Rollenspel als overlevingsstrategie in de films Transport From Paradise, Ida en La France

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin
Transport From Paradise

Transport From Paradise

Afgelopen week zag ik La France (eenmalige voorstelling in EYE), Transport From Paradise (eerder deze maand uitgebracht door het Britse Second Run) en Ida (sinds afgelopen donderdag in de Nederlandse bioscoop). De vrouwen in deze films worden elk op een verschillende manier geconfronteerd met de gevolgen van een wereldoorlog. Alle drie zijn ze direct of indirect slachtoffer. Camille probeert haar man te vinden aan het front tijdens de Eerste Wereldoorlog, Lizinka beleeft haar laatste 24 uur in het getto van Theresienstadt en Ida krijgt de waarheid te horen over het lot van de familieleden die nooit meer zijn teruggekeerd na de Tweede Wereldoorlog. Alle drie doen korter of langer binnen de film aan een rollenspel. De een om tijdelijk aan de werkelijkheid te ontvluchten, de ander om die werkelijkheid juist recht in de ogen te kijken.

Muziek, poëzie, toneel en dans maken het leven tijdens de Tweede Wereldoorlog een beetje dragelijk voor de Joden in het getto van Theresienstadt. Kunst als tegenwicht voor het barbaarse nazisme. Transport From Paradise (Transport Z Ráje) (Zbynek Brynych, 1962) speelt zich af binnen 24 uur en begint op de dag dat een Joodse regisseur in opdracht van de Duitsers onder dwang een propagandafilm moet maken die de buitenwereld moet doen geloven dat het in het getto prima vertoeven is.

Terwijl op het centrale plein een levendige drukte heerst, wordt binnenskamers bepaald wie de volgende ochtend mee moet op transport naar concentratiekamp Birkenau. Het getto moet namelijk opgeruimd worden voordat een delegatie van het Rode Kruis op inspectie komt. Een van de vele personages in de Tsjechische film Transport From Paradise is Lizinka (Helga Cocková). De jonge vrouw is in de bloei van haar leven en geliefd bij zowel vrienden als verraders. Voor één dag is Theresienstadt een filmdecor en mag ze zich een danseres in een musical wanen. Ze speelt een rol om voor even niet te hoeven denken over haar lot. De deportatielijst is lang. Het lot zal verschrikkelijk zijn.

Ida

Ida

Ida (Pawel Pawlikowski, 2013) speelt zich zeventien jaar na de Tweede Wereldoorlog af. Een jonge Poolse non (Agata Trzebuchowska) wordt in de naar haar vernoemde film geconfronteerd met de tragische geschiedenis van haar familie. Ze is als vondeling door nonnen opgevoed en opgegroeid in een klooster. Vlak voordat ze haar geloften gaat afleggen komt ze erachter dat ze Joods is. Op verzoek van haar enige nog levende familielid verlaat ze tijdelijk het klooster en reist ze voor het eerst van haar leven naar de grote stad. Tante Wanda (Agata Kulesza) neemt Ida mee naar het platteland waar haar zus met het gezin en Wanda’s zoontje tijdens de oorlog een veilig heenkomen probeerden te vinden in de familieboerderij. Wanda vermoedt dat de familieleden in het dorp zijn omgebracht door de plaatselijke bevolking.

Hoe richten nabestaanden hun verdere leven in nadat ze eindelijk de afschuwelijke waarheid over het lot van hun naasten hebben gehoord? Tante Wanda kan het verdriet alleen maar wegnemen door middel van een drastische daad. Ida kiest ervoor eerst kort te proeven van het leven buiten het vertrouwde klooster. Ze verplaatst zich in haar tante door Wanda’s kleren aan te trekken, net als zij een sigaret op te steken en naar klassieke muziek op de grammofoon te luisteren. Ze maakt nader kennis met een aantrekkelijke jonge saxofonist uit een jazzcombo en komt haar rollenspel tot de conclusie dat het leven buiten het klooster enkel bestaat uit gruwelijkheden en banaliteiten. Daarom kiest ze ervoor het nonnentenue weer aan te trekken en terug te keren naar de illusie van het geloof.

La France

La France

Camille (Sylvie Testud) knipt in La France  (Serge Bozon, 2007) haar lange haren af en verkleedt zich als man om haar dorp te kunnen verlaten. Ze heeft vlak daarvoor een afscheidsbrief ontvangen van haar echtgenoot, afkomstig uit de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Ze wil hem opzoeken aan het front. Onderweg kruist ze het pad van wat is overgebleven van het 30ste bataljon van het Franse leger. De oudere luitenant (Pascal Greggory) denkt dat ze een hele jonge jongen is en wil de onervaren knaap niet opnemen in de groep. Later blijken de soldaten deserteurs te zijn, op de vlucht naar het neutrale Nederland. Met haar rol als man zorgt Camille ervoor dat ze uit haar thuisdorp weg kon komen en uiteindelijk geaccepteerd wordt door de soldaten. Ze stapt als man tevens in de huid van haar echtgenoot en is op die manier in staat te beleven wat hij mogelijk heeft beleefd. Als ze niet fysiek bij hem kan komen dan toch in ieder geval symbolisch.

In tegenstelling tot Transport From Paradise en Ida is La France geen realistisch verteld verhaal. Het acteren is bewust onnatuurlijk gestileerd. Er zijn meerdere indicaties dat Camille en de soldaten waarschijnlijk overleden zijn en als geesten door Europa dwalen. Misschien heeft de jonge vrouw thuis zelfmoord gepleegd, of anders is ze onderweg dodelijk geraakt door een kogel of verdronken in een rivier. De surrealistische sfeer wordt versterkt door de liedjes die de soldaten meerdere keren zingen. Naast wapens blijken ze diverse instrumenten met zich mee te slepen. In werkelijkheid zouden ze zich natuurlijk zo stil mogelijk houden, maar in deze film zingen ze zonder angst in het verder doodstille bos. De soldaten maken van La France een musical. Het zingen van liedjes is hun manier om te vluchten uit het echte leven, weg van het absurdisme en de waanzin van de oorlog.