Mammuth (Benoît Delépine & Gustave de Kervern, 2010)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

mammuth

Gérard Depardieu en Rutger Hauer zijn generatiegenoten. Beide acteurs hebben eigenlijk al genoeg aan hun karakteristieke kop om indruk te maken. Ze wekken de schijn niet te hoeven te acteren – enkel hun aanwezigheid is voldoende. Hauer dankt zijn karakterkop aan diepe groeven, grijze lokken en een ondeugende oogopslag. Depardieu had altijd al een grote neus, tegenwoordig aangevuld met een buik die per film in omvang toeneemt. Hauer kiest voor B- en C-garnituur en dat is zijn goed recht. Depardieu wisselt publieksfilms af met kleine, meer artistieke films en is daardoor interessanter om te blijven volgen.

Mammuth behoort tot de categorie kleine film. De kleuren in deze tragikomische roadmovie van Benoît Delépine en Gustave de Kervern zijn vrijwel identiek aan die in Hauers recente film Hobo With A Shotgun (zie gisteren). In beide films komt het hoofdpersonage voornamelijk nare mensen tegen op zijn pad. Mammuth (de titel verwijst zowel naar de leeftijd en het postuur van Depardieu als naar een motormerk) komt in tegenstelling tot Hobo niet van video, maar van celluloid, inclusief droom- en fantasiesequenties gefilmd op het uitstervende 8mm-formaat.

Voormalige slager Serge haalt na zijn laatste werkdag de motor van stal om ten behoeve van zijn pensioen letterlijk een rit naar zijn verleden te maken, op zoek naar officiële papieren bij voormalige werkgevers. Onderweg herinnert hij zich een oude tragedie (gastrol voor Isabelle Adjani) en komt hij veel argwaan en vijandigheid tegen. De hedendaagse wereld zit vol eenzame mensen die elkaar een loer draaien of op zijn minst aan het huilen brengen. Serge is zelf ook geen engel en wat dat betreft vergelijkbaar met de twee botte rolstoelrijders in Aaltra (2004), de eerste film van Deléphine en Jervern.

Zolang de twee regisseurs hun lens gericht houden op hun hoofdpersonage, rolt het verhaal gemoedelijk voorbij, soms trillend vanwege keien op de weg. Wanneer ze zijpaden betreden, zoals met het sollicitatiegesprek van een zweverig nichtje (gespeeld door kinderlijke kunstenares Miss Ming) en de autorit van Serge’s vrouw Catherine (Yolande Moreau), loopt het verhaal helaas een paar keer dood. Dat ze het niveau niet de volledige anderhalf uur weten vast te houden, zij ze vergeven. Het regisseursduo houdt van donkere, soms absurdistische humor en scoren de lach door de kijker menigmaal op het verkeerde been te zetten (zie onder meer de scène in het restaurant en de ontmoeting met een oude neef).

7/10