Los Bastardos (Amat Escalante, 2008)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

affiche Los Bastardos v2

Zonder alle films van het festival te hebben gezien, durf ik te stellen dat Los Bastardos de meest schokkende scène bevat van het International Film Festival Rotterdam 2009. Het moment zit strategisch in de slotfase. De rest van de film werkt er onvermijdelijk en berekenend naartoe. Regisseur Amat Escalante filmt de dag, avond, nacht en volgende ochtend van twee illegale Mexicaanse arbeiders in Los Angeles, hoe ze worden uitgebuit door Amerikaanse werkgevers, hoe ze worden getreiterd door dronken Amerikaanse jongeren in een park en hoe ze wraak nemen door een dubieuze klus aan te nemen en een willekeurig huis binnen te dringen.

Escalante begint met leegte en stilte. Het openingshot toont een fotogenieke uitgedroogde kanaalbedding in Los Angeles. De zon spiekt rechts in beeld tussen twee ver afgelegen daken. Vanuit de verte slenteren twee figuren in de richting van de camera. Een van hen trapt een slappe voetbal via de kanaalwand voor zich uit. Pas een paar minuten later, wanneer de twee mannen de camera passeren, zwenkt het beeld met hen mee naar links. Ze klimmen bij een brug omhoog de stad in. De letters van de filmtitel knallen met veel nadruk op het immense doek van Pathé 5. Ze zijn net zo groot als die van het Hollywoodteken in Los Angeles en worden begeleid door grimmige metalakkoorden.

Vlak voordat de twee zich aansluiten bij een groepje illegaal in de VS verblijvende landgenoten vraagt de oudere Jesús (Jesus Moises Rodriguez) aan zijn jonge maatje Fausto (Rubén Sosa) om met geen woord te reppen over de gebeurtenissen van de voorbije avond. Samen met hun collega’s wachten ze op zwart werk. Het duurt even voordat een truc vanuit het nabijgelegen winkelcentrum komt aanrijden en bij hen tot stilstand komt. De oudste van de Mexicanen beheerst als de enige Engelse taal. Het kost hem moeite met de jonge Amerikaanse constructiebaas (Kenny Johnston) een goede dagloonafspraak te maken. Het grootste gedeelte van dag hakken de arbeiders op een hooggelegen bouwplaats, en onder de brandende zon, een geul in de grond. De Amerikaan betaalt uit, maar wil de mannen niet terugrijden naar de verzamelplek. De oudste Mexicaan dreigt op rustige toon dat de weigering consequenties zal hebben, waarna de Amerikaan inbindt en de mannen afzet op de plek waar hij ze in de ochtend had opgepikt.

Jesús en Fausto kiezen een park uit voor een biertje en rust. Ze passeren een clubje blanke jongeren. Die hebben luide muziek opstaan, kijken naar twee worstelende vrienden en schelden de Mexicanen uit. Als een van hen etensresten tegen Fausto aangooit, wil deze terugslaan, maar Jesús houdt hem tegen. Op een rustige plek halen de twee een vervaarlijk uitziend geweer uit de tas. Een paar uur later, vlak voor zonsondergang, lopen ze terug naar de plek waar het groepje Amerikanen zich had verzameld en richten de loop van het geweer op de dronken kop van de enige achtergebleven jongen.

[Spoilers!]
Haast onzichtbaar lopen de twee Mexicanen ‘s avonds door een donkere middenstandswijk. In een van de huizen is moeder Karen (Nina Zavarin) aan het koken. Haar zoon Trevor (Trevor Glen Campbell) mixt op zijn kamer keiharde breakcore. Met tegenzin neemt hij aan de keukentafel enkele happen van het avondmaal. Zonder afscheid te nemen vertrekt hij vroegtijdig. Karen zet de nauwelijks aangeroerde borden op het aanrecht, pakt een geheim doosje uit een van de keukenkasten, rookt haar zorgen weg via een crackpijp en zakt bedwelmd ineen op de bank bij de televisie. Precies op dat moment breken Jesús en Fausto in. Ze lijken het niet op waardevolle eigendommen gemunt te hebben, maar op de vrouw des huizes.

Karen wordt wakker en valt verschrikt van de bank. De twee dwingen haar richting keuken en laten twee kant en klare maaltijden in de magnetron opwarmen. Ze ontdekken de crackpijp en roken gezamenlijk in de woonkamer. De huisvrouw is te ver van de wereld om zich tegen de twee te verweren. Ze vermoedt dat het duo door haar tweede ex zijn gestuurd om haar te vernederen en is op het ergste voorbereid. Na een ongemakkelijk intiem samenzijn op de bank gaat de oudste van de twee even de kamer uit. De jongste pakt het geweer en haalt de trekker over. De ravage na het geweerschot is te afschuwelijk voor woorden. De twee Mexicanen vegen de bloedvlekken af in de doucheruimte, niet wetend dat de zoon ondertussen is teruggekeerd. Hij pakt het geweer op die de twee hebben achtergelaten en doodt de oudste Mexicaan. De ander vlucht uit het doucheraam. De volgende dag heeft Fausto een nieuwe klus. Tijdens het aardbeien plukken houdt hij stil. De camera zoomt in op zijn trillende lichaam.

De moraal van het verhaal? De namen Jesús en Fausto doen vermoeden dat er diepere bedoelingen in het spel zijn. Toch vermoed ik dat Amat Escalante wil shockeren om het shockeren en daarvoor heel goed naar het werk van Michael Haneke en Gaspar Noé heeft gekeken. Hij gebruikt dezelfde manipulatieve vertelmethode als in Haneke’s Funny Games (maar dan zonder de opgeheven vinger) en deelt een mokerslag uit die vele malen harder aankomt dan de climax in Caché en bloederiger is dan de dreunen die uitgedeeld worden in het eerste deel van Noé’s Irréversible. Het geweld is expliciet. De camera draait niet weg, maar blijft tergend lang gericht op de schade die de twee Mexicanen aanrichten. Binnen een seconde hebben honderden bioscoopbezoekers een trauma opgelopen. Wanneer we duizelig de bioscooptrappen afdalen is de enige vraag die overblijft: waarom hebben we dit moeten ondergaan? Ik ben zeker onder de indruk van Los Bastardos al moet ik dat wel bekopen met een depressie.