The Thing From Another World (Christian Nyby, 1951)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

thething

De eerste keer dat ik de horrorklassieker The Thing From Another World zag was begin jaren tachtig bij de VPRO. De omroep deed in die tijd nog niet aan Zomergasten en had het hele zomerseizoen gereserveerd voor klassieke sciencefiction met onder meer ook Soylent Green en THX 1138. Pas bij de hernieuwde kennismaking, tijdens het bekijken van een digitaal opgepoetste en afgestofte versie, valt het me op hoeveel dialogen The Thing From Another World heeft en in wat voor vaart ze door de acteurs worden uitgesproken.

De militairen, wetenschappers en de ene journalist gunnen zichzelf geen adem en elkaar nauwelijks spreekruimte. Zinnen worden afgekapt, gesprekken overlappen elkaar en mensen praten door elkaar heen. De verklaring voor hun agitatie in het kamp op de Noordpool is de nabije vondst van een vliegende schotel in het ijs. In de opslagruimte van hun basiskamp ligt een blok ijs met daarin het lichaam van een opgedoken ruimtewezen. Daar zou iedereen nerveus van worden en van de zenuwen ga je vaak iets sneller praten.

John Carpenter, de commentator op de recente dvd-uitgave van The Thing From Another World, verbaast zich erover dat de gesprekken tussen de personages, ondanks de aanwezigheid van een angstaanjagend en zeer nieuwswaardig wezen, juist vaak verre van bang en opgewonden zijn. Ja, er wordt gekibbeld, maar dat betreft een meningsverschil tussen kapitein Patrick Hendry (Kenneth Tobey) en wetenschapper Dr. Carrington (Robert Cornthwaite). De laatste wil het wezen direct uit het ijs hakken en onderzoek verrichten terwijl de kapitein wil wachten op orders van zijn meerderen op het verre vaste land. De overige gesprekken zijn joviaal en grappend met de komisch cynische opmerkingen van journalist Scotty (Douglas Spencer) als middelpunt en bindend element.

In Hawks’ universe, when things get tough, you play it really cool and relaxed, merkt Carpenter op. It’s the old pilot’s mentality, verwijzend naar de militair ingestelde producer/regisseur Howard Hawks die als piloot actief was in de Eerste Wereldoorlog. Volgens John Carpenter zijn de gehaaste, overlappende dialogen typisch voor het werk van Howard Hawks. Hawks staat in de begintitels vermeld als producer, maar hij drukt zo’n zware inhoudelijke stempel op de film dat de inbreng van regisseur Christian Nyby (oorspronkelijk een editor) verwaarloosd kan worden.

De teksten worden in de film op een atypische manier uitgesproken om ze een naturalistisch karakter te geven. In het echte leven spreken we ook niet in volzinnen en laten we elkaar ook zelden uitspreken. Het effect is echter dat de dialogen hyperrealistisch overkomen. De teksten komen in zo’n spervuur uit de monden en volgen elkaar in zo’n rap tempo op dat ze weinig overeenkomst hebben met werkelijke gesprekken. Ze geven de film vanaf het begin direct een ongelooflijke vaart zodat je niet door hebt dat de actie spaarzaam en zeer kort is. Als het buitenaardse monster (gespeeld door James Arness) is losgebroken en een gevaar voor de Amerikaanse poolkampbewoners vormt, zien we het buitenaardse ‘ding’ slechts een paar keer en dan ook nog eens voor een groot deel aan het zicht onttrokken met hulp van speciale effecten of door onderbelichting. De actiescènes zijn intens genoeg om in het geheugen langer te lijken.

thething2

Het commentaar van John Carpenter (sinds zijn jeugdjaren grote fan van de film en in 1982 maker van de remake) is de extra attractie op deze dvd-uitgave. Hij legt de meeste nadruk op de vele elementen die The Thing From Another World zo typisch voor het oeuvre van Howard Hawks maken (onder anderen mannelijke kameraadschap en hoofdpersonages die zich collectief verweren tegen belagers) met daarnaast opmerkingen over de grote verschillen met het boek Who Goes There? waarop de film is gebaseerd, de periode waarin de film werd gemaakt (de eerste meldingen van vliegende schotels gecombineerd met de groeiende atoomdreiging van de Sovjet Unie), de muziek van Dimitri Tiomkin (die de theremin regelmatig tekeer laat gaan als een op hol geslagen Geigercounter) en de knappe wijze waarop veel personages zich binnen een shot bevinden (soms 17 acteurs tegelijk in een kleine ruimte), aangevuld met grappige details die me bij eerste kijkbeurten niet waren opgevallen (de Californische lucht die te zien is boven het studiodecor tijdens de explosie in het poolijs en de exacte herhaling van stappen die het monster tijdens de laatste confrontatie maakt).

De overige extra’s op de dvd zijn minder boeiend. De film staat er in drie versies op: de originele versie (inclusief krassen, strepen en nadrukkelijke cigarette burns in de rechter bovenhoek), de gerestaureerde versie en de ingekleurde versie. Vooral die laatste had voor mij niet gehoeven. Wat is nu het nut van het inkleuren van een film als die zich in een besneeuwd en bevroren landschap afspeelt? Ik had me de kleuren vaak heel anders voorgesteld. De kleur van de coltrui van kapitein Hendry’s vriendin Nikki (Margaret Sheridan) had ik geel vermoed, maar die blijkt dus groen. Groen is ook de kleur van het monster waardoor deze lijkt op een kruising tussen Boris Karloffs monster van Frankenstein en The Incredible Hulk.