Ghost In The Shell (Rupert Sanders, 2017)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

Er is veel mis met de live-action remake van de invloedrijke Japanse anime Ghost In The Shell (1995). Het meest in het oog springend is het gebrek aan esthetisch gevoel bij de filmmakers.

De anonieme metropool waar Ghost In The Shell zich afspeelt is een onooglijke combinatie van Blade Runner (1982) en Willy Wonka & The Chocolate Factory (1971). De dystopische stad oogt als een digitale snoepfabriek met kakelbonte kleuren die zo afleidend zijn dat je er niet zonder gevaar doorheen kunt rijden. Hologrammen zo hoog als torenflats maken het voor automobilisten heel lastig om de ogen op de weg te houden. De immense animaties, van onder meer rennende atleten, Aziatische schoonheden en kronkelende draken, blokkeren bij meerdere woon- en werkcomplexen volledig het uitzicht. De drukke reclame-uitingen zijn totaal onpraktisch voor de mensen die er de hele dag tegenaan moeten kijken. In de film wordt vaker praktisch nut opzij gezet voor louter mooi bedoelde plaatjes met als gevolg dat het mij totaal niet lukte om in de getoonde wereld te geloven.

In Ghost In The Shell draait het om cyborg-agent Major Killian (Scarlett Johansson) en haar jacht op de mysterieuze hacker Kuze (Michael Pitt). Kuze verblijft in een ruimte zonder dak waar hij via myriaden draden verbonden is met computersystemen in de rest van de wereld. Dat ziet er fraai uit wanneer het regent, maar al die regen wekt tegelijkertijd de vraag op waarom de hacker niet een ruimte heeft uitgezocht waar hij geen last heeft van de weersomstandigheden. De enige reden waarom Kuze in een tochtig afbraakpand bivakkeert is omdat regisseur Rupert Sanders en zijn team het een mooi beeld vonden.

De filmmakers zijn ervan uitgegaan dat de doelgroep gemiddeld 13 jaar oud is en in de bioscoop vooral op de mobiele telefoon zit te staren. Dat verklaart waarom in de dialogen minstens drie keer wordt verklaard waarom de film Ghost In The Shell heet. Er zijn nog meer zaken die irritatie oproepen, zoals de vrijwel constant aanwezige filmmuziek, het malle latexpakje van Killian, de weinig elegante manier waarop de CGI-versie van Scarlett Johansson door de film loopt, de uitleggerige dialogen en de finale met een gewapend voertuig in de vorm van een spin. Sinds de flop Wild Wild West (1999) is algemeen bekend dat een spinnentank een heel zot idee is en bovenal een onhandig wapen.

Tussen de eendimensionale bijrollen vinden we onder meer clichématige schurken (Peter Ferdinando) en wijze Aziatische oude mannen (Takeshi Kitano). De Roemeense actrice Anamaria Marinca moet na haar rol in de horrorfilm The Girl With All The Gifts (2016) opnieuw een personage spelen dat haar permanente verblijf in een laboratorium met de dood moet bekopen.

Er was van tevoren veel kritiek op het feit dat Ghost In The Shell doet aan whitewashing. Fans van de anime waren geschokt toen ze vernamen dat Killian niet door een Japanse actrice vertolkt ging worden maar door Scarlett Johansson. In de film blijkt Johanssons blanke cyborgpersonage het brein te bezitten van een Japanse vrouw. Haar situatie is exemplarisch voor het probleem van de hele film; in de nieuwe Ghost In The Shell zit een Japanse ziel opgesloten in een oncomfortabel westers keurslijf.

2/10

3 thoughts on “Ghost In The Shell (Rupert Sanders, 2017)

  1. Dat is nog eens stellig:) Ik vond persoonlijk het production design wél erg de moeite. Of dat dan ligt aan smaak, aan een ander gevoel voor esthetiek of aan het wegkijken van die praktische toepassing ligt (ik vond dat die hologrammen er prachtig uitzagen, al was de herhalingswaarde wel zeer beperkt), vul maar in. Inhoudelijk heb ik me wel tamelijk geïrriteerd, met name aan dat voorkauwen van centrale plotelementen en het tackelen van de filosofische diepgang die de animes (ook Innocence!) zo goed maakte. Loopje Johansson vond ik wel weer passend. Laveert ze precies mee tussen mens en machine.

    • Sommige shots zien er best mooi uit als je de film even op pauze kunt zetten. Helaas was dat in de bioscoop niet mogelijk. Misschien scheelt het als je de film in 3D ziet en ervaar je in dat geval het kleurenbombardementen niet als overdadig. Ik heb bewust voor 2D gekozen.

      • Ik zag ’em in Imax 3d (je moet toch wat met je abonnement), en vond dat er best wat redelijke effecten in zaten. Was echter vooral aan het begin, op termijn zag ik maar een beperkte meerwaarde. Maargoed, ik ben en blijf überhaupt geen 3d-fan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *