No (Pablo Larraín, 2012)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

nobernal

Net als in Zero Dark Thirty (Kathryn Bigelow, 2012) gaat No over het uitschakelen van een gehaat politiek kopstuk en volgen we een persoon die daarbij een centrale rol vervult. In tegenstelling tot de koelbloedige executie in Zero Dark Thirty wordt de Chileense dictator Pinochet op vreedzame wijze afgezet als gevolg van een referendum in 1988 dat hij zelf heeft geïnitieerd. De oppositie krijgt de eindelijk de kans NEE te zeggen tegen zijn bewind en mag dat doen in televisie-uitzendingen van elk 15 minuten. Reclamemaker René Saavedra (Gael García Bernal) wordt gevraagd mee te helpen de campagne vorm te geven, ondanks de bezwaren van zijn werkgever Lucho Guzmán (Alfredo Castro) die zichzelf bij het JA-kamp heeft geschaard.

Regisseur Pablo Larraín laat verschillende filmgenres moeiteloos in elkaar versmelten. De strijd tussen NEE en JA is een competitie waarbij maar één de winnaar kan zijn, zoals in een spannende sportfilm of elke andere film over een competitie tussen twee ambitieuze kemphanen. No is ook een politieke thriller. René wordt opzichtig geschaduwd door de geheime dienst en loopt het risico opgepakt te worden. De geheime agenten maken gebruik van zeer intimiderende tactieken en deinzen er niet voor terug ’s nachts zijn huis binnen te dringen. Het is nergens veilig.

No is een komedie, zonder dat het er te dik bovenop ligt. Gael García Bernal en Alfredo Castro zijn humoristisch met uitgestreken gezichten. De film is een satire op de reclamewereld. In de ogen van de reclamemensen is democratie een product, net zoals frisdrank, dus waarom zou je het dan niet als frisdrank aan de man brengen? Om alle verschillende genres tot een eenheid smeden, hanteert Larraín een consequent uitgevoerde strakke vorm. Alles is vastgelegd op ouderwetse en verbleekte Betamax-videobanden. Kleuren leiden een eigen leven. Rood barst uit de voegen. Tegenlicht van de zon ontneemt een enkele keer totaal het zicht. De videobeelden wekken de indruk dat No gemaakt is in 1988 en pas onlangs in ladekast is ontdekt. Het is soms lastig te bepalen wat fictie is en wat archiefbeeld. Dat Bernal en Castro op dreef zijn en aan elkaar gewaagd, is een extra pluspunt.

9/10