wanna have a fight with you. De paar snerpend hoge akkoorden na elke zin in de coupletten van Watch Song zijn als klappen met de vlakke hand in ons gezicht. De bas van Weston dendert en stuwt log voort. Rustig draaiend met zijn hoofd kijkt de bassist over de bewegende massa. Hij overziet de problemen. Zijn ogen concentreren zich priemend op de boosdoeners.

Vanuit het niets doemt in het publiek een hand op. De sigaret in de hand schiet als een slangentong naar de nek van de lichtblonde lastpak. Met een beetje fantasie hoor je de peuk sissend uitgedrukt worden tussen aderen. De lasterlijke Asbak, zoals ik hem vanaf nu noem, lijkt niets te voelen. Hij grijnst dom in de richting van de hand en host voort. Even later duikt hij op aan de andere kant van de pilaar waar we naast staan. Met zijn rug duwt hij toeschouwers naar achteren. Een jongen met bril kijkt hem met dodelijke blik aan. Als de brildrager voor een tweede keer uit zijn evenwichtig wordt gehaald, pakt hij Asbak bij zijn schouders. Door het lawaai uit de versterkers kan ik niet horen wat hij de Asbak probeert duidelijk te maken. Hij schreeuwt in ieder geval en maakt van zijn duim, wijs- en middelvinger een pistool dat hij dreigend op het hoofd van Asbak richt. Voorlopig blijft de woede beperkt tot een symbolische handeling.

Tien minuten later krijgt Asbak door dat hij een brandplek in zijn nek heeft en dat die brandplek daar niet vanzelf is terechtgekomen. Uitgerekend tijdens een spannend rustmoment midden in een nummer van Shellac haalt hij zijn verhaal bij de man die hem de wond heeft toegebracht. You fucking burned me! roept hij uit terwijl de hi-hat van Todd Trainer doortikt en Albini fluistert over dood en verderf. You scarred me! vervolgt Asbak luid. Albini kijkt onder zijn brilletje vandaan. Als de ruzie blijft doorgaan, steekt hij de microfoonstandaard de zaal in. De zaal lacht.

Gitaar en bas knallen voluit een refrein in. Onze haren waaien naar achteren vanwege zoveel volume. Het blijft onrustig in de voorste regionen. Dansbewegingen kunnen ieder moment in vuistslagen veranderen. Bob Weston neemt maatregelen. Tussen twee nummers bedankt hij ons voor het feit dat we van ver zijn gekomen. Een week geleden, tijdens het eerste van twee weekenden ATP 2002, was de zaal afgeladen. Drie dagen lang was er geen vuiltje aan de lucht. 3000 mensen hadden een geweldige tijd. Bob Weston wijst naar Asbak en zijn dandymaatje. We laten ons feestje niet door jou en jou verpesten, zegt hij. De zaal juicht. De jongen met de bril steekt zijn hand op. Kunnen we die twee gasten niet gewoon van het terrein laten verwijderen? vraagt hij. Een heel goed idee, vindt iedereen, maar Shellac is barmhartig en geeft het vervelende stel nog een kans.

Als de overige vragen van het publiek zijn beantwoord, en drummer Todd even achter zijn drumkit vandaan komt om ons trots te vertellen dat hij zijn held Mark E. Smith eerder die dag de hand heeft mogen schudden, beëindigt Shellac de inderhaast georganiseerde persconferentie en knalt opnieuw een nummer van hun eerste album uit de speakers. Staalhard, oorverdovend, zwaar, genadeloos. De versterkers staan zo hard dat we de voetstappen door de PA horen denderen wanneer Albini en Weston tijdens een break met grote sprongen stampen op de vloer. Tijdens een andere break pakken de gitaristen extra drumstokken en slaan ze met volle kracht op de bekkens. Todd heeft speciaal voor dit moment een bekken achter zich neergezet. In het slotnummer trekt Albini een voor een de snaren uit zijn instrument, zich niet bekommerend om de eventuele snijwonden. De adrenaline van de spanning die zich van het publiek meester had gemaakt tijdens het gevecht dat gelukkig geen gevecht werd, vermengt zich met een gevoel van euforie. All Tomorrow’s Parties had zich geen betere start kunnen wensen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *