L’Amour Braque (Andrzej Zulawski, 1985)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

lamourbraque1

L’Amour Braque is de meest hysterische film in het obstinate oeuvre van de Poolse regisseur Andrzej Zulawski. Uitzinnigheid maakt onlosmakelijk deel uit van zijn Slavische aard. Hij noemt zijn tweede Franstalige speelfilm een epileptische film. Zelfs als je vertrouwd bent met de dynamische stijl in Zulawski’s Poolse werk (1967-1978), Isabel Adjani’s uitbarstingen in Possession (1981) en de constante onrust in La Femme Publique (1984) duurt het even voordat je een beetje gewend raakt aan de schijnbaar door ADHD bezeten, hyperventilerende acteurs in Zulawski’s vrije bewerking van De Idioot van Fjodor Dostojevski.

Acting is a socially accepted form of madness, zegt de regisseur in zijn audiocommentaar op dvd die dit najaar verscheen bij het Amerikaanse label Mondo Vision (Regio 1). Iedereen rondom de Hongaarse prins Léon (Francis Huster) – de idioot Ljev uit Dostojevski’s boek – acteert letterlijk als een krankzinnige. Vanaf de uitzinnige bankoverval in de eerste scène tot en met de shootout in de slotscène zijn de ogen wijd opengesperd, druipt kwijl van groot grijnzende lippen, worden stemmen tot barstens toe verheven en is elke beweging een danspas in een uur en drie kwartier durende dolle choreografie. Rustpunten zijn schaars. Zulawski bombardeert de kijker met visuele prikkels die zonder de razendsnel uitgesproken dialogen en monologen al onmogelijk bij een eerste kijkbeurt zijn te doorgronden. L’Amour Braque is een film die je eigenlijk eerst gezien moet hebben voordat je hem gaat bekijken.

Onderweg naar Parijs ontmoet prins Léon in de trein bendeleider Mickey (Tcheky Karyo) en zijn clubje bankovervallers. De overvallers zijn in een euforische stemming. Mickey sluit meteen vriendschap en sleept de makke Léon mee naar het appartement waar zijn liefje Marie (Sophie Marceau) verblijft. Léon is op slag betoverd door de jonge prostituee met het Louise Brooks-kapsel. Het is het begin van een gecompliceerde driehoeksverhouding.

Razend door verschillende arrondissementen, rijdend van herenhuis tot slooppand, van hoerenclub tot theater, onderneemt Marie met hulp van Mickey een wraaktocht, op jacht naar de gefortuneerde gebroeders Venin, de vier mannen die verantwoordelijk zijn voor de gewelddadige dood van haar moeder. Mickey heeft zelf ook een appeltje met de heren te schillen, omdat ze zijn vader te gronde hebben gericht. De confrontaties zijn dientengevolge van gewelddadige aard. Bloedvergieten wordt afgewisseld met amoureuze ontmoetingen met ravissant ogende jonge actrices die makkelijk uit de kleren gaan. Léon is de onschuldige in het verhaal, al zou je hem vanwege zijn passiviteit toch medeschuldig kunnen noemen aan de excessen.

lamourbraque2

Tegenover het hectische acteerwerk staat een relatief rustige camera. Parijs oogt adembenemend door de lens van Jean Francois Robin. Je ziet de stad vanaf locaties waar in de cinema niet eerder vanaf is gefilmd. Parijs lijkt als nieuw, hoe vertrouwd de monumenten ook zijn die tussen huisblokken door spieken. De stadskleuren zijn fel, geïnspireerd door tekenfilms. Net als de postmoderne Quentin Tarantino is Zulawski constant aan het citeren en aan het verwijzen, ditmaal niet uit obscure B-films, maar uit literatuur, filosofie en theaterstukken (plus een beetje Walt Disney en Fred Astaire), vol onnavolgbare Franse woordgrappen uit de pen van zijn anarchistische co-scenarist, de succesvolle songschrijver Étienne Roda Gil. De Poolse regisseur lijkt met Tarantino ook een voetfetisj te delen.

Zulawski is Tarantino voor gevorderden en voor eenvoudige zielen als ondergetekende daarom vaak lastig bij te benen. Veel van de intellectuele kwinkslagen en in-jokes gaan langs me heen. Ik weet niet of ik dat mijn gebrekkige algemene kennis moet verwijten of de schuld volledig bij de regisseur mag leggen. Zulawski zegt in zijn commentaar dat de kijker zich het beste op zijn films kan voorbereiden door veel te lezen (See them with a library in your head). Hij geeft daar helaas geen literatuurlijst bij. Het gaat een beetje te ver eerst de canon van de wereldliteratuur door te ploegen, vooraleer te beginnen aan het oeuvre van Zulawksi. Misschien dat De Idioot en het toneelstuk De Meeuw van Tsjechov volstaan, aangezien L’Amour Braque het meest aan deze twee werken refereert. Hopelijk begrijp ik na het lezen van De Idioot en De Meeuw eindelijk wat de regisseur met zijn film exact voor ogen heeft en kan ik me in de toekomst aan de extremiteiten laven zonder dat ze overstemd worden door het gekraak van mijn hersenen.

De uitgave van Mondo Vision is weer een juweel. De verpakking is stijlvol, het beeld spat kraakhelder van het scherm en de uitgebreide extra’s zijn relevant.