Luchtig, vluchtig en vrijblijvend: Peaking Lights @ Melkweg (29 oktober 2014)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin
Peaking Lights

Peaking Lights

Het duo Peaking Lights uit San Francisco bezocht gisteren opnieuw Amsterdam, deze keer voor een optreden in de oude zaal van de Melkweg. De dresscode was de streepjescode. Het gevangenismotief dook in verschillende varianten op in het publiek. De diverse gestreepte shirts riepen dierbare herinneringen op aan het tenue van Peppi en Kokki in hun hoogtijdagen. Sean McBride van voorprogramma Xeno & Oaklander droeg niet alleen de zwarte strepen maar ook nog eens dezelfde snor als Edgar in Debiteuren Crediteuren. Grappiger werd hun optreden niet.

Het duo McBride en Miss Liz Wendelbo, aangevuld met een anonieme gekuifde jaknikker, vervoerden de aanwezigen in hun teletijdmachine terug naar de schaduwzijde van de jaren tachtig, een periode die ze zelf niet bewust hebben meegemaakt, maar ondergetekende des te meer. De drie muzikanten waren slaven van hun sequencers. De sequencer is een elektronisch instrument dat loopjes speelt, vaak gebaseerd op een akkoord. Per nummer, voor zover tijdens het optreden sprake was van nummers, werd gemiddeld slechts gevarieerd op één akkoord. Voor de afwisseling werden de loopjes getransponeerd, een trucje dat in Nederlandstalige amusementsmuziek doorgaans slechts één keer in een nummer wordt toegepast, maar in het geval van Xeno & Oaklander soms om de paar maten. De opeenvolging van akkoorden leek bepaald door willekeur in plaats van muzikaal gevoel.

Miss Liz Wendelbo, een in het zwart geklede jongedame met lange zwarte haren die overdag uit putten kruipt in Japanse horrorfilms, zong galmende lange valse tonen. Als ze niet zong speelde ze kinderlijke melodietjes op een ontstemde synthesizer. Het gebrek aan muzikaliteit werd opgejaagd door een norse drumcomputer die van geen ophouden wist. Op de achter het trio geprojecteerde zwart-witfilms wekten Wendelbo en McBride de indruk de weg een beetje kwijt te zijn.

Peaking Lights

Peaking Lights

Peaking Lights ging voortvarend van start. Vooral in de eerste paar nummers waarde de geest van de meesterlijke dubproducer Adrian Sherwood door de oude zaal van de Melkweg. Een lome luide beat legde het accent stevig op de derde tel. De baslijnen klonken geen moment zo lo-fi als op het album 936 (2011) waarvan in mijn huiskamer een kopie rondzwerft. Wat ik van het nieuwe album Cosmic Logic heb gehoord klinkt een stuk gladder. Het optreden was minder psychedelisch dan ik had verwacht en vooral bedoeld om mensen aan het dansen te krijgen. Er viel weinig te beleven voor wie de blik niet op de eigen voeten maar op het podium gericht hield.

Het merendeel van de set leek voorgekookt. Misschien kwam zelfs het volledige optreden rechtstreeks vanaf de harde schijf. Een groot computerscherm stond op een tafel met de rug naar de zaal gekeerd. FRAGILE stond er ondersteboven met grote letters op geschreven. Het scherm was zo fragiel dat Aaron Coyes, de man met de witte muts op zijn hoofd, er het hele optreden niet naar durfde te kijken. Hij draaide druk aan knoppen zonder dat te horen was waar al dat gedraai muzikaal toe leidde. Naast hem stond de lange Indra Dunis dun te zingen als een verveelde Lolalalita. Ze zong magere zanglijnen en danste voorzichtig, haar torso afwisselend leunend op het rechter- en het linkerbeen. Af en toe zwaaide ze. Haar gebrek aan uitstraling werd gecompenseerd door een videoanimatie waarin draaiende cirkels, bewegende gezichten en gekleurde abstracte vormen werden afgewisseld met een verzameling standjes uit de Kamasutra.

De dub werd halverwege het optreden ingeruild voor een platte beat die blij werd begroet door de fanatiekste onder de dansers. Peaking Lights was vrolijk luchtig, vluchtig en vrijblijvend, maar je moest er wel voor in de stemming zijn. Mijn gezelschap was de zaal al na drie nummers ontvlucht. Zelf bleef ik puur uit beleefdheid tot aan de eerste toegift.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *