Onder Ons (Marco van Geffen, 2011)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

onderons

De camera daalt van een verblindend lichte hemel af naar het troebele water van de rietkant. Het is eenvoudig te raden wat allengs voorbij komt drijven. Even verderop ligt een typisch Hollandse Vinexwijk, het soort waar in de roman Snoer van Saskia van Rijnswou in 1996 al dreiging heerste achter ordentelijk aangeharkte voortuintjes en smetteloos ogende nieuwbouwgevels. 15 jaar later is in Onder Ons niets veranderd.

In de Vinexwijk heerst nog steeds de schone schijn. Zelfreflectie voelt aan als de lamp tijdens een politieverhoor. Het eigen ongelukkige gevoel is de schuld van de ander, het liefst iemand uit het buitenland. Tolerantie is een ander woord voor onverschilligheid. De dreiging van een verkrachter/moordenaar klinkt ver weg, zolang het slechts een nieuwsbericht op televisie betreft en de plaats delict verborgen blijft achter bosjes bloemen bij een afzetting aan de voet van een brug waar je toch nooit komt als het donker is.

Onder Ons is in drieën verdeeld. De film start bij Ilse (Rifka Lodeizen) en Peter (Guy Clemens) en hun zoontje Stijn. Meteen is niets wat het lijkt, want de eerste scène in huis blijkt ook een van laatste scènes te zijn, alsof wat daartussen gebeurde nooit heeft plaatsgevonden. Aan de buik van Ilse te zien, kan elk moment een tweede kind geboren worden. Hoogste tijd voor een au pair. Ze heet Ewa, een verlegen roodharig meisje uit Polen (een subliem gecaste Dagmara Bak). Elders in de film zie je haar met kinderwagen langs een middelbare school lopen en valt op hoe jong ze eigenlijk is.

Ewa heeft direct een band met kleine Stijn, wat vermoedelijk jaloezie oproept bij Ilse. Door gebrekkige onderlinge communicatie, bemoeilijkt door onhandig Engels en het afstandelijke gedrag van Ilse, blijft de weinig mededeelzame Ewa een vreemde in huis. De houding van Ilse en Peter wordt extra belemmerd door hun onbewust laatdunkende houding. Ze verwijten Ewa niet te luisteren, terwijl ze zelf ook geen goede luisteraars zijn. De Poolse draagt veel geheimen met zich mee, die ze niet kan of wil delen.

In de overige twee filmdelen wordt het verhaal opnieuw verteld, vanuit Ewa’s perspectief en daarna vanuit dat van haar Poolse vriendin Aga (Natalia Rybicka). Je zou denken dat de opgedeelde vertelstructuur stapsgewijs helderheid verschaft, zoals standaard bij thrillers het geval is. Onder Ons gebruikt de thrillerelementen echter vooral als middel om te focussen op de leegte van het moderne Hollandse leven in een provinciale groeikern. De drie filmdelen versterken niet de plot, maar benadrukken de afstand tussen de personages en het versnipperde beeld dat ze van elkaar hebben.

De drie delen staan naast elkaar als rijtjeshuizen, schijnbaar een eenheid, maar in werkelijkheid los van elkaar. Zo is het ook voor de kijker lastig tot eenduidige conclusies te komen.

7/10