Lonesome (Paul Fejos, 1928)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

lonesome

Regisseur Paul Fejos (1897–1963) heeft zijn onbekendheid te danken aan het zoekraken van een groot deel van zijn oeuvre. Zijn uit de vergetelheid geredde film Lonesome blijkt een van de juweeltjes uit de laatste jaren van de zwijgende cinema. Dankzij het onvolprezen label Criterion werd het werk de afgelopen tijd weer bejubeld in de filmbladen.

Lonesome volgt een dag uit het leven van twee hard werkende alleenstaande jonge mensen in gejaagd New York. De stad is een constant stomende machine. Jim (Glenn Tryon) staat de hele werkdag achter een perforeerapparaat. Telefoniste Mary (Barbara Kent) verbindt duizenden gesprekken door. De caleidoscopische montage van hun arbeidersbestaan is afgekeken van de Russische cinema (Eisenstein, Dziga Vertov) en doet veel meer duizelen dan de achtbaanrit die de twee hoofdpersonen later in de film op de kermis ondernemen.

De collectieve vrije middag komt als geroepen. Iedereen zoekt buiten het stadscentrum vertier met zijn of haar partner. Behalve partnerloze Jim en Mary. Zij trekken zich elk afzonderlijk eenzaam terug in hun kamer. Een opbeurende jazzband rijdt op een reclamewagen onder hun raam voorbij en lokt de twee terug het daglicht in. Zonder het van elkaar te weten sluiten ze zich aan bij dezelfde vrolijke meute richting Coney Island. Het zal niemand verbazen dat de twee elkaar zullen ontmoeten en vonken over en weer zullen gaan overslaan.

De wandeling van het jonge paar op de drukke kermis doet denken aan het echtpaar in Sunrise (F.W. Murnau, 1927). Ik meen in Lonesome zelfs in een standhouder de acteur te herkennen die in Sunrise aan de rand van de dansscène een dame helpt met een loszittend kledingstuk. Lonesome kan zich meten met de visuele pracht van Sunrise. Het enige obstakel wordt gevormd door drie dialogen. De film staat drie keer letterlijk stil wanneer acteurs voor heel even hun mond opendoen en het zwijgen in de zwijgende film verbreken. De derde keer is het ergst vanwege overdreven gearticuleerde dictie.

De gesproken tekst werkt alleen de eerste keer. Allereerst omdat Lonesome tot dat moment een zwijgende film is geweest en het een schok is de hoofdpersonen te horen praten. De dialoog komt geïsoleerd te staan van de voorafgaande beeldenstorm, net zoals de man en de vrouw door opbloeiende verliefdheid tijdelijk los staan van het rumoer aan het strand. De twee vergeten eventjes de rest van de omringende wereld. Enkel een toevallig aanwezige ukelele zorgt rechts op de achtergrond voor muzikale begeleiding.

Het ongemak waarmee de scène in de rest van de film ingebed zit, komt overeen met het lichte ongemak waarmee de tortelduiven elkaar voor het eerst echt toespreken. Actrice Barbara Kent zet per ongeluk bijna te vroeg haar tekstregel in, wat goed past bij de verlegen nervositeit van haar personage. Paul Fejos, die een afkeer had voor de sprekende film en de fictiefilm weldra vaarwel zou zeggen, heeft de toenmalige noviteit van geluid op simpele wijze toch een meerwaarde in het verhaal weten te geven.

8/10