Rampage (Uwe Boll, 2009)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

rampage

Na films als 71 Fragmente einer Chronologie des Zufalls (Michael Haneke, 1994) en Elephant (Gus van Sant, 2003) dacht Uwe Boll dat we behoefte hadden aan nog een film over een zinloze schietpartij in een doorsnee middelgrote stad. Helaas is Boll een van de mindere filmgoden. In het ruim 80 minuten durende Rampage heeft hij een half uur nodig om uit te leggen waarom Bill (Brendan Fletcher) besluit binnen een dag zoveel mogelijk inwoners van een klein Amerikaans stadje neer te maaien, gekleed in een angstaanjagend ogend, zwart paramilitair kostuum. Het korte lontje van Bill wordt ontstoken door een onophoudelijke stroom nieuwsberichten over de ellende in de wereld, zijn ouders die hem vriendelijk doch dringend het huis uit willen hebben en een koffie verkeerd met te weinig schuim. Een groot gedeelte van de eerste dertig minuten blijkt vooral bedoeld als plotmechanisme. Ik raak meer verveeld door de toegepaste clichés dan overtuigd van Bills motieven. Het zijn in deze fase van de film slechts trivialiteiten die me bij de les houden, zoals de realisatie dat de vader van Bill wordt gespeeld door Max Headroom. Verder zit ik me te ergeren aan de veel te zelfbewuste, gejaagde beeldvoering.

Boll behoort tot de filmmakers die het werk van Paul Greengrass hebben bestudeerd. De regisseur heeft echter niet door dat Bloody Sunday, United 93 en The Bourne Ultimatum zo geslaagd zijn, omdat de chaotische situatie beheerst in plaats van onbesuisd wordt vastgelegd. Cameraman Mathias Neumann denkt dat als je op documentaire wijze filmt, je willekeurig met de camera moet zwiepen. Hij moet tijdens het filmen heel nerveus of heel erg dronken zijn geweest. Zelfs een kalme dialoog in een fastfoodrestaurant wordt rusteloos gefilmd, alsof Neumann ontzettend nodig naar de WC moet. Editor Thomas Sabinsky heeft in de montageruimte last van gelijksoortige onrust. Hij drukt een paar keer per ongeluk op flash forward en nog iets vaker op repeat. De ogen van de kijker zijn al uitgeput voordat Bill eindelijk met zijn slachtpartij begint.

De documentaire filmstijl past slecht bij de paar onwerkelijke en satirisch bedoelde momenten. Onwerkelijk, en duidelijk afkomstig uit de computer, is de explosie in het politiebureau, een knal met de impact van een atoombom. Satirisch is het bezoekje van Bill aan een bingohal vol mensen waarvan het ontbindingsproces reeds tijdens het leven heeft ingezet. De bingohal laat heel even ruimte voor een glimlach, wat de rest van de slachtpartij, en de eigenlijk niet zo verrassende ontknoping, iets dragelijker maakt. Een ontknoping, overigens, met overbodige flashbacks, enkel bedoeld voor domme toeschouwers.

4/10