The King’s Speech (Tom Hooper, 2010)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

speech

Na verschillende mislukte pogingen ziet aanstaande koning George VI (Colin Firth) geen heil meer in geneesheren die hem beloven van het stotteren af te komen. Spraakleraar Lionel Logue (Geoffrey Rush) zet muziek in om de onwillige George toch over de streep te trekken.

Later laat hij zijn leerling zingen als middel voor het onverstoorbaar uiten van gedachten en zielsconflicten. Muziek begeleidt nadrukkelijk de climax van The King’s Speech in de vorm van het Allegretto uit Beethovens zevende symfonie, letterlijk gedirigeerd door Logue. Naarmate de lessen van Logue vorderen, verdwijnen de sociale niveauverschillen en worden de twee mannen elkaars gelijken.

Ondanks zijn eenvoudige komaf, en zijn armoedig ogende werkruimte met afgebladderde muren, weet de leraar gaandeweg respect van George af te dwingen. Dat gaat niet zonder slag of stoot, zeker als Logue al discussiërend tijdens een parkwandeling net even te brutaal is in de ogen van de koning. Op het moment dat de twee het na de ruzie weer bijleggen, benadrukt de camera de gelijkwaardigheid van de twee acteurs door ze afwisselend en op precies dezelfde wijze binnen het kader te vangen. Eerst om beurten en profil, gevolgd door afwisselende medium shots en close-ups. Consequent wordt geen van beide mannen groter neergezet dan de ander. Pas in de slotfase, wanneer de leerling zijn gedwongen koningsschap accepteert, toont de camera hem als een ware vorst en worden de grootste close-ups enkel voorbehouden aan George.

8/10