Kotoko (Shinya Tsukamoto, 2011)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

kotoko

Een horrorfilm is vaak het engst als de kwetsbare psyche centraal staat. Elk mens kan om allerlei redenen van de ene op de andere dag zijn verstand kwijtraken en de grip op de realiteit verliezen. Een traumatische gebeurtenis kan de oorzaak zijn of een onschuldig trekje van een joint of de combinatie van die twee. Wat de precieze oorzaak is van Kotoko’s geestelijke instorting houdt de gelijknamige film buiten beschouwing.

De openingsbeelden van een dansend klein Japans meisje aan de branding, een plotselinge schreeuw en een op tilt geslagen camera doen vermoeden dat de bron van haar mentale toestand ligt in de vroege jeugd (de openingsscène lijkt ook een verwijzing naar de Japanse aardbeving en tsunami van maart 2011). We ontmoeten de volwassen Kotoko vlak na de geboorte van haar zoontje. De ongetrouwde vrouw voedt hem in haar eentje op, maar kan de stress van het moederschap niet aan. Ze heeft last van dubbele visie en is bang voor de effecten van deze aandoening op haar kind.

Kotoko ziet een persoon tweemaal: in de onschuldige versie en een levensbedreigende versie. Ze is niet in staat te beoordelen welke van de twee personen werkelijk bestaat en welke enkel in haar verbeelding voorkomt. Ze beschermt haar kind dus voornamelijk tegen fantomen, totdat ze begint te fantaseren wat er zou kunnen gebeuren als ze de baby uit haar handen laat vallen. Geen prettige gedachte als je met je kind aan de rand van een hoog dak staat. Ze zingt vaak om zichzelf terug naar de werkelijkheid te krijgen en als dat niet helpt snijdt ze zichzelf regelmatig in haar armen.

Debuterend actrice Cocco had tot voor kort enkel filmervaring als liedjesschrijfster voor Kairo/Pulse (Kiyoshi Kurosawa, 2001) en Vital (Shinya Tsukamoto, 2004). Regisseur Tsukamoto was fan van de zangeres en werkte sinds Vital samen met haar aan een film gebaseerd op de geestelijke crisis die ze zelf heeft doorgemaakt. Na de Japanse aardbeving, tsunami en kernramp van maart 2011 gaat Kotoko ook over de angsten van een moeder en haar wanhopige poging een kind te beschermen tegen gevaren die haar ver te boven gaan.

De ongezond magere Cocco reconstrueert haar ervaring door zich fysiek vol op haar rol te storten. In combinatie met de fysieke manier van filmen, waarbij het meerdere malen lijkt alsof de camera tegen een muur wordt stukgeslagen, krijgt niet alleen zij, maar ook de kijker harde klappen te verwerken. De angstvisioenen van Kotoko zorgen in het eerste half uur voor een boeiende onaangename kijkervaring. De zwiepende camera veroorzaakt een misselijk gevoel, wat natuurlijk de opzet is. Films van Tsukamoto, maker van de luidruchtige cyberpunkklassiekers Tetsuo: The Iron Man (1989) en Tetsuo II: Body Hammer (1992), zijn gemaakt om te voelen, niet alleen om te zien.

Kotoko was wellicht meer geslaagd geweest als het middengedeelte was weggelaten en het vizier volledig op de hoofdrolspeelster was gericht. Tsukamoto heeft in 2005 met het indringende Haze al eerder een film gemaakt over een hellevaart. De lange versie van die film had niet langer hoeven duren dan de huidige 49 intense minuten. Kotoko had daar met eenzelfde lengte een perfecte tweeluik mee kunnen vormen.

De regisseur laat in het middengedeelte een beetje humor toe en brengt zowaar een onverwachte schaterlach teweeg. Verder leidt de ontmoeting tussen de vrouw en de nieuwsgierige schrijver Tanaka (gespeeld door Tsukamoto zelf) tot vertraging, een gedeeld vertelperspectief en grotesk masochisme dat te veel afleidt van Kotoko’s innerlijke demonen. Of komt de schrijver volledig voort uit haar verbeelding? Bij films over verwarde mensen is dat natuurlijk nooit uit te sluiten. Ik heb het idee dat de film meer impact zou hebben gehad als het een onafgebroken rollercoaster was geweest die de kijker net zo zou afpeigeren als het hoofdpersonage.

6/10