My Degeneration (Jon Moritsugu, 1989)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

mydegeneration

De makers van My Degeneration hebben het voor elkaar gekregen hun wanstaltige productie er nog goedkoper uit te laten zien dan de schamele $5.000 die ze er in 1989 aan hebben gespendeerd. Volgens de informatie op de recente dvd-uitgave is de fictieve rockumentary gedraaid op 16mm, terwijl het resultaat oogt als een op een tweedehands videoband overgezette 8mm-kopie die te lang in de zon heeft gelegen. En dan te bedenken dat de abominabele beeldkwaliteit nog het minst bedroevende is aan de hele onderneming.

Het uitgangspunt had een aardige film op kunnen leveren. Meidenpunktrio Bunny-love probeert succes te forceren door een lucratieve deal aan te gaan met een vleesverwerkende multinational. Na een wekenlange training door een PR-dame van het bedrijf is de bandnaam veranderd in Fetish, hebben de dames hun identiteit ingeruild voor een keiharde, zakelijke houding en wordt de wereld veroverd met een agressieve promotiecampagne.

Regisseur Jon Moritsugu filmt zijn debuut voornamelijk in het opberghok in een achtertuin in Providence, Rhode Island, inclusief de uitgebreide wereldtournee van het trio Fetish. Op een paar buitenopnamen in en rondom de tuin na, bestaan de steden uit verknipte en witgeschilderde kartonnen dozen. Binnen dit decor proberen de drie hoofdrolspelers tevergeefs hun lachen in te houden, zelfs tijdens scènes waarin ze boos of verdrietig moeten zijn. Om de kijker extra te beledigen heeft een van hen een relatie met een ontbindend varkenshoofd. Haar koestering voor het dode dier zal symbolisch bedoeld zijn, maar is toch voornamelijk in meerdere opzichten onsmakelijk.

Vergeleken met andere wansmaak is de film geen seconde zo opzienbarend als het vroege werk van John Waters en komt het geheel nergens boven het niveau uit van de beroerdste Troma-producties. My Degeneration probeert de muziekindustrie te bekritiseren met dezelfde kracht als een kleuter die met melktandjes een blok beton probeert stuk te bijten. Door gebrek aan talent, visie en de benodigde dosis humor faalt de satire volledig en dat mag zo vlak voor de uitbraak en de uitbuiting van grunge, het genre dat rondom het maken van de film losbarstte, een gemiste kans genoemd worden.

De dvd-verpakking liegt over de lengte van de film – in plaats van de beloofde 70 minuten, verschijnen na 60 minuten de eindtitels al in beeld. De makers zijn wel zo eerlijk geweest de algehele productiekwaliteit authentiek beneden peil te houden. Nergens is een digitale facelift toegepast. De beelden zijn onverminderd verbleekt en het geluid is vaak asynchroon, veroorzaakt door een aftandse opwindcamera zonder direct geluid en een ruisende cassettedeck. Tijdens de muzikale momenten (waar er veel van zijn, omdat anders de 60 minuten nooit gehaald zouden worden) bewegen de drie ‘actrices’ op muziek van Vomit Launch en andere gitaarbands uit de Amerikaanse underground als Government Issue, Poison 13 en Halo Of Flies. Het moment dat voor ondergetekende de ergernis enigszins temperde was de bijdrage op de soundtrack van Bongwater.

Ik had gehoopt dat Moritsugu op de commentaartrack van de dvd op het label Apathy Productions (Amerikaanse import, Regio 0) zijn nederige excuses zou aanbieden voor zijn wanprestatie. In plaats daarvan gedraagt hij zich samen met ‘actrice’ Amy Davis als een opgefokte puber en doen beide filmmakers een wedstrijd in wie er het hardst kan schreeuwen. Hun commentaar (waar ik slechts de helft van uit kon zitten) is zowaar van een nog lager niveau dan de film zelf.

0/10