Film Socialisme (Jean-Luc Godard, 2010)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

talkingcats

De Franse dvd-uitgave van Film Socialisme is door de regisseur zelf ondertiteld in Navajo. Ik vreesde eerst dat ik dat letterlijk moest opvatten, maar Navajo in de visie van Jean-Luc Godard is primitief Engels, Indianentaal zoals dat alleen in Amerikaanse westerns wordt gesproken. Het gemiddelde aantal woorden per ondertitelde zin is drie. Soms worden woorden aan elkaar geplakt om er één onbestaand woord van te maken, zonder verlies van betekenis. De vertaling is meer een gecodeerde samenvatting van het gezegde, dan een letterlijke vertaling. Hier twee voorbeelden ter illustratie:

Monoloog van anonieme fotograaf, zittend bij raam in cruiseschip:

Dialectic thinking
Study reality
Partof whole
Denies the whole
Whole containsit
Deniesit
Positive negative
Movement whole
Destructive conservatism

Monoloog van garagehouder Miller op zijn kantoor:

Sell my business
Friend want buy
France great risk
Say we say I
Drama no tragedy
People ignore other
War everywhere
Ourselves mirror
Love yourself silly
No harm other
Law or treason
Donot love us
Ideas divide
Dreams bring closer

De ondertiteling is leesbaar, maar nauwelijks verhelderend en op zijn ergst, zoals in het eerste voorbeeld, een aaneenschakeling van abstracties, alsof je als leek een lezing over metafysica krijgt voorgeschoteld. In de gesproken tekst voert Frans de boventoon. In mindere mate wordt in het eerste deel van de film op het cruiseschip ook onder meer Russisch, Engels, Duits, Hebreeuws en Arabisch gesproken. Het merendeel van de passagiers lijkt te bestaan uit Italianen. De summiere Navajovertaling van Godard is genoeg om een indicatie te krijgen waarover de personages spreken. Ik begrijp helaas net zoveel van het gezegde als ik begrijp van de dialoog tussen twee katten in de viral die een jonge vrouw bekijkt vanaf een laptop in haar kajuit. Ze sluit de laptop af en begint zelf te miauwen. De scène wordt gekoppeld aan archiefbeelden van de goddelijke katten uit de Egyptische mythologie. Het einde van de beschaving (miljoenen mensen verdoen hun tijd met het bekijken van pratende katten op YouTube) versus het begin van de beschaving (hiërogliefen, de piramides).

socialisme1

Het schip
Waarschijnlijk staat het cruiseschip voor het ronddobberende Europa (*), reizend langs enkele steden uit de geschiedenis, van de oude beschaving (Byzantium, Egypte en Griekenland, het land waar democratie en tragedie zijn uitgevonden) naar de nieuwe beschaving. Op het schip is weinig sprake van beschaving, want de scheepsruimtes worden bevolkt door leeghoofdige Europeanen met een onverzadigbare behoefte aan verstrooiing. De zondagse kerkdienst die tussen de gokkasten wordt gehouden is een absurd toneelstukje. Boven de zorgeloze vakantievierders steken enkele personages uit, omdat ze zo buiten de toon vallen. Ze wandelen net zo onopgemerkt rond als de engelen tussen de mensen in Der Himmel Über Berlin (Wim Wenders, 1987).

De personages zijn onder anderen de oude heer Goldberg, een Russische dame (zijn vrouw?), een jonge vrouw (zijn dochter?), een jochie (zijn kleinzoon of een verstekeling?), een fotograaf en een jonge zwarte vrouw, iemand die door zou kunnen gaan voor Noam Chomsky, een Arabische man en zijn vrouw en een man met kleine baard en grote krulsnor. Wat Patti Smith en haar gitarist Lenny Kaye op de boot te zoeken hebben, blijft een raadsel. Smith zingt en wandelt ’s avonds over het verlaten buitendek. De rest van de personages verheft zich boven de meute door in boeken te lezen en cryptisch geformuleerde aforismen te declameren. Godard is zelf de grote afwezige.

socialisme2

De garage
Film Socialisme staat lijnrecht tegenover Hollywood, ondanks het gebruik van de klassieke vertelstructuur in drie bedrijven. De drie delen van de film hebben zo op het eerste gezicht nauwelijks connecties. In het tweede deel wordt het cruiseschip, en alle daarop aanwezige personages, verruild voor een kleinere setting, in en rondom de Franse garage J.-J Martin. De eigenaar staat op het punt de garage te verkopen. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen, zoontje Lucien en oudere dochter Florentine. Hij wordt bezocht door een filmteam van de regionale zender FR3 Regio, bestaand uit een luchtig geklede zwarte cameravrouw en een regisseuse. Hun geplande reportage gaat over de sluiting van de garage in connectie met de op hand zijnde landelijke verkiezingen. De gezinsleden lijken weinig zin te hebben in de media-aandacht.

Als Florentine even geen boek van Balzac leest, doet ze een speld in het haar, bladert ze door een plakboek en prevelt ze hardop over de Franse Revolutie (4 augustus 1789). Lucien draagt een T-shirt met de opdruk CCCP en zwaait met een speelgoedzwaard. De kinderen zullen de schulden moet betalen van de eerdere generaties, maar als het aan deze twee kinderen ligt, zal dat niet gaan zonder slag of stoot. Na de episode bij garage Martin, sluit het derde deel af met een essayistische filmcollega in een vorm die Godard eerder gebruikte in zijn magnum opus Histoire(s) Du Cinéma, inclusief het zware akkoord dat in die film telkens opklinkt als een neerstortende piano.

