Études Sur Paris (André Sauvage, 1928)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

etudes01

Afgelopen week werd ik volledig in beslag genomen door Reis Naar Het Einde Van De Nacht, het nihilistische meesterwerk van Louis-Ferdinand Céline waarin antiheld en onverbeterlijke pessimist Ferdinand Bardamu zich 550 pagina’s lang eloquent sarcastisch beklaagt over de mensheid. In dezelfde week zag ik André Sauvage’s documentaire Études Sur Paris uit 1928. Onbewust ging ik in de vele straatscènes op zoek naar een glimp van Céline en Bardamu.

Het boek begint aan de rand van een veldslag in de Eerste Wereldoorlog en eindigt in Parijs tijdens crisistijd. Ferdinand probeert zijn ellende te vergeten door regelmatig naar de bioscoop te gaan. Hij laat de films onbenoemd. Het blijft daarom raden naar zijn filmsmaak. Is hij een liefhebber van literaire verfilmingen en bezoekt hij bijvoorbeeld De Gebroeders Karamazov (1921) met Emil Jannings of houdt hij meer van verstrooiende Amerikaanse westerns? Of voelt hij zich aangetrokken tot romantische drama’s als Le Tourbillon Des Passions (a.k.a. The White Flower) met acteur Edmund Lowe en Les Mystères De Paris (1922), begeleid door groot orkest? De genoemde titels draaien in de Parijse bioscopen in de periode dat André Sauvage zijn documentaire filmde.

etudes02

Études Sur Paris vangt aan waar het boek van Céline eindigt: aan de waterkant nabij Parijs. De camera nadert de stad vanuit het noorden via L’Île-Saint-Denis en de meerdere sluizen, te beginnen bij Écluse du Pont de Flandre. We passeren The Bassin de la Villette, het grootste kunstmatige meer van Parijs, en varen langs Boulevard Richard-Lenoir, vernoemd naar de industriëlen François Richard en Joseph Lenoir-Dufresne. Voordat we de tunnel onder de boulevard ingaan, zien we in de verte de Bastille.

etudes03

Tegenwoordig wordt de tunnel onder Boulevard Richard-Lenoir bevaren door bootjes met toeristen. In 1928 voeren er vrachtschepen, achter elkaar aangetrokken door stalen kabels. De gaten in het plafond, bedoeld als afvoer voor stoom, zorgen voor een bijzonder lichtspel. Op heldere zomerdagen schijnen zonnestralen als massieve pilaren door de ronde openingen. Versneld afgespeeld verandert deze ondergrondse wereld in een abstract schilderij.

Études Sur Paris past in een traditie waar ook stadssymfonieën toe gerekend worden als Berlin: Die Sinfonie Der Großstadt (Walter Ruttmann, 1927) en Man With A Movie Camera (Dziga Vertov, 1929). De documentaire is niet zo expressief experimenteel als de Russische film. Slechts een enkele keer laat Sauvage zich verleiden tot een versnelling of vertraging van het beeld. Een paar keer lopen beelden door elkaar heen en eenmaal speelt hij een straattafereel achterstevoren af.

etudes04

Vrijwel alle taferelen tonen het stadsleven zoals dat dagelijkse plaatsvindt, zonder aanwijzingen van een regisseur. Twee keer wijkt André Sauvage hiervan af. In bovenstaande stills ontmoeten een man en een vrouw elkaar in een geënsceneerde scène aan de Seine. Ze kunnen elkaar niet bereiken en lopen met gebogen hoofd van elkaar weg. Later in de film lijkt de ontmoeting wel te lukken, al zien we van het paar enkel hun voeten waarvan de punten elkaar bijna aanraken. Het blijft onduidelijk of het om dezelfde personen gaat.

etudes05

Een van de meest verrassende effecten vindt plaats in de scène bij een muziekwinkel. Een jonge vrouw luistert via een koptelefoon naar muziek. Is ze in gedachten verzonken of is ze zich van de camera bewust en kijkt ze ons met zelfverzekerde blik aan? In het volgende beeld zien we de muziek waar een man naar luistert verbeeld als een grammofoonplaat die rondom zijn oor draait.

De dvd van Études Sur Paris, eind vorig jaar uitgebracht door het Franse label Carlotta, biedt een keuze uit twee verschillende muziekstukken ter begeleiding van de zwijgende film. Het strijkkwartet Quatuor Prima Vista gaat voor een nostalgische en melancholieke soundtrack. Mijn voorkeur gaat uit naar de elektronische score van techno-producer Jeff Mills, niet omdat het mooier is dan de akoestische strijkers maar vanwege het anachronisme. Mills’ elektronica botst met de ouderwetse zwart-witbeelden, maar benadrukt daarmee een straatbeeld waarin de 19de eeuw en de moderne wereld naast elkaar bestaan.

etudes06

De moderne elektronische muziek past goed bij het geïndustrialiseerde en gemechaniseerde leven in de grote stad, bij het vliegtuigje dat vanuit het water opstijgt, de automobielen die in het centrum voor verkeersopstoppingen zorgen en de treinen die rondom het centrum cirkelen. In dezelfde stad moet je echter nog altijd paardenstront ontwijken en opzij springen voor geiten die op weg zijn naar de veemarkt. Paarden trekken schuiten vooruit en op de straten passeren meerdere aangespannen boerenwagens. Op de paardenmarkt riekt het naar mest. Boeren en handelaren gaan ruw met elkaar om. Het blijft onduidelijk of de trap tegen de kont, te zien in het rechterplaatje hierboven, een uiting van kameraadschap is of een afstraffing.

etudes07

Ondertussen probeer ik nog steeds een glimp op te vangen van Louis-Ferdinand Céline en zijn alter ego Ferdinand Bardamu. Zitten ze op het bankje nors voor zich uit te kijken of in te dommelen? Speelt een van hen half dronken met een stukje kurk dat voor hem op de grond ligt? Wordt zijn lunch onderbroken door een familie die een boot voorttrekt langs de kade?

etudes08

De man die een krantje leest in het park op de still linksboven lijkt meer op James Joyce dan op Céline. De Ierse schrijver heeft twintig jaar in Parijs gewoond, dus het zou zo maar kunnen. Céline zullen we eerder aantreffen aan de zijlijn, aan de rand van het filmkader en het liefst onscherp gefilmd, zoals de man die stilstaat halverwege de trap naar de metro. Hij is in het plaatje rechtsboven op de achtergrond te zien. Voor zover zijn gezichtsuitdrukking in de waas is af te lezen, gaan er geen positieve gedachten door zijn hoofd wanneer hij de haastige passanten zwijgzaam gadeslaat.

etudes09

Bij het zien van films uit lang vervlogen tijden kan ik het nooit nalaten me af te vragen wie van de getoonde voorbijgangers nog leeft, wie de Grote Depressie en de Tweede Wereldoorlog hebben overleefd en wie op moment van schrijven genieten van hun oude dag. Welke baby uit 1928 zou nu nog onder ons zijn? Die in de armen van de verdwaald ogende oude vrouw op het kruispunt, de baby in de kinderwagen aan het eind van de film of toch het kind van de Savon Cadum-muurreclame die op meerdere straathoeken monsterlijk boven de bomen uit toornt?

etudes10

8/10