Het gebruik van muziek in recente films van Miguel Gomes, Terence Davies en Paolo Sorrentino

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin
Our Beloved Month Of August

Our Beloved Month Of August

In de beste films die ik de afgelopen week zag speelde muziek een prominente rol: Our Beloved Month Of August (Miguel Gomes, 2008), The Deep Blue Sea (Terence Davies, 2011) en This Must Be The Place (Paolo Sorrentino, 2011).

Our Beloved Month Of August maakt zelfs gebruik van de brug, zoals we die in ambachtelijke popliedjes terug kunnen vinden op de plek tussen een couplet en het refrein. In deze film is de brug een verbinding tussen de documentaire eerste helft en de fictieve tweede helft. Het documentaire gedeelte is een Portugese variant op Pretpark Nederland (Michiel van Erp, 2006). Een coverband speelt op een braderie voor een handjevol mensen voordat de stroom uitvalt, een muzikant van een passerende blaaskapel slaat laconiek op een bekken van de percussionist naast hem, een accordeonduo begeleidt improviserend zingende dorpsbewoners na afloop van de traditionele wilde varkensjacht en een processie draait zich om op het hoogste punt van het dorp en wandelt terug naar de kerk.

In interviews geeft de lokale bevolking commentaar op gebeurtenissen uit het verleden of op hun eigen leven en krijgen we inzicht in de volksaard van de streekbewoners. Onderweg worden en passant de rollen gecast van de acteurs in het fictieve gedeelte van de film en vormt zomers Portugal uiteindelijk het decor voor het verhaal over de bandleden van een coverband en de gevolgen van een ongezonde innige relatie tussen vader en dochter.

De Portugese Miguel Gomes heeft gevoel voor humor en daarom is de verbinding tussen de twee filmhelften letterlijk een brug. De regisseur licht zijn vormkeuze toe op de officiële website van de film, maar houdt het daarbij expres heel vaag:

Documentary? Fiction? Halfway through this film there’s a bridge: the Roman bridge at Coja over the River Alva. (…) Without wishing to sound like Confucius, I would say that from either one of the riverbanks the bridge unites, the other is perfectly visible. And the river is always the same.

De humor blijft achter nadat de brug symbolisch is overgestoken. Waar eerder in de film een doodgebloed huwelijk tussen twee oudere mensen pijnlijk grappig uit een interview naar voren komt, wordt de relatie tussen vader en dochter in alle ernst uitgespeeld.

The Deep Blue Sea

The Deep Blue Sea

Terence Davies opent The Deep Blue Sea met een pompeuze ouverture, overeenkomstig de gemoedstoestand van Hester (Rachel Weisz) en passend bij haar overdreven, drastische daad. Zij beleeft haar buitenechtelijke relatie met de onbesuisde voormalige oorlogspiloot Freddie (Tom Hiddleston) als een groots drama, alsof ze weet dat ze een filmpersonage is. Een herinnering aan een muzikaal moment uit de oorlogstijd brengt haar terug op beide benen. Op het perron van de ondergrondse komen de beelden terug van een bombardement waar zij samen met haar oudere echtgenoot (Simon Russell Beale) en andere stadsgenoten voor schuilt. Een man zet Molly Malone in en iedereen zingt mee, zoals groepen mensen in films van Davies vaker doen. De camera rijdt kalm langs de gespannen gezichten en we zien hoe het opbeurende lied de doodsangst tempert. Muziek geeft weer levensmoed.

Sommige filmrecensenten hebben moeite met de muzikale achtergrond van Sean Penns personage in This Must Be The Place. Ze omschrijven hem als glamrocker uit de tijd van de New York Dolls of als hardrocker en vergelijken hem met de oude Ozzy Osbourne. Penn ziet er natuurlijk uit als Robert Smith van The Cure en heeft net als new wave-zangeres Siouxsie Sioux van Siouxsie and the Banshees een indianennaam als artiestennaam. Voormalige gothic rocker Cheyenne is bevriend met tijdgenoot David Byrne van The Talking Heads en krijgt net als Hester in The Deep Blue Sea een mentale opkikker tijdens live uitgevoerde muziek.

Ook in deze film glijdt een camera door het decor, ditmaal het interieur van een concertzaal. De beweging begint achterin op het podium, bij een kopie van een hippe Amerikaanse zitkamer uit de jaren zeventig. De camera gaat achteruit langs zanger David Byrne, totdat we alle leden van zijn begeleidingsband zien en de zitkamer opstijgt. Het shot eindigt achter in de zaal. Cheyenne staat in zijn eentje tussen het publiek en bijt op zijn lippen.

Hij is vanuit zijn woonplaats Dublin naar de Verenigde Staten gereisd voor een zoektocht naar Aloise Lange, de kampbeul van zijn onlangs overleden vader. Vader en zoon hebben elkaar 30 jaar niet gesproken en Cheyenne voelt het als een roeping zijn vader te wreken. Home is where I want to be, zingt Byrne, een tekst die meerdere keren in verschillende arrangementen terugkeert in de film. De reis van de uitgebluste muzikant, een kind in de huid van een oude man, is een thuiskomst met een zeer wijde omtrekkende beweging.

Het piepstemmetje, het loopje, de giechel en de makeup van Sean Penn zijn even wennen en de symbolische reis heeft zo zijn meerdere losse eindjes en ploteigenaardigheden. Zo is het mij een raadsel waarom nazi-jager Mordecai Midler (Judd Hirsch), een vertrouweling van Cheyenne’s vader, in 30 jaar niet even de moeite heeft genomen om als vriendendienst Aloise Lange op te sporen, terwijl hij zonder enige moeite Cheyenne binnen een paar dagen weet te traceren.

Het absurdisme wordt met een zelfde milde humor gebracht als in The Straight Story van David Lynch uit 1999, een film die meerdere mensen, inclusief regisseur Paolo Sorrentino zelf, noemen als referentie. In die film steelt Harry Dean Stanton op het allerlaatste moment de show. Even dacht ik dat Sorrentini’s film met dezelfde acteur zou eindigen, maar de 86-jarige acteerveteraan is slechts een van de passanten op Cheyenne’s pad. This Must Be The Place eindigt (en opent) met Lord I’m Coming van Gavin Friday, afkomstig van het album Catholic (2011) dat, niet toevallig, onder meer gaat over een zoon die de dood van zijn vader verwerkt.

Our Beloved Month Of August 9/10 | The Deep Blue Sea 8/10 | This Must Be The Place 7/10