I’m A Cyborg, But That’s OK (Chan-wook Park, 2006)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

im_a_cyborg_but_thats_ok

One Flew Over The Cyborg’s Nest zou een betere titel zijn geweest voor I’m A Cyborg, But That’s OK. Na zijn wraaktrilogie had de Koreaanse regisseur Chan-wook Park (bekend van Oldboy en Sympathy For Lady Vengeance) zin in een luchtige, komisch bedoelde, romantische fantasie over een schizofrene jonge vrouw in een psychiatrische instelling.

Cha Young-goon (Su-jeong Lim uit A Tale Of Two Sisters waarvan dit jaar een Amerikaanse versie verschijnt) verblijft in een gesticht omdat ze denkt een robot te zijn in menselijke gedaante. Gekte zit in haar familie, want oma is ervan overtuigd dat ze een muis is. Als een knaagdier kauwt oma graag met haar kunstgebit op rauwe radijsjes, net zolang tot het hele huis riekt naar radijsjeswalm. De frustratie over oma’s afwijkende gedrag is groot bij de moeder van Cha Young-goon. Wanneer het oude vrouwtje door mannen in witte verplegerjassen per ambulance wordt afgevoerd, slaan bij Cha Young-goon de stoppen door. Ze probeert de ambulance op de fiets te volgen met in haar hand het opbergdoosje voor oma’s kunstgebit. De ambulance rijdt te hard en de jonge vrouw blijft uitgeput en verdrietig achter. In het gesticht sjokt ze terneergeslagen door de gangen en praat ze tegen TL-buizen, oude radio’s en drankmachines, ietwat moeilijk verstaanbaar vanwege grootmoeders kunsttanden tussen haar eigen gebit.

Om Cha Young-goon heen mag elke patiënt geheel ongestoord zijn of haar kolder uitleven, zolang er maar geen gewonden vallen. Hun vermoedelijk grappig bedoelde capriolen verstoren de eerste helft van de film dusdanig dat mij heel lang niet duidelijk was of de regisseur nog ergens naartoe wilde gaan met zijn film. Het gesticht zal vast symbool staan voor de moderne Zuid-Koreaanse maatschappij, maar daar heb je als niet-Koreaan weinig aan. De vele bijrolspelers leven zich ongegeneerd uit, zich nauwelijks iets aantrekkend van enig naturalisme in hun spel en door niets en niemand in de weg gezeten. Aan grote gebaren en schuimende monden geen gebrek. Tussen de vele irritante druktemakers (zoals de praatgrage mythomaan, de vliegende veelvraat en de achteruit bewegende, chronische boetedoener) bevindt zich Park Il-sun (vertolkt door acteur Rain). Hij draagt het liefst een uit papier vervaardigd konijnenmasker en neemt collega-patiënten regelmatig terzijde om hun ziekteverschijnselen tijdelijk over te nemen.

Veel beter dan het verplegend personeel weet Park Il-sun de sleutel te vinden tot de psyche van Cha Young-goon. Haar doelen zijn eenvoudig: (1) oma vinden en haar het kunstgebit teruggeven, en (2) dood aan alle verplegers in witte uniformen. De gestoorde vrouw leeft volgens de normen en waarden van elke robot. Haar zeven doodzonden wijken daarom af van de standaard. Al het menselijke is taboe: sympathie, verdriet, rusteloosheid, twijfel, dagdromen, schuldgevoel en dankbaarheid. Pas als ze zich van deze ‘zonden’ heeft gedistantieerd, kan ze vredig leven. Park Il-suns eerste taak is Cha Young-goon weer aan het eten te krijgen, want van enkel aan batterijen likken groeit een mens niet. De vrouw verhongert bijna, omdat ze bang is dat rijst haar innerlijke mechanismen aantast. Park Il-sun verzint een eenvoudige, doch doeltreffende remedie.

De film krijgt in de tweede helft eindelijk meer richting door de toenadering van Cha Young-goon en haar hulpvaardige co-patiënt. En er is nog een laatste queeste: het achterhalen van de wijze levensles die oma vanachter het ambulanceraam probeerde te communiceren voordat ze definitief de hoek omreed. De humor blijft te grotesk om doel te treffen, een euvel dat enigszins wordt gecompenseerd dankzij opzichtig computergestuurde trucages. De destructieve wensdroom van Cha Young-goon wordt meerdere malen zeer grafisch verbeeld op een wijze waar Sam Peckinpah trots op zou zijn geweest. Door zijn angst in het niets te verdwijnen, krimpt Park Il-sun menigmaal tot miniformaat, net zoals het titelpersonage in The Incredible Shrinking Man. In de meest fantasievolle sequentie speelt een uitvergroot lieveheersbeestje een belangrijke rol.

Ondanks de betere tweede helft en het soms spectaculaire effect van de vaak extreme cameraposities is I’m A Cyborg, But That’s OK een teleurstelling in het oeuvre van de prijswinnende Chan-wook Park. De gekkigheid oogt teveel als doel op zich en is te afmattend om langer dan anderhalf uur te doorstaan. Hopelijk is I’m A Cyborg… slechts een tussendoortje. De dvd-uitgave is op moment van schrijven via import te verkrijgen op het Hong Kongse label Golden Scene (Regio: 3, extra’s: 0). Een Europese dvd-release zal dit jaar vast niet lang op zich laten wachten.