Monster double bill: AVPR: Aliens vs Predator – Requiem (2007) versus Cloverfield (2008)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

Cloverfield

Sinds 11 september 2001 denken personages in een speelfilm direct aan een terroristische aanval wanneer hun veilige bestaan wordt bedreigd door onbekend geweld van buitenaf. Hollywood is geconditioneerd dankzij Al-Qaeda, al durven filmmakers de naam van deze organisatie niet te noemen. In plaats van mannen met lange baarden en dreigende donkere ogen wordt de dreiging gesymboliseerd door monsters van een andere planeet, net zoals dat in pulpfilms uit de jaren vijftig gebeurde.

De hedendaags pulpfilm AVPR: Aliens vs Predator – Requiem probeert onhandig te verwijzen naar de recente geschiedenis. Het regisseursduo Colin en Greg Strause zit echter te veel vast aan de verwachtingspatronen van fans van de successeries Alien en Predator. Ze zijn meer geïnteresseerd in variaties op thema’s en vertrouwde beelden uit beide filmseries dan in het koppelen van sciencefiction aan een relevant commentaar op de huidige stand van zaken in de wereld. De liefhebber van Alien herkent direct de naam Dallas uit de eerste Alien (1979), de in een militair shirt gestoken en zwaarbewapend vrouwelijke hoofdpersonage met (surrogaat)dochter uit Aliens (1986) en de klassieke close-up uit Alien3 (1992) van een kwijlende monsterkop die langzaam het bange hoofd van een vrouwelijke (hoofd)personage nadert. In plaats van de stoere Sigourney Weaver is ditmaal de gladde Reiko Aylesworth de heldin. Fans van de serie 24 kennen haar als terrorismebestrijder Michelle Dessler.

 

avpr

AVPR

 

De Predators jagen ditmaal op ontsnapte Aliens in en rondom een hedendaags Amerikaans modelstadje dat slechts dient als decor voor gewelddadige confrontaties tussen de monsters. De mens heeft weinig in te brengen en de dagelijkse beslommeringen ogen slechts als halfzachte scènes uit willekeurige soapseries gespeeld door anonieme acteurs die bruusk opzij gezet worden ten faveure van het monstergeweld. De overheid staat machteloos en kan niets anders doen dan het zwaarste middel inzetten om het gevaar te verjagen, daarbij geen genade kennend voor eventuele achterblijvers.

Voor het voelbaar maken van 9/11’s impact heb je niets aan bovengenoemde pulp en kun je beter terecht bij het beduidend meer kostende Cloverfield. Producer JJ Abrams en regisseur Matt Reeves maakten een impressionistische reconstructie van de aanslagen op Manhattan. Dag is veranderd in nacht en het doelwit zijn niet de Twin Towers, maar al wat nog resteert aan wolkenkrabbers op het schiereiland. Ook hier kan de mens enkel toezien hoe het grote onbekende vernietigend te werk gaat. De New Yorkers vluchten naar een veilig heenkomen en het leger moet zwaar geschut inzetten ten koste van alles wat op Manhattan nog leeft, inclusief een groepje jonge volwassenen die samen met Rob Hawkins (Michael Stahl-David) op zoek gaan naar zijn gewonde vriendin Beth (Odette Yustman). Een van de groepsgenoten is Hud (T.J. Miller), bij toeval gewapend met een digitale camera waarmee hij vanaf het afscheidsfeestje van Rob filmt tot aan de onvermijdelijke confrontatie aan het slot van de film. Zijn registratie wordt later teruggevonden in wat ooit Central Park was.

Over het lot van de hoofdpersonages valt weinig te raden over, maar dat maakt de spanning niet minder groot tijdens hun tocht door brandende straten, onverlichte metrotunnels en tuimelende wolkenkrabbers. De combinatie van subjectieve cameravoering, realistische trucages en oorverdovende soundtrack maken van Cloverfield een achtbaanrit die de meeste toeschouwers eerder met grote verslagenheid in de bioscoopstoel achterlaat dan met vreugdevolle opwinding (dat was in ieder geval mijn ervaring). Eerdere cinematografische achtbaanritten, zoals bijvoorbeeld The Matrix, zorgden voor een positief aanvoelend opborrelen van adrenaline, maar daar is bij Cloverfield geen sprake van. De destructie rijt verse herinneringen open en maakt ze meer concreet dan de kijker lief is.

Een van de sterkste vondsten is ook een zeer eenvoudige: zonder het te weten filmt Hud met een cassette in de camera waar beelden op staan uit een zorgeloze dag uit het leven van een jong paar. Deze beelden worden overgewist door toedoen van de nieuwe opnamen. Een symbolische daad. Tussen de vernietiging door zien we enkele flarden uit dat leven, eindigend op het zonovergoten Coney Island, het vervallen pretpark in Brooklyn (*). Een andere sterke vondst is het inspreken van persoonlijke berichten door vrienden van Rob tijdens zijn afscheidsfeestje (Rob heeft namelijk een baan gekregen in Japan, niet toevallig het land van Godzilla). Deze introductie van personages krijgt in de laatste beelden extra diepte: iedereen neemt uiteindelijk afscheid van zichzelf en de wereld.

Doordat de film is opgebouwd uit gevonden ‘realistisch’ beeldmateriaal is geen gecomponeerde soundtrack aanwezig voor het aandikken van de actie. De enige muziek is afkomstig van de locaties, zoals de stereo-installatie tijdens het feestje en de muzak in de foyer in een verlaten flatgebouw, vlak voor de vernietiging toeslaat (net zoals de zijige muzak ook lang zal hebben geklonken onder de Twin Towers vlak voordat deze ineen zakten). Door de realistische benadering is Cloverfield bijna net zo benauwend als het via een televisiescherm tot stofwolk zien veranderen van de WTC-torens (en misschien zelfs benauwender). Op die historische dag heb ik een kort moment gedacht dat het einde van de wereld was aangevangen, een soort gevoel dat in alle hevigheid opwelt bij het zien van de grote paniek, de wanhoop en de totale destructie in Cloverfield, levensgroot op het witte doek. We zijn getuige via het oog van de camera en worden rechtstreeks de actie ingezogen. Als de camera uitvalt, sterft de toeschouwer een beetje.


(*) Wie goed kijkt ziet aan het eind van de film in deze scène op de achtergrond iets verdachts in het water vallen.