Filth (Jon S. Baird, 2013)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

filth

Trainspotting (1996) is tot nu toe de enige geslaagde verfilming van een boek uit het oeuvre van de Schotse schrijver Irvine Welsh. Een paar jaar later verscheen het rampzalige The Acid House, de enige film in 1998 waarbij ik het niet langer dan een half uur uithield en vroegtijdig de bioscoop verliet. De overige verfilmingen hebben de Nederlandse bioscoopdoeken nooit gehaald. Zo ook het recente Filth, dat kwalitatief gezien ergens tussen Trainspotting en The Acid House in zit.

Filth heeft de vaart, de voice-over, het cynisme, de drugs, de hallucinaties, het Schotse decor en de flitsende fotografie gemeen met eerstgenoemde film en de hysterische wansmaak met de tweede film. Acteur James McAvoy gooit zijn ziel en zaligheid in hoofdpersonage en onbetrouwbare verteller Bruce Robertson. De agent verkeert overduidelijk in geestelijke nood, verergerd door excessief drank-, cocaïne- en medicijnmisbruik. Zijn gewelddadigheid, seksisme, homofobie en racisme komen voort uit een minderwaardigheidscomplex dat is veroorzaakt door een jeugdtrauma en een mislukt huwelijk. Robertson is een van de meest wanstaltige personages die de recente cinema heeft voortgebracht. Pas na een strategisch geplaatste scheet, veel scheldpartijen, een stroom aan lichaamssappen en meerdere seksuele handelingen komt een beetje menselijkheid naar de oppervlakte.

Robertson mag zich van zijn baas bewijzen door de racistische moord uit het begin van de film op te lossen, maar de prioriteiten van de agent liggen elders. Hij haat zijn collega’s en speelt vuile spelletje om te voorkomen dat een van hen de promotie krijgt waar hij zelf op aast. De manier waarop de collega’s worden geïntroduceerd maakt de film net zo afzichtelijk als het hoofdpersonage. Give it your worst, was de regieaanwijzing van Jon S. Baird en dat was niet aan dovemansoren gericht. De film is in de eerste minuten extreem over the top en bewust smakeloos en bevat een aaneenschakeling van schmierende acteurs. Alle beelden komen voort uit het zieke brein van Bruce Robertson. Hij weigert de medicijnen te slikken die door zijn arts (Jim Broadbent) zijn voorgeschreven, omdat hij bang is zijn energie en levenslust te verliezen. Om zijn verleden te vergeten leeft Robertson in een slopende permanente extase.

Het is erg lastig medelijden met de agent te hebben. Hij lijkt nog het meest op Nicolas Cage in The Bad Lieutenant: Port Of Call New Orleans (2009) met als grootste verschil dat James McAvoy de betere acteur is van de twee. Hij is de voornaamste reden om de film tot aan de aftiteling uit te willen zitten. McAvoy schakelt razend knap heel snel over tussen extreme emoties. Zonder ingreep op de montagetafel switcht hij probleemloos tussen excentriek en breekbaar. Hij krijgt uitstekend tegenspel van onder meer de jonge actrice Imogen Poots en de vrijwel nimmer teleurstellende character actor Eddie Marsan. Er is ook een ongemakkelijk, incestueus ogende confrontatie in een bloemenwinkel met zijn acterende jongere zus Joy McAvoy.

Irvine Welsh schreef Filth toen hij kortstondig aan de Brouwersgracht in Amsterdam woonde. De stad komt even voor in het boek, maar is in de film verruild voor Hamburg, begeleid door 99 Luftballons van Nena. Filth wordt net als bij Trainspotting ondersteund door een volle soundtrack met ditmaal veel soul, inclusief een cameo van David Soul. De originele score van Clint Mansell (onder meer vaste componist van regisseur Darren Aronofsky) geeft een verrassend bedoelde openbaring onnodige nadruk en is in de slotfase zo hevig bombastisch dat het lijkt alsof we naar de trailer van de film zitten te kijken.

6/10