La Bête Humaine (Jean Renoir, 1938)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

la-bete-humaine

De titel van Jean Renoirs klassieke verfilming van Émile Zola’s gelijknamige roman suggereert dat de mens een dier is. De locomotief verwijst vanaf de beginscènes van La Bête Humaine naar een ander motief: de mens als machine.

Machinist Jacques (Jean Gabin) wordt vanaf de ouverture van de film vereenzelvigd met het stoom spuwende voertuig (dat hij zelf vermenselijkt door het de naam La Lison mee te geven). Renoir toont meerdere keren expliciet de parallellen tussen de man en de trein. De locomotief blijkt bij aankomst in Le Havre een defect te hebben dat Jacques zelf niet kan verhelpen, net zoals de machinist zelf geen grip heeft op zijn eigen mankement. ’s Nachts op de treinremise ademt hij rook uit zoals de locomotieven om hem heen stoom uitblazen. Later in de film loopt hij verdwaasd tussen de rails op de plek waar normaal gesproken de treinen rijden. Jacques geeft zijn alcoholische voorvaderen de schuld van zijn plotselinge gewelddadige impulsen, alsof zijn slechtheid genetisch bepaald zou zijn. De eerste keer dat hij zich, opgejut door jaloezie, laat meeslepen door zijn destructieve drift, komt hij bijtijds bij zinnen wanneer een trein vlak boven zijn hoofd luid voorbij raast.

Het beest uit de titel vertegenwoordigt eerder de onschuld. De weinige dieren in de film (een witte kat niet meegerekend) zijn slachtoffers van de doorstomende treinen. In hun kantine dragen de machinisten aangereden gevogelte mee voor het avondmaal en praten ze over verongelukte koeien. In tegenstelling tot een dier is een mens zich over het algemeen bewust van zijn eigen verdorvenheid en dat is ook de tragiek van Jacques. Hij probeert zich tegen zijn impulsen te verzetten (door onder meer niet te drinken), maar laat zich toch meeslepen door femme fatale Séverine (Simone Simon). Hij weet dat zij zich pathologisch aangetrokken voelt tot gewelddadige mannen en toch valt hij als een blok voor haar, met alle noodlottige gevolgen van dien.