The King Of Marvin Gardens (Bob Rafelson, 1972)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

marvingardens

The King Of Marvin Gardens begint verrassend met een lang aangehouden close-up tijdens een monoloog van David Staebler (Jack Nicholson). Zo langzaam worden openingsscènes in Amerikaanse films niet meer gemaakt. Daarna, wanneer David door nachtelijk Philadelphia banjert, vallen direct de mooie beeldcomposities op van Laszlo Kovacs (o.a. Easy Rider, Five Easy Pieces en New York, New York). Het is verfrissend om Nicholson, in de rol van een introverte, depressieve radiomaker, eens ingehouden te zien acteren. Een mindere regisseur had hem de rol van zijn broer Jason gegeven, maar die heeft regisseur Bob Rafelson gereserveerd voor Bruce Dern.

Beide broers zijn fantasten – David laat zijn fantasieën de vrije loop in zijn nachtelijke radioverhalen en Jason droomt van een eigen gokpaleis op Hawaï. Sally (Ellen Burstyn) en Jessica (Julia Anne Robinson) zijn hun vrouwelijke dubbelgangers. De Amerikaanse droom van Jason strandt aan het strand, buiten het zomerseizoen in een troosteloze badplaats in Jersey. Het drama bevat genoeg subtiele humor en een paar (bijna) vergeten character actors zoals John Ryan en Scatman Crothers (een maatje van Jack Nicholson en samen met hem te zien in o.a. One Flew Over the Cuckoo’s Nest en The Shining).

7/10