Man Hunt (Fritz Lang, 1941)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

manhunt

Er valt genoeg aan te merken op Man Hunt, maar laat ik eerst toch vooral licht werpen op wat wel geslaagd is aan de eerste antinazifilm van Fritz Lang. Zo heeft de in Hollywood werkzame Duitse regisseur de eerste minuten geen muziek of dialoog nodig om zijn openingsscène helder neer te zetten. De internationaal vermaarde Britse jager Alan Thorndike (Walter Pidgeon) weet ongezien door de bossen rondom Hitlers burcht te manoeuvreren, krijgt de dictator in zijn vizier en haalt de trekker over. Klik, zegt het ongeladen geweer, en dat is ook de bedoeling. Thorndike bedenkt zich en laadt een kogel. Een vallend blad haalt hem uit zijn concentratie en hij wordt ontdekt door een Duitse soldaat. Tijdens een worsteling gaat het geweer af.

In de burcht horen we pas de eerste dialoog, wanneer de Brit wordt verhoord door een majoor met de weinig Duits klinkende naam Quive-Smith (George Sanders). Thorndike, zichtbaar gewond na de hardhandige overmeestering, beweert dat zijn vermeende aanslag op de führer slechts een jagersspel was en dat hij nooit van plan was Hitler te doden. De Brit is namelijk een pacifist. De majoor wil Thorndike een bekentenis laten tekenen waarin de jager bevestigt te opereren namens de Britse regering. De bekentenis zou een mooi excuus zijn om de Britten de oorlog te verklaren. Thorndike weigert pertinent, krijgt buiten beeld een extra pak slaag en wordt ’s nachts van een klif gegooid om zijn dood te laten lijken op een ongeluk. Als de majoor de volgende ochtend beneden de klif arriveert, blijkt de val van Thorndike gebroken door takken en is de Brit verdwenen. De jacht op hem kan beginnen.

In een film van Fritz Lang is de wereld is een labyrint waarin het hoofdpersonage wordt ingesloten. De man als opgejaagd wild is een vertrouwd thema in zijn oeuvre. In Langs Duitse meesterwerk M (1931) wordt een kindermoordenaar (Peter Lorre) op de hielen gezeten door zowel de politie als de onderwereld van Berlijn. In zijn eerste Amerikaanse film Fury (1936) wordt een onschuldige man (Spencer Tracy) tot in zijn gevangenis opgedreven door een moordzuchtige meute. In Man Hunt moet Thorndike tijdens zijn vlucht de open natuur en het daglicht inruilen voor de verduisterde grote stad. Via een Deens schip arriveert de Brit in Londen. Duitse spionnen, geleid door de macaber ogende man met zwarte hoed (John Carradine), zetten hun jacht voort in mistige straten, stegen en metrogangen. Thorndike lijkt nergens veilig te zijn. Wanneer hij zijn toevlucht zoekt door een trappenhuis in te rennen en daarbij de jonge vrouw Jerry (Joan Bennett) tegen het lijf loopt, gaat het een tijd lang flink verkeerd met de film.

Na het opvallend stuntelige werk van de man met de zwarte hoed en zijn spionerende kompanen, zorgt het personage van Jerry voor de nodige dieptepunten. Het eerste probleem is dat zij eigenlijk een hoertje is, maar dat haar beroep niet genoemd mag worden door toedoen van de filmcensuur en de wens van de producer. Zo blijft aan de oppervlakte onduidelijk waar Jerry haar dagelijkse brood mee verdient, terwijl de kijker eigenlijk maar één conclusie kan trekken, een conclusie die in de dialogen bevestigd wordt dankzij de vele toespelingen op Jerry’s ware professie.

Het tweede probleem van de vrouw is de manier waarop Joan Bennett haar gestalte geeft. De Amerikaanse actrice knauwt haar tanden stuk op een pijnlijk mislukt plat Londens accent. Ze overdrijft het accent zo hevig dat het eerder irritant dan lachwekkend wordt. De actrice speelt haar rol ook nog eens op kinderachtige wijze, waarschijnlijk om acteur Walter Pidgeon een veilige vaderrol te geven en zo te voorkomen dat de relatie tussen de jager en het hoertje al te expliciet seksueel wordt, wat in het Hollywood van 1941 natuurlijk een doodzonde was. De scènes tussen de twee hebben een vrolijke luchtigheid die niet past bij het verder zo duistere verhaal. De humor in de scènes waarin Jerry’s achterbuurtafkomst botst met de etiquette van de Londense aristocratie ligt er veel te dik bovenop. De thriller verandert in het middengedeelte tijdelijk in een klucht, en de klucht is niet Fritz Langs handelsmerk.

man hunt

Het is vermakelijk om in het audiocommentaar bij de recente dvd-release van Man Hunt (Regio 1) biograaf Patrick McGilligan grapjes te horen maken over de minder geslaagde onderdelen van de film. Het is prettig te horen hoe een deskundige zijn geliefde regisseur niet per se spaart. Zijn commentaar neemt daarmee in waarde toe. McGilligan legt uit dat Man Hunt in korte tijd is gemaakt en drie maanden na aanvang van productie al in de bioscopen draaide – een prestatie van formaat. Haast was geboden aangezien de Tweede Wereldoorlog al enkele jaren in volle gang was en de film constant door de actualiteiten kon worden ingehaald. De boodschap van Man Hunt was ook direct gericht aan het Amerikaanse publiek en vooral aan de politici: bij een gevaarlijke dictator als Hitler is het onverstandig passief te blijven. De wereld kan enkel gered worden als de Verenigde Staten hun neutraliteit opgeven en zich met de strijd bemoeien. Ook Thorndike wordt door zijn ervaringen tot die conclusie gedwongen. Het is alleen jammer dat er een wat al te didactische dialoog aan vooraf moet gaan.

Fritz Lang overtuigde met Man Hunt de filmstudio opnieuw van zijn meesterschap en had dankzij het succes van de film zijn definitieve doorbraak in Hollywood, al zou hij daar nooit de artistieke vrijheid krijgen die hij in zijn Duitse periode heeft gekend. Hij maakte nog drie antinazifilms: twee tijdens de oorlog (Hangmen Also Die! en Ministry Of Fear) en nog eentje een paar jaar daarna (Cloak And Dagger). Met zijn Amerikaanse muze Joan Bennett maakte hij later enkele zeer geslaagde film noirs die vele malen beter zijn Man Hunt.