Nadah El Shazly – Ahwar (2017)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

Nadah El Shazly was in het tweede weekend van november een van de verrassingen op het festival Le Guess Who in Utrecht. In dezelfde maand bracht de muzikante uit Caïro ook het album Ahwar uit waarop haar Egyptische roots opgaan in electronica, avant-garde en jazz. Haar nieuwe plaat is een goede aanleiding voor een terugblik op het optreden dat ze gaf op zondag 12 november, de laatste dag van Le Guess Who.


De Egyptische zangeres en producer Nadah El Shazly begon haar muzikale carrière in een Misfits-coverband. Ze laat de punkinvloeden tegenwoordig ver achter zich en maakt nu experimentele muziek waarin ze haar Arabische roots verweeft met westerse elementen. Tijdens de opnamen van het nieuwe album Ahwar werd ze in de studio omringd door een tiental gastmuzikanten en productioneel ondersteund door Maurice Louca en Sam Shalabi van The Dwarfs of East Agouza. Alle medemuzikanten werden tijdens het solo-optreden op Le Guess Who in TivoliVredenburg uit een laptop getoverd. De laptop zal binnenkort minder prominent op het podium staan of misschien zelfs in de studio achterblijven, want de zangeres is na haar terugkomst in Egypte met een band de repetitieruimte ingegaan.

Nadah El Shazly

De laptop wekte in Utrecht de suggestie dat Nadah El Shazly een elektronische muzikant is, maar de muziek op de plaat wordt voornamelijk akoestisch voortgebracht. De akoestische instrumenten worden via elektronische effecten door de mangel gehaald zonder dat ze hun herkenbaarheid verliezen. Een enkele keer zorgen elektronische beats voor het begeleidende ritme. De saxofoon keert regelmatig terug op Ahwar, zoals in het instrumentale nummer Koala waarmee Nadah El Shazly haar set in Utrecht afsloot. Een langzame, onregelmatige drumpartij wordt in de polyritmische track omringd door nerveuze blazers die lijken ontsnapt uit een minimalistische compositie van Terry Riley (zoals Poppy Nogood and the Phantom Band All Night Flight uit 1968).

Live in Utrecht zette Nadah El Shazly de computer even uit voor een a capella uitgevoerd lied en kreeg ze de zaal stil met enkel haar soepele donkere stem. Haar manier van zingen was net zo vrij als een jazzsolo. De jazzinvloeden in sommige nummers op Ahwar zorgen voor grillige songstructuren en atonaliteit. Westerse en oosterse toonsoorten wringen en schuren langs elkaar. De in westerse oren vals klinkende oosterse toonladders worden niet geschuwd, zoals blijkt uit de kwartnoten die uit het orgeltje komen in Palmyra, het toegankelijkste nummer op het album. De muzikale ontmoeting tussen Oost en West leidt op Ahwar nergens tot exotisme.


Jane Weaver
Het enige teleurstellende optreden dat ik tijdens Le Guess Who zag was van Jane Weaver. Het eerste nummer beloofde een pittige set Britse krautrock, maar toen moest de gitarist zijn gebroken snaar vervangen en ging de geest voortijdig terug in de fles. De zangeres uit Manchester doodde de tijd door met de overige muzikanten een spontane improvisatie in te zetten waarin niemand zich durfde te laten gaan. Na de terugkeer van de gitarist bleef de band in de vier nummers die ik nog zag hangen in trage discoritmes waar te weinig variatie in viel te ontdekken.

Sarah Davachi

Sarah Davachi
Het zondagje Le Guess Who begon voor mij ’s middags in theater De Kikker. De Canadese muzikant Sarah Davachi joeg daar in de loop van haar optreden met langgerekte elektronische tonen voldoende mensen weg om plaats te maken voor nieuwe belangstellenden die het ook niet allemaal lang volhielden. Het optreden had goed gepast tijdens 12-Hour Drone dat verderop in de stad plaatsvond in de Pastoefabriek. Hoge feedbacknoten hadden de overhand tijdens de drie kwartier durende improvisatie. Ze overstemden de orgelnoten die in de verte als drukke mieren over elkaar heen krioelden. Het was niet duidelijk of de feedback bewust werd voortgebracht of dat mijn resonerende trommelvliezen voor de boventonen zorgden. Door de herhaling van noten leek het ook alsof de elektronische geluidsbron bestond uit samples van Sarah Davachi’s eigen stem en dat we luisterden naar een koor dat woordloos zong zonder ademhaling. Naast me zat een van de toehoorders te knikkebollen, wat volgens mij de beste manier is om de muziek tot je te nemen.

Juana Molina
De blijmoedige liedjes van Juana Molina uit Buenos Aires klonken in zaal Pandora in TivoliVredenburg op het eerste gehoor eenvoudiger dan ze in werkelijkheid zijn. De repetitieve gitaarloopjes waren niet constant hetzelfde. Molina liet de loopjes herhalen en voegde tegelijk nieuwe partijen toe. De muziek bleef spannend vanwege de verschuivende accenten in de ritmes, enkele onregelmatige maatsoorten en dissonante tweestemmige zangpartijen. Op de karakteristieke, ietwat onvaste zang van Molina zat vaak een vervreemdend effect, alsof ze met dubbele stem zong. De muziek deed me soms denken aan de Japanse muzikant Cornelius – poppy, maar net even te afwijkend om door popzenders opgepikt te worden.

Linda Sharrock
Zangeres Linda Sharrock (Philadelphia, 1947) werd in 2009 getroffen door een beroerte en is sindsdien zeer beperkt in haar expressievermogen. Dat weerhoudt haar niet om te blijven optreden met haar free jazz. Op de laatste dag van Le Guess Who werd haar rolstoel tot aan de deur naar het podium gereden. Van daaruit werd ze naar de zangzetel begeleid door haar vaste muzikale begeleider Mario Rechtern. De saxofonist/klarinettist naam plaats aan de rechterkant van het podium en startte samen met twee gitaristen (onder wie Jasper Stadhouders), een bassiste en drummer Onno Govaert een volumineuze vrije improvisatie waarmee de band binnen enkele minuten de eerste toehoorders de zaal uit kreeg. Terwijl de muzikanten met veel geweld dwars tegen elkaar in speelden keek Sharrock af en toe opzij en zo min mogelijk richting het publiek voordat ze haar eerste kreten slaakte. Een overijverige cameraman waande zich ondertussen het zevende bandlid.

Linda Sharrock

Sharrock kan niet meer praten. Haar vocabulaire is tegenwoordig noodgedwongen beperkt tot uitgerekt wa’s en wo’s. Haar oerkreten klonken in Utrecht als dialogen uit de Franse anarchistische film Themroc (1973). Je kon ze interpreteren als basale uitingen van woede, frustratie of pijn. Gitarist Max Bogner alias Margaret Unknown schreeuwde een paar keer door een vervormde microfoon met de zangeres mee. De lange muzikant sprong vanwege zijn gejaagde bewegingen het meest in het oog. Door alle onbeheerste handelingen raakte zijn gitaarriem los. De harde klap van de gitaar tegen het podium paste prima bij een optreden van een band die dreunen wilde uitdelen. Linda Sharrock maakte indruk met haar band, niet omdat ze de mooiste muziek van de dag voortbracht, maar omdat ze deze zondag de meest radicale muzikant was.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *