Un Homme Qui Crie (Mahamat-Saleh Haroun, 2010)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

homme2

Net als in de Turkse film Honey (zie gisteren) zijn ook de vader en de zoon in Un Homme Qui Crie te beschouwen als archetypen. Ze zijn Vader en Zoon. De vader (Youssouf Djaoro) heet Adam – de naam van zoon Abdel (Diouc Koma) kan eenvoudig verbasterd worden tot Abel. Naast religieuze referenties bevat de film verwijzingen naar de filmgeschiedenis.

In de Filmkrant van oktober vertelt regisseur Mahamat-Saleh Haroun beïnvloed te zijn door de zwijgende film. Un Homme Qui Crie verwijst naar Der Letzte Mann (a.k.a. The Last Laugh). In die bijzondere, vrijwel zonder tussentitels vertelde klassieker van F.W. Murnau uit 1924 wordt een hotelportier (Emil Janningsen speelt hem als een trotse generaal) wegens zijn leeftijd verplaatst naar de handdoeken in het herentoilet. Hij moet zijn geliefde uniform inleveren. Voor de portier betekent het verlies van het uniform het verlies van zijn status.

In de film van Haroun is voor badmeester Adam (iedereen noemt hem eerbiedig champion) zijn werk bij het hotelzwembad het enige dat nog herinnert aan zijn glorieuze tijd als zwemkampioen. Vanwege privatisering van het hotel moet de badmeester het zwembad en de badhanddoeken verruilen voor de ingangspoort van het hotel. Het portierswerk past hem niet, net zo min als het veel te krappe uniform. In tegenstelling tot Der Letzte Mann is het uniform in dit geval juist geen statussymbool. De manier waarop Adam zijn geliefde positie weet terug te winnen heeft verstrekkende gevolgen.

8/10