Verwijzingen, stokpaardjes en citaten
Door de hele film heen verwijst de regisseur, zoals bij hem gebruikelijk, naar de filmgeschiedenis, met nadrukkelijke focus op de trappen van Odessa in Pantserkruiser Potjomkin (Sergej Eisenstein, 1925). De verwijzingen zijn het duidelijkst wanneer hedendaags Odessa afgewisseld wordt met fragmenten uit Eisensteins klassieker. Elk beeld kan een filmverwijzing zijn, maar misschien ook niet. De ezel bij de garage verwijst wellicht naar Mouchette (Robert Bresson, 1967), maar wat zou de betekenis kunnen zijn van de lama op dezelfde locatie?

Godard verwijst ook naar zijn eigen films en dus is Film Socialisme eigenlijk alleen te doorgronden als je gewend bent aan de filmstijl zoals in de twee voorafgaande films Éloge De l’Amour (2001) (over het verzet in Normandië in WO II) en Notre Musique (2004) (over de oorlog in voormalig Joegoslavië). Het bewegende water zagen we eerder bij de kapotgeschoten brug van Mostar in Notre Musique. Bij de brug poseren drie trotse indianen (Navajo?). De Indianen zijn het verdreven volk van Amerika, zoals de Joden in Europa door het nazisme werden vervolgd en zoals in de tegenwoordige tijd de Palestijnen door de Israëlische politiek worden bejegend. De verhouding tussen Joden en Palestijnen is een van Godards stokpaardjes. Net als de Holocaust en de Joodse invloed op het ontstaan van Hollywood (Zukor, Fox, Selznick, Goldwyn, Mayer, Laemmle).

Een foto uit Notre Musique van een platgebombardeerde stad, door de studenten in Notre Musique aangezien voor Dresden of Hiroshima, is van de geblakerde ruïnes van Harrisbug tijdens de Amerikaanse burgeroorlog. Dezelfde foto keert zonder deze uitleg terug in Film Socialisme, gekoppeld aan de titel van een boek: Principes de la Tragédie van Jean Racine. Godard laat graag weten een gelezen mens te zijn. Al zijn hoogdravende wijsheid komt uit boeken en daarom wordt er heel veel gelezen in zijn films. Bij Godard heb ik altijd het idee dat ik de getoonde boeken gelezen moet hebben, voordat ik de films ga zien waar ze in voorkomen. Mijn huiswerk voor Film Socialisme had moeten zijn: La Porte Étroite (André Gide,1909), Markus, Espion Allemand (Roger Faligot, 1984) en Illusions Perdues (Honoré de Balzac, 1836-43).


Een bloemlezing van lezende personages in het oeuvre van Godard

lezen01


Woorden, woorden, woorden
JLG verlangt veel van zijn publiek, op zijn minst dat ze alle klassiekers uit de wereldliteratuur uit hun hoofd kennen. Mensen zonder het denkvermogen van een academicus hebben het zwaar. Het woord wordt belangrijker dan het beeld, wat vreemd is voor iemand die beweert dat beeld alles is. Het woord neemt letterlijk het beeld over. In elke film van Godard jongleert hij met een telkens terugkerende, beeldvullende frase. Ditmaal: DES CHOSES COMME ÇA. De woorden als grafisch ontwerp zijn eerder een indicatie dat we naar een film van JLG kijken, dan dat ze ergens voor staan. Het woord is een beeld geworden. Het slotbeeld bestaat uit twee (laffe) woorden: NO COMMENT.

socialisme3

Fascinatie en irritatie
Door de hermetische stijl van Godard is zijn werk niet te begrijpen zonder er over te lezen. Wat dat betreft is Everything Is Cinema: The Working Life Of Jean-Luc Godard (Richard Brody, 2008) een uitkomst. Zonder dat boek had ik het werk van Godard van na de jaren zestig afgedaan als het werk van een charlatan en de probeersels van een ongeklede keizer. Brody maakt hard dat zelfs afzichtelijke films als King Lear uit 1987, met onder meer een zeer verdwaasde Woody Allen (!), meer waarde hebben dan je op het eerste gezicht zou denken. Het is jammer dat Film Socialisme niet in Everything Is Cinema is opgenomen.

Uit het boek komt overigens naar voren dat Godard vaak nauwelijks een idee heeft hoe hij zijn film wil maken en wel ziet waar het schip strandt, inclusief paniekaanvallen en uitbranders richting crew. Zijn experimenten lijken pas meerwaarde te krijgen nadat tijdens de postproductie op gedragen wijze allerlei hele en halve citaten via voice-over zijn toegevoegd. De kijker moet zelf zien uit te vinden waar de citaten uit afkomstig zijn en hoe ze te interpreteren binnen de context van de film. Interpretaties laat hij over aan academici, over de hoofden van de gemiddelde toeschouwer heen. De geïmproviseerde methode geeft mij heel erg het gevoel dat Godard maar wat aan zit te kloten, terwijl hij doet voorkomen dat het allemaal heel ingenieus bedoeld is. Als wij het niet snappen, mogen we dat volledig aan onze ongeletterdheid wijten. Die gedachte irriteert mij enorm en maakt het werk van Godard van na de jaren zestig vaak een onneembare vesting.

5/10


(*) het cruiseschip deed me aan twee Palestijns gerelateerde incidenten denken. Allereerst de kaping van het cruiseschip Achille Lauro in 1985 en meer recent de poging vanuit Turkije per cruiseschip hulpgoederen te leveren aan de Palestijnen in het bezette gebied, wat door het Israelische leger in mei 2010 met veel geweld werd tegengehouden. ACCESS DENIED.