Micmacs À Tire-Larigot (Jean-Pierre Jeunet, 2009)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin
Micmacs à tire-larigot

Micmacs à tire-larigot

Bazil (Dany Boon) zit ´s avonds laat in zijn videotheek te Parijs naar een Frans nagesynchroniseerde versie van The Big Sleep (Howard Hawks, 1946) te kijken wanneer buiten voor zijn deur een wagen achtervolgd wordt door een motorrijder met passagier. Schoten vallen over en weer. Een pistool valt op de grond, gaat af en schiet een verdwaalde kogel door Bazils hoofd. De film suggereert dat hij ontwaakt in het ziekenhuis, maar het is zeker mogelijk dat de videotheekmedewerker is overleden en dat zijn geest voortleeft in een cinemafantasie.

Zo bekeken is de zesde film van Jean-Pierre Jeunet (die met Marc Caro meegerekend) een film over een film vol filmverwijzingen. Tweemaal rijdt Bazil langs een filmposter van Micmacs À Tire-Larigot waarop de actie te zien is die op dat moment op straat plaatsvindt. Een van de achtervolgingen eindigt dwars door een filmposter. Jeunet citeert meerdere malen uit andere films. Bazil wandelt over de daken als een personage uit Les Vampires (Louis Feuillade, 1915) en gluurt door ramen als James Stewart in Rear Window (Alfred Hitchcock, 1954). Tegen het eind van de film komt een verwijzing voorbij naar de cruciale flashback in Once Upon A Time In The West (Sergio Leone, 1968). Het Franse publiek zal vast nog meer verwijzingen zien.

Het filmmotief wordt versterkt door de verrekijkers en vele surveillancecamera’s. Een opgehitste bewaker (Urbain Cancelier) waant zich op de stoel van de regisseur en bedient een camera tijdens een geënsceneerde amoureuze verstrengeling van lichamen voor het raam tegenover het gebouw dat hij in de gaten moet houden. De filmmuziek stapt letterlijk in beeld.

De openingsscène is een aanwijzing voor het verdere verloop van het verhaal. In 1979 blaast de vader van Bazil zichzelf ergens in de Sahara op bij het onschadelijk maken van een landmijn. Voortbordurend op de landmijn is Micmacs À Tire-Larigot een aaneenschakeling van boobytraps, gepland en geplaatst door de berooide Bazil, daarbij geholpen door een ondergrondse loge van extravagant acterende, zonderlinge zwervers. Bazil neemt tegelijkertijd wraak op de maker van de landmijn als op de fabrikant van de kogel die hem in zijn schedel heeft getroffen. Zonder dat de twee magnaten het doorhebben speelt hij ze tegen elkaar uit. Het scheelt dat de kantoren en fabrieken van beide onsympathieke grootkapitaalbeheerders tegenover elkaar staan.

De vernuftig uitgevoerde wraakactie is een uitvergrote versie van de vallen die Amélie zet in het huis van de nare groenteboer (alweer Urbain Cancelier) in haar straat in Jeunets Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain (2001). Dat Micmacs À Tire-Larigot niet meer is dan een uitvoerige variant op een scène uit eerder werk van de regisseur, mag een teken zijn van zijn huidige ideeënarmoede.