Opera (Dario Argento, 1987)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

opera-cover

Tussen de actuele films en verplichte klassiekers door probeerde ik deze week weer eens een Argento uit. Italiaanse horrorkoning Dario kan geenszins visuele flair ontzegd worden (zie ook het camerawerk, kleurgebruik en de belichting in Susperia en Inferno), maar zijn ondeugdelijke scenario’s snijden dwars door de beeldpracht als een mes door het doek van een meesterschilder.

Een van de beeldmotieven in Dario Argento’s Opera is het oog: het openingsbeeld is de reflectie van het oog van een raaf, de camera filmt regelmatig vanuit het perspectief van de moordenaar en zelfs dode voorwerpen als een cassettebandje en een schaar lijken ons aan te kijken. In een van de money shots wordt een vrouw door haar oog geschoten – de spiedende voyeurblik wordt afgestraft met een kogel geschoten door een sleutelgat. Hoe het, rekening houdend met de wetten der natuur, mogelijk is dat de kogel vervolgens een aan het einde van de gang op de vloer liggende telefoon aan flarden schiet, blijft frustrerend genoeg buiten beschouwing.

Het verhaal over de jonge operazangeres Betty (Cristina Marsillach, Madrid 1963) is scripttechnisch gezien zwak uitgewerkt, en dan druk ik me zeer voorzichtig uit. Betty mag invallen bij een extravagante uitvoering van Verdi’s Macbeth. Ze stemt in, ondanks haar bijgeloof dat op deze opera een vloek rust. Vanaf Betty’s deelname wordt haar ’s nachts terugkerende nachtmerrie werkelijkheid. Een gemaskerde stalker snoert de zangeres vast en laat haar getuige zijn van nare moorden, op de soundtrack begeleid door volledig misplaatst beukende hardrock.

In plaats van direct politiebescherming aan te vragen, zoals een normaal mens zou doen, handelt Betty extreem ondoordacht. Ze laat bijvoorbeeld zonder te kijken de deur thuis open voor een vreemdeling. Vanwege deze gedragingen wordt lang gesuggereerd dat het verhaal door haar verwarde geest bekeken wordt en Betty zelf verantwoordelijk is voor de slachtpartijen. De bespottelijke Edelweissfinale had een bevestiging van die interpretatie kunnen zijn, maar zoals vaker bij een film van Argento blijkt de uitkomst nog omslachtiger en is de dader een onwaarschijnlijk personage met een vergezocht alibi.

Dario-Argento-Opera

[Spoilers!]
De nachtmerrie van Betty blijkt een herinnering te zijn uit haar kindertijd. Ze was op jonge leeftijd getuige van een bloedige moord door een gemaskerde man die de moord uitvoerde in opdracht en aanwezigheid van Betty’s sadistische moeder. De dader is inspecteur Alan Santini, gespeeld door de compleet verkeerd gecaste Urbano Barberini (Rome, 1961). De acteur heeft de emotionele reikwijdte van een dodenmasker, wordt nagesynchroniseerd door een gedrogeerde nieuwslezer en is ook nog eens te jong voor de rol. Dat laatste levert een grote plotcomplicatie op. Het leeftijdsverschil tussen Betty en Alan is namelijk zichtbaar nihil, want ondanks Alans vlasbaardje oogt hij ongeveer even oud als Betty. Ik schat dat zij rond de zes jaar was toen ze haar moeder zo verlekkerd naar Alans moorddaad zag kijken. Dan moet de maniakale inspecteur tijdens de flashbackmoord ook nog op de basisschool hebben gezeten, terwijl de flashbacks suggereren dat hij indertijd een volwassen man was.

Een andere onvergeeflijke misser in het script is aan het slot, nadat Santini zichzelf in het operagebouw in brand lijkt te hebben gestoken. De patholoog anatoom heeft minstens twee dagen nodig om te ontdekken dat het verbrande lijk geen mens maar een theaterpaspop is en dat Santini heeft weten te ontsnappen. Het mag allemaal heel stijlvol gefilmd zijn, maar het scenario hangt van onvoldoende uitgewerkte ideeën aan elkaar.

4/10