Public enemy number one: Dillinger (1945), Dillinger (1973) & Public Enemies (2009)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin
Dillinger (1945)

Dillinger (1945)

Welke acteur is de beste John Dillinger? Lawrence Tierney lijkt mij de minst geschikte kandidaat. De constant nors kijkende acteur debuteerde als titelrolspeler in 1945 op het grote doek in Dillinger van regisseur Max Nosseck. Het script van Philip Yordan begint in een bioscoop waar niemand minder dan de vader van Dillinger het toneel op loopt en met zichtbare gêne het verhaal van zijn zoon vertelt. Dat verhaal is weinig waarheidsgetrouw. De compagnons van de beruchte bankrover hebben in deze filmversie andere namen. Dillinger maakt begin jaren dertig onderdeel uit van de bende van Specs Green (Edmund Lowe) met wie hij strijdt om het leiderschap. Van Pretty Boy Floyd en Baby Face Nelson vind je in het hele verhaal geen enkel spoor.

Dillinger ’45 is een zeer goedkope productie. Vanwege geldgebrek gebruiken de filmmakers regelmatig stock footage en schreeuwende krantenkoppen. Het minder dure alternatief voor de geplande, maar geschrapte complexe shootout is een weinig spectaculaire en vooral historisch onjuiste treinroof. Tierney zet een eendimensionale Dillinger neer, een volbloed slechterik zonder mededogen en met een gewelddadige inslag die beter past bij de reputatie van de gestoorde killer Babyface Nelson. Dillinger, Public Enemy Nr. 1, is meer berucht dan beroemd en zeker niet geliefd. Tijdens een van de bankovervallen grist hij een portemonnee uit de hand van een van de klanten. Door zulke handelingen is het lastig een fanbasis op te bouwen.

Dillinger (1973)

Dillinger (1973)

Warren Oates is in de Dillinger van John Milius uit 1973 meer naar de werkelijkheid gemodelleerd. Alle hoogtepunten uit de geschiedenis van de bandiet passeren de revue. De bevrijding van zijn bendegenoten uit de gevangenis, de manier waarop hij met hulp van een uit hout gesneden neppistool en een sterke zwarte medegevangene zelf uit de gevangenis ontsnapt, de omsingeling en bloedige bestorming van een van zijn onderkomens en de onvermijdelijke laatste confrontatie tussen Dillinger en justitie buiten de Biograph-bioscoop na afloop van Manhattan Melodrama (1934), de gangsterfilm met Clark Gable. Dillinger gedraagt zich alsof hij weet dat de camera op hem gericht is. Hij kijkt ons recht in de ogen aan.

You’re being robbed by the John Dillinger Gang, that’s the best there is!
These few dollars you lose here today are going to buy you stories to tell your children and great-grandchildren.
This could be one of the big moments in your life. Don’t make it your last!

Het is een voorrecht om door Dillinger beroofd te worden en zijn overvallen zijn de best mogelijke vorm van entertainment denkbaar. Je zou bijna als getuige applaudisseren na een overval.

Warren Oates is een luide, verbale, zeer aanwezige Dillinger. Johnny Depp is in Public Enemies (Michael Mann, 2009) juist het tegenovergestelde. Zijn Dillinger is een introverte man van weinig woorden. Oates’ Dillinger dwingt zijn beroemdheid af. Bij Depps Dillinger is de faam iets dat hem overkomt. Zijn landelijke bekendheid is het risico van het vak. Hij maakt een verbaasde, verraste indruk wanneer hij, in de boeien geslagen, door de straten rijdt en mensen langs de kant van de weg naar hem ziet zwaaien. Geamuseerd zwaait hij terug. Het lijkt wel alsof een filmster voorbij rijdt. En dat is natuurlijk ook het geval, want het is Johnny Depp die voorbij rijdt. Depp is veel te sympathiek om een boef te spelen. In tegenstelling tot Tierney’s Dillinger blijft hij tijdens overvallen af van het kleingeld van de aanwezige klanten.

Public Enemies

Public Enemies

In de eerste Dillinger is justitie een anoniem staatsapparaat. In Dillinger ‘73 en Public Enemies heeft justitie een gezicht. Het meest in Public Enemies waar zelfs J. Edgar Hoover in beeld komt (in de vorm van acteur Billy Crudup). Regisseur Michael Mann gaat ondertussen iets te veel op herhaling. Public Enemies voelt namelijk aan als de gekostumeerde versie van zijn moderne gangsterepos Heat. Stilistisch gezien zit hij dichter bij de Dillinger uit 1945 aangezien de nacht het verhaal meer en meer verduistert (zowel letterlijk als figuurlijk) en Public Enemies dankzij de vele nachtopnamen aanvoelt als een noir. Digitale opnameapparatuur maakt het mogelijk de knallende omsingeling ditmaal in een donker bos te laten afspelen in plaats van in het zonlicht zoals in Dillinger ‘73. De gevoelige lenzen hebben weinig licht nodig om de actie overzichtelijk te houden.

Net als in Heat heeft de jager (Christian Bale als FBI-agent Melvin Purvis) een kort onderhoud met zijn prooi. Naast het reconstrueren van de feiten heeft Michael Mann gelukkig nog een verrassing in de staart van de film die, ondanks de ongeloofwaardigheid van het moment, prima past bij de stille bluf van Dillinger. Voor het eerst zien we ook eindelijk fragmenten uit Manhattan Melodrama. De scènes uit de laatste film die Dillinger in zijn leven zag suggereren zijn mogelijke laatste gevoelens. Dillinger is in de finale fase van het verhaal een toeschouwer geworden. De fictie op het witte doek vermengt zich met zijn eigen leven. Buiten de bioscoop, terug in de realiteit, kan hij daarom weinig meer doen dan toeschouwer zijn van zijn eigen executie.