The Grand Budapest Hotel (Wes Anderson, 2014)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

grandbudapesthotel

The Grand Budapest Hotel opent bij het standbeeld van een schrijver waar devote fans als eerbetoon sleutels achterlaten.De sleutel is het leidmotief in de film. Een van de personages draagt het bijbehorende symbool, dat van The Society Of Crossed Keys, als embleem op haar jas. De sleutel opent deuren naar nieuwe vertrekken die weer leiden naar volgende deuren waar nieuwe verhalen achter liggen te wachten. Als het voorwerp je vanaf de eerste scène is opgevallen, zie je het telkens terugkeren, prominent aanwezig of verstopt in de marge van het filmbeeld.

De schrijver (Tom Wilkinson) introduceert vanachter zijn werktafel het verhaal dat hij in de jaren zestig optekende tijdens zijn bezoek aan The Grand Budapest Hotel. Zijn jongere versie (gespeeld door Jude Law) raakt in gesprek met hoteleigenaar Mr. Moustafa (F. Murray Abraham) die incognito in zijn eigen hotel verblijft en normaal gesproken nooit met de gasten spreekt. Voor de door hem bewonderde schrijver maakt Mr. Moustafa graag een uitzondering. Bij het diner vertelt hij over hoe hij als jeugdige piccolo onder de naam Zero (Tony Revolori) begin jaren dertig, toen het hotel in bloeiende staat verkeerde, een hechte band opbouwde met de toenmalige hoteleigenaar, de flamboyante M. Gustave (Ralph Fiennes). Het verhaal verplaatst zich daarmee voor de tweede keer naar een flashback binnen een flashback.

De verhalen binnen de verhalen worden verbeeld door de plaatsing van kaders binnen kaders. Het filmdoek is op zijn breedst tijdens het diner van de oude Moustafa en de jonge schrijver en vernauwt zich tot de ouderwetse Academy ratio tijdens de uitgebreide flashback naar 1932. Binnen het kleine formaat wordt het beeld opnieuw verkleind door onder anderen kamerdeuren, kluisdeuren, ramen, foto’s, het luik in een gevangenisdeur en het frame van een schilderij.

M. Gustave is net zoveel gesteld op orde en regelmaat als op de schone kunsten. Als een van zijn favoriete bejaarde vrouwelijke bezoekers, de rijke Madame D. (Tilda Swinton), overlijdt en hem postuum een bijzonder schilderij schenkt, is hij ontroerd door de schoonheid van het portret en niet door de waarde ervan. De familie van Madame D., onder aanvoering van zoon Dmitri (Adrien Brody) en zijn moorddadige vazal Jopling (Willem Dafoe), denkt daar heel anders over en ziet alleen maar geld in de prent. Ze azen ook op de rest van de omvangrijke erfenis. Naar kunst kijken ze nooit en daarom hebben ze heel lang niet door dat M. Gustave en Zero het doek van de muur hebben gehaald en verruild voor een willekeurig ander werk. Een klopjacht volgt.

De fascistoïde geldwolven Dmitri en Jopling zuigen alle kleuren uit het bestaan. Hun kleren zijn pikzwart en tijdens een spectaculaire confrontatie met Jopling is de immense sneeuwvlakte verblindend wit. De kleuren in The Grand Budapest Hotel zijn tamelijk overdreven, maar als je je er eenmaal aan hebt overgegeven zijn ze net zo aantrekkelijk en smakelijk als de geglazuurde gebakjes uit de oven van patisserie Mendl waar Zero’s vriendin Agatha (Saoirse Ronan) werkt. Regisseur Wes Anderson overtreft zichzelf als het gaat om de vormgeving van zijn film. Zijn obsessie voor symmetrie komt terug in bijna alle beeldcomposities. Hij maakt net als in eerder werk gebruik van een denkbeeldige verticale lijn die het beeld in twee helften verdeelt. Scènes wisselen elkaar af zoals bladzijden die worden omgeslagen; na elke omgeslagen bladzijde blijft de balans intact. De beeldrijm past perfect bij een verhaal dat gaat over een schrijver van boeken.

The Grand Budapest Hotel is een ode aan de literatuur, in het bijzonder die van de Weense schrijver Stefan Zweig (1881-1942). Hij schreef onder meer het verhaal Letter From An Unknown Woman dat in 1948 werd verfilmd door Max Ophüls, ook een regisseur met een hang naar perfectie.

9/10